`Leren dat het hier geen Nederland is'

Op Curaçao is morgen een staatkundige conferentie over de toekomst van de Antillen. Nederlandse `makambas' volgen de ontwikkelingen.

Geïnteresseerd zijn ze, maar ook beducht. Veel naar Curaçao geëmigreerde Nederlanders zien het uiteenvallen van de Antillen, waar morgen op Curaçao een ronde-tafelconferentie over wordt gehouden met premier Balkenende, als een strijd. Niet zozeer tussen de eilanden onderling, maar tussen de Antillen en Nederland. Of die strijd de eilanden ten goede komt, valt nog te bezien.

Hoeveel Europese Nederlanders op Curaçao wonen is moeilijk meetbaar. Van de ruim 9.000 mensen die de afgelopen twee jaar vanuit Nederland naar de eilanden verhuisden, was het merendeel remigrerende Curaçaoënaar. En zowel Antillianen als Nederlanders, in de volksmond `makambas' genoemd, bezitten een Nederlands paspoort.

Jan Peter Klijn verruilde Nederland vijftien jaar geleden voor Curaçao. Als salesmanager van een luxe complex met vakantiehuizen stellen potentiële klanten hem bijna dagelijks de vraag wat het opheffen van het Antilliaanse staatsverband betekent voor hun investering. Vooral de mogelijke devaluatie van de Antilliaanse gulden, als eventueel gevolg van de torenhoge staatsschuld, leidt tot bezorgdheid. ,,Ik zie dat niet gebeuren'', zegt Klijn in zijn kantoor bij de ingang van het complex. ,,Nederlandse politici hebben het daar al veertien jaar over, vooral als schriktactiek.'' De staatsschuld is een probleem, ziet ook Klijn. Maar volgens de verkoper moet Nederland juist een rol spelen bij het zoeken naar een oplossing.

In dat geval moeten de Antillen ook Nederlandse controle op de financiën accepteren, meent Netty Groenenberg. Als penshonado verhuisde ze in 2001 naar Curaçao. ,,Ik hoop dat de Antillen begeleiding accepteren, zodat de schuld in de toekomst niet weer zo hoog oploopt. Maar advies en controle, zeker door Nederlanders, ligt moeilijk hier.''

In de Curaçaose eilandraad, vergelijkbaar met een Nederlandse gemeenteraad, woedde gisteren een discussie over deelname aan de rondetafelconferentie. De korte duur van de onderhandelingen, voorzitter Jan Peter Balkenende heeft er slechts vijf uur voor uitgetrokken, zou een boycot van de besprekingen rechtvaardigen. Uiteindelijk werd besloten om toch een Curaçaose delegatie af te vaardigen.

Charlotte van Berne, die nu twee jaar op Curaçao woont, denkt dat een langer verblijf van Balkenende weinig verschil zal maken. Nederland houdt zich toch aan de eigen agenda. ,,Ik kan me voorstellen dat de Curaçaose politici daarvan balen, maar ik denk niet dat een langere conferentie daar iets aan verandert'', zegt de free-lance communicatiedeskundige. Of het uiteenvallen van de Antillen voor haar gevolgen zal hebben moet ze nog afwachten. ,,Als de goede partijen aan de macht zijn zal er weinig veranderen, maar als het richting onafhankelijkheid gaat, kan het hier een armoedig zooitje worden.''

Van Berne meent dat de rondetafelconferentie op de gemiddelde Curaçaoënaar niet veel invloed heeft. Het is een stap in een langdurig proces. Het beste dat er kan gebeuren is dat Antilliaanse en Nederlandse politici meer begrip voor elkaar krijgen. ,,Nederland moet leren dat het hier weliswaar koninkrijk, maar geen Nederland is. En voor de Antillen is het zaak om samenwerking niet als een bedreiging te zien.''