Een broertje of zusje voor Baby Rat

CUNEO/PARIJS/LUZERN/DUBLIN. De notabelen van de stad Cuneo, een uur rijden van Turijn, hadden zich verzameld in het restaurant van het Palazzo Lovera Hotel. Het truffelseizoen was begonnen. L'art de la conversation, de kunst om grappig te lijken zonder veel te zeggen en de schijn van genegenheid te wekken zonder persoonlijk te worden, werd hier beheerst. Reden van de bijeenkomst waren niet de truffels maar de opening van het literaire festival `Scrittoreincittà'. Dit jaar was ik uitgenodigd.

Aan mijn tafel zaten een zanger en zijn gitarist en een schrijver en zijn vrouw. De schrijver woonde op de boerderij waar hij was geboren en waar hij hoopte te sterven. Uit dat laatste bleek dat hij l'art de la conversation niet onder de knie had. Sterven doe je of niet. Erover praten geeft geen pas.

De volgende dag moest ik met een Italiaanse auteur discussiëren over gekte in en buiten de literatuur. Waarom de organisatoren dit thema aan mij hadden gekoppeld kan ik niet met zekerheid zeggen. In vergelijking met thema's als `het jodendom in onzekere tijden' was het een stap voorwaarts.

Na afloop werd ik gebeld door mijn petekind, Baby Rat, die overwintert in Bolivia.

,,Mammie'', zei hij.

,,Ik ben mammie niet. Ik ben kameraad Arnon.''

Met l'art de la conversation kun je niet vroeg genoeg beginnen.

In Parijs nam ik mijn intrek in hotel Le Bristol. Voornamelijk vanwege het zwembad op de zesde verdieping aldaar.

De notabelen van Cuneo hadden gezegd: ,,Pas maar op in Parijs.''

Maar nergens een spoor van de opstandige jeugd. Wat nog het meest in de buurt kwam, was een rij van vierhonderd meter voor een tentoonstelling over melancholie.

Dat werd het zwembad.

Opnieuw belde Baby Rat.

Toen het er in september 48 uur naar uitzag dat ik vader zou worden, vertelde ik dat de moeder van Baby Rat. Wie anders moest ik in vertrouwen nemen? Ze zei: ,,Dan krijgt Baby Rat een broertje of zusje''.

Dat vond ik zo'n lieve reactie dat het idee dat ik Baby Rat een broertje of zusje moet geven mij sindsdien niet loslaat.

Ik heb een visioen dat ik in alle landen van Europa één kind maak en dat Baby Rat dan door Europa reist om uit te kiezen welke hij als broertje wil hebben. Met sociaal darwinisme kun je ook niet vroeg genoeg beginnen.

Maandagmiddag ging ik lunchen met Agnès Desarthe. Een Franse schrijfster die in de jury van de Ierse Impac-prijs zat, waarvoor ik dit jaar was genomineerd. Ze had me in juni een brief geschreven dat ze vond dat ik had moeten winnen. Dat ze met alle juryleden had geslapen, ook de kale en de schurftige. Maar dat het niet had geholpen. Haar charmes waren aan slijtage onderhevig.

Zelden hoor je zoiets van juryleden. Dat ze hun seksleven aanpassen aan hun liefde voor jouw roman.

De lunch bestond uit een quiche.

Na Parijs kwam Luzern, waar Veronika Studer woont, die ik van de zomer in een vliegtuig heb ontmoet. Zij wilde haar verjaardag met mij vieren. Verjaardagen lijken op literaire festivals. Een terugkerend evenement dat niet altijd in even hoge mate bijdraagt aan het geluk.

De concièrge van het hotel Palace Luzern liet ik een boeket verzorgen. De jarige stelt bloemen op prijs.

In een e-mail las ik dat de directrice van de VPRO-televisie mij had ontslagen. Aan het programma lag het niet, maar de kijkcijfers vielen tegen. Nederland 3 verloor marktaandeel. Dat was mede mijn schuld.

Het ontslag was een draai om de oren.

Daarna rende ik naar beneden.

,,Hoe is het?'' vroeg Veronika.

Om haar met het ontslag lastig te vallen was ongepast.

Ik zei: ,,Ik ben verschrikkelijk blij je te zien.''

Na het dessert voelde ik de behoefte Veronika te zoenen en dat deed ik toen maar.

Een beschaafd mens neukt de kijkcijfers van zich af.

,,Je bent ook wie je speelt'', had een vriend gezegd.

Als ik deed alsof ik van Veronika Studer hield, hield ik misschien echt een beetje van haar.

Een geruststelling.

In alle vroegte vertrok zij naar haar werk en ik naar Dublin.

Mijn huis in Dublin is uitgezocht door de moeder van Baby Rat.

Op een avond zei ze tegen me: ,,Eigenlijk ben ik een soort negentiende-eeuwse huishoudster voor je. Ik regel je huizen, ik lees je boeken als eerste, straks voed ik je kinderen op.''

Het diepste verbond heb je met je huishoudster.

In Dublin ging ik Marieke ontmoeten.

Ik was haar tegengekomen in het antikraakpand waar mijn Delftse studenten van de herfst een etentje voor me hadden georganiseerd.

In één oogopslag weet ik wie me interesseert, wie ik nog een keer wil zien. Al lukt dat niet altijd. Wat overblijft zijn nederlagen. Succes is een nederlaag in vermomming.

Om half acht donderdag had ik met haar afgesproken in de bar van het Fitzwilliam Hotel.

Vlak daarvoor belde Bolivia.

,,Het huis staat er prima bij'', zei ik, ,,maar ik moet weg.''

,,Waarheen?'' vroeg de moeder van Baby Rat.

,,Ik ga ene Marieke ontmoeten.''

,,Je bent onverbeterlijk.''

,,Ik moet de ziel redden. En het lichaam geeft toegang tot de ziel. Men zegt dat wie één mens heeft gered de wereld heeft gered, maar voor mij heeft het Opperwezen de lat hoger gelegd.''

Marieke rook lekker. En ze was zacht. En lief, met stevige billen.

's Ochtends vroeg wees ze op een pak luiers dat in de slaapkamer stond, een knuffel, een pot crème tegen luieruitslag.

,,Dat verhaal over je petekind was een leugen, niet? Eigenlijk heb je vrouw en kinderen. Niet dat het veel uitmaakt, maar ik zou je wel minder sympathiek vinden.''

Het idee was hilarisch.

,,Je hebt gelijk'', zei ik. ,,Daarom moeten we oefenen voor als mijn vrouw thuiskomt. Ik klop op de deur, en jij verstopt je snel in de kast.''

Dat deden we.

,,Hoe gaat het in de kast?'' vroeg ik na een paar minuten.

,,Ik heb mijn hoofd gestoten aan een strijkijzer, verder gaat het prima.''

Besluiteloos bleef ik voor de kastdeur staan.

Uiteindelijk zei ik: ,,Luister Marieke, ik vind je lief.''

Of dit binnen l'art de la conversation viel of ver daarbuiten wist ik even niet meer.