Misser van Arcelor

Arcelor probeert het weer. Het Europese staalconcern heeft de afgelopen twee maanden bij twee veilingen van goedkope staalproducenten in Turkije en Oekraïne aan het kortste eind getrokken. Nu heeft Arcelor een vijandig bod van 3,2 miljard euro uitgebracht op het Canadese Dofasco. Maar Arcelor heeft een behoorlijk hoog bedrag geboden voor een niet al te aantrekkelijke aanwinst.

Het bod ligt 36 procent boven Dofasco's gemiddelde aandelenkoers van de afgelopen drie weken, hetgeen overeenkomt met een premie van 850 miljoen euro. De voorgestelde overnameprijs komt neer op ongeveer dezelfde bedrijfswaarde die Arcelor nog als te hoog van de hand wees bij het Turkse Erdemir, dat lagere operationele kosten heeft en meer voor de hand liggende mogelijkheden voor groei en synergieën. De synergievoordelen die Arcelor aan Dofasco denkt te kunnen ontlenen, zijn niet in cijfers uitgedrukt, maar zullen waarschijnlijk niet veel hoger zijn dan 50 miljoen euro op jaarbasis. Na belastingen komt dat neer op een kapitaalwaarde van slechts zo'n 300 miljoen euro.

Maar zelfs als Arcelor erin slaagt de rekensom te laten kloppen, lijkt de transactie in strategisch opzicht niet overtuigend. Dofasco zal Arcelor niet helpen zijn voornaamste strategische doelstelling te bereiken van extra productiefaciliteiten in ontwikkelingslanden, waar de vraag naar staal snel groeit. Integendeel, het bedrijf zou het deel van de productiefaciliteiten dat is gevestigd in ontwikkelde economieën met nulgroei boven de 80 procent tillen.

Ook de timing is niet bepaald indrukwekkend. De prijs van ijzererts zal in 2006 naar verwachting maar met 20 procent stijgen. Als dat de winst van de staalindustrie niet onder druk zet, zal het duizelingwekkende tempo waarin China nieuwe staalfabrieken bijbouwt dat waarschijnlijk wel doen.

Deze overname mag dan duur en aan de late kant zijn, zij is tenminste niet riskant. Dofasco is betrekkelijk klein - het bedrijf zou slechts 10 procent toevoegen aan de productiecapaciteit van Arcelor. Het concern heeft na de aankoop nog steeds een relatief lage schuldenlast (30 procent van het aandelenkapitaal). Maar als Dofasco het aantrekkelijkste doelwit was dat zich voordeed, had Arcelor er misschien beter aan gedaan het geld terug te geven aan zijn eigen aandeelhouders, om zo het percentage vreemd vermogen op te krikken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.