Hoofdredactionele commentaren hebben zin

Volgens velen is het hoofdredactionele commentaar een fossiel uit de tijd dat de krant nog een meneer was. Redacties zouden tegenwoordig zo pluriform zijn dat een anonieme commentator nooit `de' mening van `de' krant kan geven. Toch volhardt NRC Handelsblad in deze traditie. Hoe zinvol is dat?

Laten we eerst het misverstand wegnemen dat alle commentaren door de hoofdredacteur worden geschreven. Deze krant werkt met een groep van vijf commentatoren. Die vertegenwoordigen verschillende deskundigheden: economie, buitenland, politiek, maatschappij, en recht en bestuur. Hoofdredacteur Folkert Jensma is een van de vijf commentatoren en neemt de laatste sector voor zijn rekening. Hij is ook eindverantwoordelijk voor alle commentaren.

Dagelijks is er een kort beraad en eens per week wordt er langer vergaderd over grotere thema's. Soms worden vakredacteuren geraadpleegd, maar meestal houden de commentatoren enige afstand tot de dagelijkse verslaggeving. Toch is de commentatorenclub wel geworteld in de redactie. Via chefs zijn belangrijke deelredacties vertegenwoordigd. Bovendien wisselen commentatoren elkaar om de vijf jaar af. Zo is er over langere tijd gezien een grotere groep die participeert. In die zin is de commentaarkolom de ruggengraat van de krant.

Ook al zeggen sommige redacteuren dat ze de commentaren zelden lezen, toch mogen we aannemen dat de geest van de redactie door de commentaren wordt weerspiegeld. Bij de selectie en interpretatie van het nieuws zullen de ideeën die hier worden verwoord, bewust of onbewust een rol spelen.

Volgens hoofdredacteur Jensma is het eerste hoofdartikel van de in 1970 door fusie ontstane krant NRC Handelsblad nog altijd richtinggevend. Er is wel `voortschrijdend inzicht', maar de uitgangspunten zijn onveranderd: individu, vrijheid, internationale blik, rechtsstatelijkheid en marktwerking. Vanuit die optiek schrijft de commentaargroep dagelijks één à twee commentaren, zo'n vierhonderd per jaar. Terwijl de commentaren vroeger soms een hele kolom besloegen, zijn ze nu meestal niet langer dan een halve. Ze zijn ook meer geprononceerd. Het zijn wel altijd beredeneerde meningen.

Verreweg de belangrijkste thema's zijn marktwerking en vrijheid. De markteconomie is het uitgangspunt, of het nu gaat om vrijhandel op wereldschaal of om woningbeleid in eigen land. Daarom gunt de krant China zijn successen op de wereldmarkt en is zij kritisch ten aanzien van indirecte woonsubsidie aan middengroepen en hypotheekrenteaftrek. Landbouwsubsidies moeten worden teruggedrongen.

Marktpartijen moeten zich wel aan de regels houden, er moet echte concurrentie zijn en excessen moeten worden bestreden. Daarom moet China zijn monetaire beleid aanpassen, moeten energiemaatschappijen meer concurreren en moet uitbuiting van arme landen worden uitgebannen. Rijke landen moeten voorkomen dat een onderklasse de dupe wordt. Om overmatig alcoholgebruik onder jongeren tegen te gaan, mogen best regels worden gesteld aan de reclame. En milieuvervuiling door auto's kan verminderd worden door een maximumsnelheid van 80 kilometer rond grote steden of door hogere belasting op terreinwagens. Keer op keer pleit de krant voor zuinig energiegebruik, zowel wegens de schaarste aan fossiele brandstoffen als de milieuvervuiling.

Ook privatisering kent haar grenzen. Er is in het verleden te veel misgegaan. Misschien moet Schiphol dus maar niet naar de beurs. Ook het elektriciteitsnet moet nog maar even in overheidshanden blijven. Het openbaar vervoer moet bevorderd worden. Verzelfstandiging van publieke diensten mag niet leiden tot excessieve salarissen. En de krant heeft een broertje dood aan bureaucratisering, om het even of het nu de publieke of de private sector is.

De vrijheid van het individu is het tweede hoofdthema. Hoe belangrijk terreurbestrijding ook is, de commentator wijst de ministers Donner, Remkes en Verdonk geregeld op onevenredige inbreuken op de persoonlijke vrijheid van burgers. Het asielbeleid mag streng zijn, maar moet wel humaan blijven. Moslims mogen niet tot tweederangsburgers worden gedegradeerd. De islam moet als godsdienst worden erkend, net als het christendom. Veel commentaren gaan over de zuiverheid van de rechtsgang.

Bepaalde opinies keren vaak terug. De commentator wordt niet moe er op te wijzen dat de pensioenleeftijd omhoog moet. De loonkosten moeten in de hand worden gehouden, zowel om op de wereldmarkt te concurreren als om werklozen aan werk te helpen. De publieke omroep moet zich beperken tot zijn kerntaken: informatie, opinie en cultuur. In veel kwesties roept de krant op tot burgerzin. Ook het individualisme heeft zijn grenzen, verantwoordelijke burgers ,,vormen de infrastructuur van de liberale maatschappij''.

De parlementaire democratie is het best denkbare systeem. Daarom wakkert de commentator de kritische functie van de Tweede Kamer aan. Ook de regering moet zorgvuldig zijn. Bij de `overhaaste' zorgwetgeving was dat niet het geval. De krant staat huiverig tegenover populistische partijen. En de koningin? Die is eigenlijk een vreemde eend in de democratische bijt. Maar ach, Beatrix doet het goed, dus daar zeuren we niet over. Alleen als ze haar boekje te buiten gaat, heft de krant het staatsrechtelijke vingertje.

Het buitenland krijgt veel aandacht. De krant was voor een brede coalitie in Duitsland, is voor een Palestijnse staat en tegen militaire bedreiging van Iran. De eenzijdige en preventieve oorlog van de Verenigde Staten en Engeland tegen Irak is destijds veroordeeld. Maar de commentator ging akkoord met de zending van Nederlandse troepen toen de eerste slag was geleverd. Het argument was dat Irak weer een zaak van de internationale gemeenschap moest worden. Veel belang hecht de krant aan de VN en juist daarom moet die gevrijwaard worden van corruptie en bureaucratisering. Ook de WHO is essentieel, al was het maar ter bestrijding van pandemieën.

Zo kunnen we nog even doorgaan. Maar dit is voldoende om de vraag te beantwoorden of hoofdredactionele commentaren nog zin hebben. Wie dagelijks een beredeneerde mening over zeer verschillende kwesties wil lezen, heeft baat bij zo'n rubriek. Je kunt het er mee eens zijn of niet, het scherpt je eigen visie. En de opiniepagina biedt genoeg ruimte voor andere meningen, ook van lezers.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist' blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf