Humor hebb'n wij niet nodig

De lamlendigheid sloeg soms deerlijk toe. Maar met hun absurdisme heeft de jongensclub van Jiskefet school gemaakt. ,,Bij de pier van Breskens zit een vis te zieken.''

C.Luimen was een man in een kreukelloos kostuum, gezeten op een terras. Onder zijn naam vermeldde de ondertitel dat hij `Norenhater' was. Met een verkrampt hoofd stond hij een onzichtbare interviewer te woord. Hij begon over ,,die veel te blonde hoofden'', zei zich hevig te storen aan de lengte van de gemiddelde Noor, sprak geërgerd over hun taal (,,met al die o's met die schuine streepjes d'r doorheen, daar zit een hoop aandachttrekkerij bij, hoor'') en was al spoedig niet meer te stuiten: ,,En dan heb ik het nog niet eens over die fjorden ... Daar kan je me echt witheet mee krijgen, hoor ... Dat vind ik zó makkelijk ... D'r is toch niks makkelijker dan uit een land komen met allemaal van die fjorden d'r in? Ik bedoel, de hele wereld weet wat een fjord is, maar dat interesseert toch niemand?''.

Dat hij C. Luimen heette, wist ik niet meer. Maar 's mans optreden, als tweede nummer in de allereerste aflevering van Jiskefet, staat me nog levendig voor de geest als het moment waarop ik me, luidkeels lachend, voor dat nieuwe programma gewonnen moest geven. Het gebeurde in een zolderkamertje van een der toenmalige VPRO-villa's, waar de eerste twee afleveringen werden voorvertoond voor de pers. En het gebeurde een paar dagen later, op zondag 9 september 1990, opnieuw toen de eerste aflevering werd uitgezonden. De door Kees Prins gespeelde `Norenhater' was zo zot en tegelijk zo'n raak getypeerd staaltje xenofobie, dat ik vijftien jaar lang een hondstrouwe kijker ben gebleven - ook als de makers daar nauwelijks enige aanleiding meer toe gaven.

Want wees eerlijk, de lamlendigheid sloeg soms deerlijk toe.

Maar wat veruit overheerst - nu na vijftien jaar de necrologie van Jiskefet moet worden geschreven - is alles wat wel onbedaarlijk geestig was. Ik weet nauwelijks waarmee te beginnen. Het was veel.

Pieter Verhoeff, die de eerste twee seizoenen regisseerde, liet tijdens die voorvertoning duidelijk doorschemeren dat het programma niet zonder slag of stoot op het tv-scherm was gekomen. De VPRO-leiding had huiverig op de plannen gereageerd, omdat er in de voorgaande jaren heel wat pogingen tot humor waren mislukt. In de schaduw van Van Kooten & De Bie leek niets te willen groeien. Dat het programma toch kon beginnen, had waarschijnlijk veel te maken met de goodwill die Verhoeff bij de omroep had.

Vuilnisvat

Jiskefet - het Friese woord voor vuilnisvat - kwam voort uit de door Rik Zaal bestierde VPRO-radiorubriek Borát, waarin de actrice Marjan Luif en de voormalige Montessorischoolvrienden Herman Koch en Michiel Romeyn een meanderend soort sketches speelden. Zo heette het, in een variatie op de toen dagelijks omgeroepen waterstanden, ,,dat bij de pier van Breskens een vis zit te zieken''. Of, in een `radio-causerie' over humor in Oostenrijk: ,,Ik geloof wel dat het een verdienste is van het Oostenrijkse volk, dat zij het zo goed zonder humor kunnen stellen.'' Het eerste voorbeeld doet denken aan de latere Dierenwinkel-sketch; het tweede aan de nadien door Koch vertolkte boer die peinzend verklaarde: ,,Humor, da' hebb'n wij op het platteland niet nodig, hè. 't Is zo al hard werk'n genoeg.''

Luif, Koch en Romeyn wilden op de televisie en vroegen de meesterpersifleerder Kees Prins om mee te doen. Samen met Arjan Ederveen had Prins het duo De Duo's gevormd, dat zich specialiseerde in mallotige meligheid (zoals hun lijzige sketch als Saartje en Swiebertje). En al snel bleek Prins er zo goed bij te passen, dat Jiskefet als vanzelfsprekend een exclusieve jongensclub werd. De breuk met Luif was pijnlijk - vooral voor haar - maar onvermijdelijk. Latere gastactrices als Beppie Melissen (José van Oboema, de hoofdzuster in de Sint Hubertusberg) en Annet Malherbe (koffiejuffrouw Jannie) werden per scène geëngageerd zonder een prominente rol te spelen als mede-samensteller.

Volledig uitgeschreven en ter plekke geïmproviseerde scènes wisselden elkaar af. Het eerste was nieuw op de Nederlandse televisie; nooit eerder waren er louter op basis van een paar rudimentaire afspraken sketches gespeeld. Te vermoeden valt dat vooral de aartsabsurdist Romeyn daarvan de grote gangmaker was. Als de mannen van Jiskefet zich al lieten interviewen over de gedachten achter hun programma - hetgeen zelden gebeurde - was het meestal Romeyn die prat ging op het spelen van onverstaanbare mannen, of het minutenlang filmen van drie mannen in overalls die alleen maar `Peter!' naar elkaar riepen. Hij had er een hekel aan teksten uit het hoofd leren, zei hij. Toch was nu juist hij de vaste klant in de Dierenwinkel, die zich eens in plechtige zinsneden bekloeg over de hinderlijke aanwezigheid van nijlpaarden bij de drinkplaats op een film over toekans. ,,Nu heb ik niets tegen nijlpaarden, maar de tevens bij de drinkplaats aanwezige vogels kwamen daardoor wel erg op het tweede plan te staan'', zei hij. Om vervolgens ook te fulmineren tegen de bosnegers die in beeld kwamen: ,,Het gedrag bij de drinkplaats van de bosnegers was ronduit hinderlijk. Mijn belangstelling geldt in de eerste plaats de dieren. Voor een film over bosnegers bedankt ondergetekende feestelijk.''

Het lijkt er echter op dat het aandeel van zulke zorgvuldig geschreven teksten in de loop der jaren is afgenomen. De tragikomische brieven van een gescheiden vader aan zijn zoontje Capriccio waren ongetwijfeld vooraf geschreven, evenals de avonturen van een in silhouet gefilmd `lid van het koninklijk huis', dat met de stem van prins Bernhard vertelde over een visweekend met George Bush: ,,Op een bepaald moment gaan dus, klappen die saloondeurtjes open, en wie staat daar plotseling in levenden lijve in die bar ... Donald Duck. En dat was zo'n mooi moment, want hij was het helemaal, net zoals-ie in die films is. Dus met al dat drukke gedoe, al die strapatsen, al die quatsch die die ook de films stopt ...''

Goeiesmorgens

En ook de als Duitse soldaten uitgedoste Wolfgang en Günther, die in een talkshow aan Kees Prins kwamen uitleggen hoe lang ze al in Nederland woonden, verrieden een doordacht script: ,,Wij zijn hier eigenlijk gekomen in een periode dat er, zeg maar gerust een conflict was tussen de toenmalige Duitse regering en de toenmalige Nederlandse regering ...'' Waarna ze, als verzoenend gebaar aan het Nederlandse volk, een Wiedergutmachungsschnitzel gingen maken.

Maar allengs werd er vaker geïmproviseerd. Niet alleen in het quasi-Engels gemompelde buitenbeeldcommentaar bij beelden van iets hockey-achtigs (,,Well, it has stopped raining ... and there it goes ... a little wide ... well, they're up to four now, referee's checking the doors, goes up, comes down ... just in the nick of time, goin' for the red and the greens, yes, yes, they're off''), maar vooral ook in het met dodelijk venijn geportretteerde kantoorleven van Debiteuren Crediteuren. Wekelijks kwamen ze in slechts minimale variaties voorbij: Jos met zijn Algemeen Dagblad en zijn schokschouderende pret, Edgar met zijn dagelijkse mop en zijn door zijn vrouw klaargemaakte boterhammen in een trommeltje, Storm met zijn wetenschappelijke wetenswaardigheden en Jannie met haar stille verdriet. ,,Goeiesmorgens Jos'' en ,,Goeiemorgen deze morgen, Edgar'' zeiden de twee centrale figuren onveranderlijk tegen elkaar - begroetingen waarvan het oorspronkelijke grapje allang was versteend in de monotone herhaling.

Voor het eerst maakten de Jiskefet-mannen toen mee dat hun persiflage gretig werd gekopieerd door degenen die ze eigenlijk bedoelden te bespotten. Overal in het land werden hun opzettelijk flauwe kwinkslagen overgenomen door kantoorlui die leuk wilden zijn. Zulke niet bedoelde effecten bevestigden hoe feilloos hun procédé vaak was: hun overdrijving van het dagelijks leven bleef nog net herkenbaar genoeg om weerklank op te roepen. Zodra de karikatuur te vet werd, bleef dat succes achterwege.

Debiteuren Crediteuren werd min of meer opgevolgd door de lullo's, de drie corpsballen wier conversatie beperkt was tot de vraag of er nog ergens wat te neuken viel. In sommige studentenkringen groeiden Kerstens, Kamphuijs en Van Binsbergen uit tot ware rolmodellen.

Door zulke subseries moeten Koch, Prins en Romeyn ook het gemak van de herhaling hebben ontdekt, dat ze sindsdien met veel minder precisie - en ook met veel minder succes - hebben toegepast op allerlei andere personages. Het herhalen werd uitmelken, en het uitmelken werd soms stierlijk vervelend.

Menigeen was zelfs allang gestopt met kijken, tot Jiskefet dit voorjaar begon met de serie Sint Hubertusberg. Mij deed die serie niet veel meer; na de eerste aflevering begon het gemakzuchtige herhalen weer. Maar volgens velen behelsde de kluchtigheid tevens een schrille sfeertekening van een bejaardentehuis, ja zelfs een onverbloemde aanklacht tegen de wijze waarop wij met ouderen omgaan.

Sint Hubertusberg ging op zondag 29 mei 2005, ietwat abrupt, in vlammen op. Nu pas weten we dat dat dus ook de avond was waarop Jiskefet voorgoed verdween. Het was op. Maar wat is het veel geweest.

De laatste twee Jiskefet-seizoenen zijn te zien op www.vpro.nl