Lastig juridisch gevecht in zaak chemiehandelaar

Chemicaliënhandelaar Frans van A. leverde grondstoffen aan Irak. Het bewijs dat hij wist wat dat land met zijn producten deed, is nog dun.

Het staat vast dat Frans van A. de voor mosterdgas en zenuwgassen benodigde grondstoffen aan Irak leverde. Het staat ook vast dat het Iraakse regime Koerdische plaatsen met mosterdgas en zenuwgassen bombardeerde, met duizenden doden als gevolg. Nu moet het openbaar ministerie (OM) alleen nog de rechtbank overtuigen van de kwade intenties van de Nederlanse zakenman. Wist hij wat het bewind van Saddam Hussein met zijn chemicaliën van plan was? En als hij het niet wist, had hij het kunnen of zelfs moeten weten?

Frans van A. was in de jaren tachtig de belangrijkste leverancier aan Irak van thiodiglycol, een zwavelverbinding die kan dienen als verfstof voor textiel en balpeninkt of als grondstof voor mosterdgas. Thiodiglycol staat op de in 1985 opgestelde lijst van chemicaliën die niet zonder vergunning mogen worden geëxporteerd. Van A. bleef zijn chemicaliën tot 1989 zonder vergunning leveren. Tussen 1984 en 1989 maakte het Iraakse regime tienduizenden doden door bombardementen met strijdgassen, waaronder vijfduizend op 16 maart 1988 in het Koerdische stadje Halabja. Bij deze bombardementen zijn zowel mosterdgas als zenuwgassen gebruikt. Mosterdgas is een verminkende vloeistof, zenuwgassen zijn vaak dodelijk. Op de publieke tribune waren ook Iraanse slachtoffers van mosterdgas aanwezig.

Zelf heeft Van A. in het verleden tegen diverse media gezegd dat hij altijd heeft gedacht dat hij een grondstof leverde voor de textielindustrie. Maar getuigenissen in de rechtszaak van deze week bewijzen het tegendeel. De belangrijkste getuige is vooralsnog een Japanse zakenpartner van de verdachte. Hij zou Van A. in 1986 hebben verteld dat thiodiglycol niet alleen in de textielindustrie wordt gebruikt, maar ook dient als grondstof voor mosterdgas. Op basis van deze getuigenis kan Van A. niet volhouden dat hij niet had kunnen weten waarvoor de door hem geleverde grondstoffen zouden worden gebruikt.

Volgens `X', een getuige die in die rechtszaak alleen onder die letter wordt genoemd, was de textielverwerking een dekmantel die Van A. met zijn Iraakse contactpersonen had afgesproken. Ze zochten zelfs uit op welke plaatsen in Irak die industrie is gevestigd, om te kunnen anticiperen op de vraag waar de stof naartoe gaat.

Volgens getuigedeskundige Cees Wolterbeek, voormalig VN-inspecteur in Irak, is er ,,zeker geen thiodiglycol in de textielverwerkende industrie gebruikt''. En volgens een andere getuige, een Irakees die jarenlang gifgassen analyseerde voor het Iraakse leger, is de grondstof niet of nauwelijks nodig voor textielverwerking. Het is waarschijnlijk dat ook Van A. van dat feit op de hoogte was. Getuige X noemt de Nederlander ,,een betrouwbare leverancier'', die ,,wist wanneer hij moest zwijgen''. De Iraakse gifgasanalist zegt van Van A.: ,,Alles wat we wilden hebben, kon hij leveren.''

Tot nu toe werden getuigenverklaringen in de zaak-Van A. door de rechters voorgelezen, maar vanaf aanstaande maandag zullen getuigen zelf in de rechtszaal verslag doen. In totaal zijn er 111 getuigen. Zo is de Japanse zakenpartner van Van A. opgeroepen om naar Nederland te komen. Een andere getuige, een in Zwitserland wonende, Nederlandse zakenpartner van Van A., is zelf sinds vorige maand ook verdachte in dit proces. Zijn zaak moet nog worden behandeld. Omdat hij ernstig ziek is, kan hij waarschijnlijk niet naar Nederland komen. Twee belangrijke, door de verdediging opgeroepen Iraakse getuigen zijn vooralsnog onvindbaar.

De advocaten van Van A. zullen ongetwijfeld protesteren als justitie toestaat dat de zakenpartners tegen Van A. getuigen. Omdat zij zelf een dubieuze rol spelen, kunnen ze volgens de verdediging niet objectief als getuige optreden. Maar ook als de getuigen niet komen, hebben de advocaten een troef in handen: in dat geval kunnen ze aandragen dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. Als Van A. wordt vervolgd, waarom laat het OM zijn Japanse zakenpartner dan ongemoeid?

Ondanks de zware klus die het OM nog zal moeten klaren om de rechter van A.'s kwade wil te overtuigen, hebben de slachtoffers van de Iraakse strijdgassen vertrouwen in de afloop. ,,Wij hopen op vergoeding van de materiële schade, maar ook op het goedmaken van de geestelijke schade'', zegt Oubeidulla Sharifi (48) uit het getroffen dorp Alouf, een van de tientallen Koerden die deze week voor de rechtszaak naar Nederland zijn gekomen. Sharifi had voor zijn komst naar Den Haag al twee keer met de Nederlandse justitie gesproken - met een delegatie van het OM in het Iraans-Koerdische dorp Sardasht, dat ook werd getroffen door een mosterdgasaanval, en met de rechter-commissaris in de Iraanse hoofdstad Teheran. Het is een proeve van de internationale samenwerking voor deze rechtszaak. Ook in de Verenigde Staten heeft het OM getuigen gehoord. Bovendien is een deel van de getuigeverklaringen betrokken van justitie in België, Duitsland en Zweden.

Het is mogelijk dat de uitkomst van de zaak tegen Frans van A. zal worden gebruikt in de zaak tegen Saddam Hussein, die sinds vorige maand in Irak terechtstaat. Vele getuigen hebben verklaard dat de voormalige leider van Irak en diens rechterhand Ali Hassan al-Majid, beter bekend als Ali Chemicali, het bevel tot de gifgasaanvallen op Koerdische plaatsen hebben gegeven. Bovendien blijkt uit dit proces dat Irak zich ook in de oorlog met Iran van gifgassen heeft bediend.

Hoewel de journalistieke belangstelling uit binnen- en buitenland na de eerste dag van het proces vrijwel volledig was weggeëbd, zal het vonnis in de zaak-Van A. internationaal met grote belangstelling worden gelezen.