Het suikerbastion hield het niet langer

EU-landbouwministers hebben gisteren een doorbraak bereikt in de suikersector. De suikerprijs daalt in vier jaar met 36 procent.

Suiker was het laatste bastion. Elke poging om een bres te schieten in de wallen van deze bedrijfstak, de meest beschermde landbouwsector in Europa, mislukte totnutoe, uit angst voor politieke onrust, acties onder boeren en ontslagen bij suikerfabrieken. De garantieprijs voor suiker bleef in de Europese Unie drie keer boven het wereldmarktniveau liggen.

Tot gisteren. Met het akkoord dat de ministers van landbouw hebben bereikt om de suikerprijs met 36 procent te verlagen, is voor het eerst in veertig jaar het Europese `suikerregime' op de schop gegaan, dat boeren en suikerfabrieken met importheffingen en exportsubsidies afschermde. De Britse landbouwminister en fungerend EU-voorzitter Margareth Beckett sprak na drie dagen vergaderen van een ,,historische'' dag. Minister Cees Veerman gebruikte vergelijkbare termen.

Het moest ook wel gebeuren. ,,Dit was de laatste kans voor een ordelijke overgang naar een nieuw suikerregime'', aldus Beckett. Daarover waren alle 25 EU-lidstaten het vóór de landbouwmarathon eens. De EU moet in mei 2006 haar suikerexport reeds met 2 miljoen ton hebben verminderd wegens een veroordeling door de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die het dumpen van Europese suiker ten koste van ontwikkelingslanden aan banden wil leggen. Bovendien begint het zaaiseizoen in de EU al over enkele maanden, zo constateerde Veerman, en dus mochten boeren en suikerindustrie niet langer in het onzekere worden gelaten. Want niemand wist wat de sector boven het hoofd hing, als het huidige suikerregime per 1 juli 2006 automatisch afloopt. Besluiten waren twee jaar lang uitgesteld.

Niet alles wordt meteen anders. Italië mag zijn arme bietenboeren in het zuiden tijdelijk steun te geven. Litouwen en Zweden krijgen meer suikerquotum toegewezen. Frankrijk mag iets extra's doen voor zijn overzeese gebiedsdelen. En Portugal krijgt voordelen bij de raffinage van geïmporteerde ruwe rietsuiker, omdat de Portugese bietenteelt ten onder gaat door de lagere Europese suikerprijs. Zoals wel vaker in de Europese Unie komen akkoorden alleen tot stand na sterke staaltjes van koehandel. Maar uiteindelijk telt vooral het politieke resultaat.

Het Britse EU-voorzitterschap had het in zekere zin gemakkelijk, omdat geen akkoord voor vrijwel niemand nog een optie was. Opmerkelijk was dat Beckett haar eigen suikersector in de compromisvoorstellen meer bevoordeelde dan in overeenstemming leek met haar rol als neutrale voorzitter. Dat voorspelt volgens diplomaten weinig goeds voor de EU-top over de meerjarenbegroting in december, wanneer ook de Britse korting op het spel staat. [Vervolg SUIKER: pagina 11]

SUIKER

Grenzen afgetast via bilateraaltjes

[Vervolg van pagina 1] Een betrokken diplomaat sprak van een ,,Brits sausje'' over het suikerakkoord. Zo behoudt het Britse suikerconcern Tate & Lyle wegens historische rechten in de EU zijn voorkeurspositie bij de verwerking van geïmporteerde ruwe rietsuiker uit ontwikkelingslanden, waardoor het bedrijf steeds op volle capaciteit kan draaien. ,,Als je de boel liberaliseert, waarom moet je dan bepaalde landen voorrechten geven?'' aldus een hierover geïrriteerde minister Veerman. Maar zijn verzet in deze kwestie had geen effect. Dat kwam vooral doordat het Britse voorzitterschap - samen met de Europese Commissie - op een volgens velen behendige manier potentiële dwarsliggers tevreden kon stellen. Via vele bilateraaltjes waren de grenzen vakkundig afgetast.

De noodzaak een akkoord te bereiken zette menig minister ertoe aan de prijs behoorlijk op te drijven. En zo werd in de marathonbijeenkomst hevig gedeald over miljarden euro aan compensaties en vele duizenden tonnen suikerquota meer of minder.

EU-lidstaten die meer dan de helft van hun suikerquota opgeven mogen nu hun bietenboeren gedurende vijf jaar tot 100 procent inkomenssteun geven, waarvan het meeste uit Brussel komt. Daarmee werden lidstaten als Italië, die wegens inefficiëntie sowieso een deel van hun productie zien wegvallen, over de streep getrokken. Bovendien vormt de regeling door de verplichte inlevering van de helft van de quota een extra stimulans om de productie te verminderen, waardoor volgens Brussel minder overschotten met exportsubsidies op de wereldmarkt worden gedumpt. Ook het herstructureringsfonds van 4,23 miljard euro leidt tot snelle productiedaling. Dat komt doordat quota die worden ingeleverd in het eerste jaar het meeste geld opleveren. Om het fonds nog aantrekkelijker te maken hoeven fabrieken niet direct alle suikerquota in te leveren, zoals aanvankelijk was voorgesteld, en mogen ook bietenboeren meeprofiteren. Bij een gedeeltelijke ontmanteling van suikerfabrieken zal diversificatie van productie gemakkelijker worden. Ook wordt daarvoor extra geld uitgetrokken, wat innovatie met bijvoorbeeld energiegewassen moet stimuleren.

En dan waren er nog de op maat gesneden douceurtjes voor lidstaten met een marginale productie. Zo mag Finland meer steun aan z'n bietenboeren betalen. Litouwen werd via een handige driehoeksruil gelokt met een deel van het Finse suikerquotum. Ook Zweden krijgt een deel van het Finse quotum. En daarmee is dan weer het Deense suikerconcern Danisco geholpen, de eigenaar van de suikerfabrieken in Finland, Zweden en Litouwen. Uiteindelijk bleven van de elf dwarsliggers alleen Estland, Griekenland en Polen over. Diplomaten constateerden dat Polen zich sinds het aantreden van de nieuwe regering in Brussel harder opstelt.

Volgens landbouwcommissaris Fischer Boel zijn de belangrijkste doelstellingen van de hervorming overeind gebleven. Zij werd daarin door grote en efficiënte suikerproducenten als Frankrijk en Duitsland gesteund. ,,De suikerproductie wordt teruggebracht tot een houdbaar niveau'', zei Fischer Boel. ,,En de EU blijft een aantrekkelijke markt voor ontwikkelingslanden om hun suiker te verkopen.'' (Zie `Hulporganisaties leveren felle kritiek op suikerakkoord'.) Ook volgens Veerman is de hervorming op ,,de hoofdlijn'' gehandhaafd. Hij vond daarom dat het Britse voorzitterschap per saldo ,,prima werk'' had geleverd.