Laat de mensen jullie brasa zien

Het is dat ene gebaar dat in veel geheugens gegrift staat. Op de avond dat Suriname onafhankelijk werd, vandaag precies dertig jaar geleden, gaven de Creoolse en Hindoestaanse leiders Arron en Lachmon elkaar in de tropennacht een brasa, een omhelzing. Arrons NPS was fel vóór de onafhankelijkheid; de meeste Hindoestanen tegen. Maar deze omarming, zo vonden optimisten, stond model voor de toekomst van Suriname: twee grote etnische groepen die elkaar naar het leven stonden, verbroederen onder het oog van de ex-kolonisatoren.

De man die de omhelzing in het stadion in de Cultuurtuin in Paramaribo mogelijk maakte, was Johan Ferrier, de laatste gouverneur van Suriname en de eerste president van de republiek. `Toen Arron en Lachmon mij een brasa gegeven hadden, duwde ik ze in elkaars armen: laat de mensen jullie brasa nog eens zien. Als duwtje in de rug voor een extra bewijs', aldus Ferrier in zijn levensverhaal dat na vele gesprekken in boekvorm soepel werd opgetekend door journalist John Jansen van Galen. Ook Ferrier, zo blijkt, was optimistisch over de onafhankelijkheid. Goed, terugkijkend wilde Nederland wel érg snel en was het animo voor onafhankelijkheid in Suriname zelf helemaal niet algemeen gedragen. Maar toch: `We konden het aan en we waren er rijp voor. Suriname was richtinggevend in het Caraïbisch gebied [...] We liepen op vele gebieden vooraan', aldus Ferrier.

Drie decennia later weten we hoe dramatisch het is afgelopen. Het Surinaams bruto binnenlands product ligt onder dat van landen als Trinidad, Grenada, Jamaica en zelfs de Dominicaanse Republiek. Het veel geroemde gezondheidszorg- en onderwijssysteem is in verval. En de democratie kreeg zware klappen. Het moet de inmiddels hoogbejaarde Ferrier pijn in het hart doen. Want de oud-president, die enkele maanden na de coup in 1980 aftrad en naar Nederland verhuisde, blijft vooral Surinamer in hart en nieren. Niet voor niets zegt hij altijd dat hij niet woont, maar verblijft te Oegstgeest.

Wat zou hij nou echt vinden van 30 jaar Suriname? Ferrier laat daarover niet het achterste van zijn tong zien. Hij beperkt zich tot algemene teksten zoals dat het hem sterkt dat veel jonge Surinamers bereid zijn `zich in te zetten voor de ontwikkeling van hun land' en dat hij het aan de andere kant `moeilijk te verwerken' vindt dat velen bezorgd zijn over het verval. Ook de passages waar Ferrier vertelt over de zaken waar hij intensief mee te maken had (met name de brisante periode tussen het plegen van de coup in februari '80 en het opstappen van Ferrier in augustus vanwege het door de militairen buiten werking stellen van de grondwet) blijven soms vlak. Het lijkt wel alsof de oud-president vooral vader des vaderlands wil blijven. Omdat er geen nader onderzoek is gedaan, worden niet alleen Ferriers diepere gedachten, maar vooral zijn rol bij enkele belangrijke episodes in de Surinaamse geschiedenis wat karig beschreven. Dat is jammer, maar kennelijk een bewuste keus. Jansen van Galen wijst er aan het eind van het boek op: het gaat om oral history, checks en wederhoor zijn achterwege gebleven.

Meer onderzoek is te vinden in De oorlog van de sergeanten. Het is een welkom vervolg op Ferrier: waar zijn verhaal ophoudt, begint, met kleine overlapping, het boek van Hoogbergen en Kruijt. Beiden zijn werkzaam aan de Utrechtse universiteit; Kruijt was bovendien co-auteur van het - haarscherpe - evaluatierapport over 25 jaar ontwikkelingshulp aan Suriname. Het onderwerp van hun boek - Surinaamse militairen in de politiek - is interessant. Sinds zestien sergeanten in 1980 de macht overnamen (en het leger die vele jaren behield, eerst formeel, later achter de schermen) is de invloed van militairen bepalend geweest voor de recente Surinaamse historie. De `Decembermoorden', de binnenlandse oorlog, de isolatie van Suriname, een in elkaar stortende economie, de eerste tekenen van een narcostaat: overal speelden militairen een rol. Doorslaggevend daarbij is de persoon van Desi Bouterse: coupleider (van de `Groep van Zestien'), langdurig bevelhebber van het Nationaal Leger en tegenwoordig oppositievoorman in de Assemblee. In het boek komt hij natuurlijk uitgebreid voor, maar veel dingen staan er ook niet of sporadisch in: de zwaarwegende `bloedbroederschap' tussen de leden van de Groep van Zestien bijvoorbeeld. Of over de nog steeds onopgehelderde onderhandelingen die Bouterse voerde met de `oude politieke partijen' over de terugkeer van de democratie bij het zogenaamde `Leonsberg-akkoord'. Over militairen in (drugs)zaken. En ook over de Decembermoorden, waarbij in 1982 vijftien vooraanstaande critici standrechtelijk werden geëxecuteerd, blijven openstaande vragen onbeantwoord. Maar dat is misschien ook wel wat veel gevraagd. Over de hete Surinaamse hangijzers van de afgelopen dertig jaar willen weinigen openlijk praten, laat staan dat er bewijzen te vinden zijn. Ook Hoogbergen en Kruijt kampen met dat euvel. Daar komt bij dat hun bronnenbeleid vraagtekens oproept. De auteurs baseren zich, soms willekeurig, af en toe op documentatie en boeken waarvan niet altijd vast staat of de daarin beschreven feiten wel helemaal kloppen. Daarnaast hebben ze weliswaar interessante personen geïnterviewd, maar te veel belangwekkende mensen ook niet. Daardoor krijgen figuren op relatieve afstand soms meer aandacht dan ze verdienen en bovendien te weinig tegenspel.

Het is heel lastig om een gezaghebbend boek over militairen in de Surinaamse politiek te schrijven zonder Bouterse gesproken te hebben, hoe moeilijk dat ook is. De auteurs reppen in hun dankwoord over anonieme informanten, maar gezien de inhoud van het boek is het zeer de vraag of de oud-bevelhebber, maar ook andere leden van de Groep van Zestien of belangrijke `denkers' als Badrissein Sital of Harvey Naarendorp, hun bijdrage hebben geleverd. Het maakt al met al dat het boek vooral rangschikt en nieuwsgierigheid wekt. Maar het laat ook te veel puzzelstukjes open.

John Jansen van Galen: Laatste gouverneur, eerste president.

De eeuw van Johan Ferrier, Surinamer. KITLV Press, 109 blz. €15,- Wim Hoogbergen en Dirk Kruijt:

De oorlog van de sergeanten. Surinaamse militairen in de politiek.

Bert Bakker, 316 blz. €19,95