Odysseus in een Gooise villa

Een niet meer zo jonge scenarioschrijver ontmoet na een reeks mislukte relaties de liefde van zijn leven. Zij is getrouwd, maar besluit te scheiden en met de scenarioschrijver in het huwelijk te treden. Na een paar miskramen krijgen ze een zoontje, Paulo, en al snel dient ook de tweede, Joey, zich aan. Het gaat het gezin voor de wind. Beide echtelieden hebben glanzende carrières, verdienen geld als water en kunnen zich behalve een prachtige villa die grenst aan een natuurgebied, ook nog een vakantiehuis in Toscane permitteren. Maar dan... twintig maanden na zijn geboorte sterft Paulo aan een verschrikkelijke ziekte die begon als een onschuldig uitziend griepje. Twee weken lang vechten de ouders samen met een medisch team in het AMC voor zijn leven. De scenarioschrijver houdt een dagboek bij over de laatste dagen van zijn oudste zoon, dat hij negen jaar later uit zijn computer vist om te gebruiken voor een roman.

Hiermee is de inhoud van Hélena wel zo'n beetje samengevat. Vermoedelijk zou dit eendimensionale bekentenisproza behalve als feuilleton in een damesblad nooit zijn gepubliceerd als het niet de `waar gebeurde geschiedenis' betrof van een beroemd echtpaar. Weliswaar heet de vertellende ikfiguur Maurits Meyer en draagt zijn vrouw de naam Maria, maar voor het overige is het verhaal direct gegrepen uit het leven van scenarioschrijver Edwin de Vries en zijn echtgenote, filmster Monique van de Ven. Het drama dat we al kennen uit interviews en talkshows roept nog steeds mededogen op, maar in deze vorm gebracht toch ook - en dat is het lastige - enige gêne.

Ik althans heb Hélena gelezen met hetzelfde ongemakkelijke gevoel dat me indertijd overviel bij I.M. van Connie Palmen over de dood van haar geliefde Ischa Meijer: een vergelijkbare onmacht in beide boeken om woorden te vinden voor het gat dat de dood slaat, maar ook een zelfde schaamteloosheid. Intimiteiten die je zelfs van je dierbaarste vrienden niet wilt weten - hoe bedrijf je de liefde als in de kamer ernaast je kind ligt te sterven - worden als banaliteiten op straat gesmeten, in de kiosk opgehangen als coverstory van een roddelblad of als `teaser' voor soap op tv. We mogen door het sleutelgat loeren van de Gooise villa van Edwin en Monique en meeleven met het leed dat ook beroemdheden kan treffen. En wie weet zijn er lezers die troost putten uit de wetenschap dat zelfs zulke succesvolle mensen ontroostbaar kunnen zijn, ondanks de publieke aandacht die zij vragen en krijgen.

Hélena is een nauwelijks gestileerde weergave van de werkelijkheid, eerder journalistiek of documentair dan literair. Als een boek het predikaat roman meekrijgt, reken je daarentegen op personages met gedachten en gevoelens die je nog niet kende, die je op nieuwe ideeën brengen en inzicht verschaffen in menselijke emoties. Je hoopt op woorden voor gevoelens die je nog niet eerder hoorde. `Paulo kan nooit meer uit zichzelf leven', denkt Maurits als eenmaal besloten is het jongetje te laten sterven. `Ik huil en huil. Er zou toch een einde moeten zijn aan de hoeveelheid tranen die een mens in voorraad heeft.' Het zijn kreten - een heel boek lang - die bij een sterfgeval als dit bij iedereen opkomen, clichés die geen literator nodig hebben om te worden geformuleerd.

Laten we de debuutroman Hélena vergelijken met het twee jaar geleden verschenen Schaduwkind van P.F. Thomése. Deze ervaren romancier met een uitgesproken hekel aan autobiografische fictie, heeft zijn naar woorden tastende boekje over de dood van zijn zes weken oude dochter uitdrukkelijk niet als roman bestempeld. Hij heeft niet eens gezocht naar een vorm voor iets wat hij helemaal geen vorm wilde geven en - belangrijker - hij heeft van de rouwende ouders geen personages gemaakt. Edwin de Vries heeft dat wel geprobeerd, maar omdat hij zijn Maurits en Maria exact naar de werkelijkheid heeft gemodelleerd, willen zij maar geen romanfiguren worden. Steeds schuift het beeld van die bekende tv- en filmgezichten over dat van de personages heen en voor je het weet zit je midden in een reality-soap waarvan je je ogen wilt afwenden. Laat die mensen met rust, denk je alleen maar, gun ze toch hun privacy, hun verdriet, hun leven.

In het drama van Edwin de Vries speelt een hond met de naam Hélena een centrale rol. Hélena, genoemd naar de mythische schijngestalte om wie de Trojaanse oorlog begon, moet om allerlei redenen weg bij het gezin Meyer en ondergebracht worden bij vrienden in Toscane. Vader Maurits brengt haar per auto weg. De reis voert hem op een odyssee langs plekken die hem hebben gevormd, waar hij het hoogste geluk en de diepste eenzaamheid heeft gekend. Na vele omzwervingen door berg en dal, maar vooral door zijn geest, komt hij gelouterd thuis waar zijn trouwe vrouw Maria en zoon Joey op hem wachten.

De auteur heeft dus een klassieke literaire vorm gezocht voor zijn autobiografische verslag, maar dat maakt Hélena nog altijd niet tot roman. Aan een roman komt verbeelding te pas waaruit nieuwe werkelijkheden ontstaan, opgeroepen door taal, klank, beelden, karakters. Daaraan ontbreekt het in dit debuut, dat voor alles medelijden oproept. Het medelijden met echt bestaande personen zit literaire ontroering en vervoering hinderlijk in de weg.

Edwin de Vries: Hélena. De Bezige Bij, 253 blz. €17,50