Duizenden toefjes gevaar

Het programma Docs at War op het IDFA brengt een overzicht van documentaires die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de bioscoop draaiden. Hoe afstandelijker hoe echter.

Het is druk in de synagoge. Tientallen mannen zijn er verzameld voor gebed. Sommigen dragen bontmutsen, anderen hebben kleine zwarte doosjes op hun hoofd. Er is gezang. De Tora wordt uitgerold tot aan de passage die voorgelezen gaat worden. Terwijl ik het zie, besef ik het pas: dit heb ik nog nooit eerder gezien.

Het programma Docs at War 1939-1945 op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) toont meer dingen die ik nog nooit gezien heb. Door documentaires kom je op plekken waar je anders nooit geweest zou zijn, zoals hoog in de lucht boven Duitsland in een bommenwerper. De kogels van het Duitse afweergeschut die geen doel treffen, worden bruine wolkjes tegen het blauw, alsof het kwallen zijn in zee. Roerloos hangen ze daar, duizenden toefjes geweken gevaar.

Ze stelen de show in Memphis Belle, een documentaire - in kleur - van William Wyler uit 1944 over een bombardementsvlucht van deze B-17. Memphis Belle is een documentaire die het historisch hart doet opspringen, omdat hij laat zien hoe het eigentlich gewesen ist. Een groot deel van de opnames werd vanuit de bommenwerper gemaakt. Toch kan die locatie niet alle afstand overbruggen. Zou de bemanning oog hebben gehad voor de schoonheid van de Flak, het afweervuur? Of was ze daar te bang voor? Zien is niet voelen, zeker niet in deze documentaire. Er wordt tijdens de vlucht ook een Duits vliegtuig neergeschoten en er gaat een Amerikaans toestel naar beneden, maar angstige of triomfantelijke gezichten van de bemanningen krijgen we niet te zien, zoals in een speelfilm waarschijnlijk het geval zal zijn. Die afstandelijkheid is bijna een waarmerk van echtheid.

Wat zouden de orthodoxe joden hebben gevoeld die tijdens die dienst in de synagoge in beeld komen? Deze beelden zijn afkomstig uit Der ewige Jude, het documentaire vervolg op de speelfilm Jud Süss, beide uit 1940. Dit is de film waarin joden met ratten worden vergeleken, een van de bekendst gebleven voorbeelden uit het propaganda-arsenaal van de nazi's. De film, die bijna nooit in zijn geheel wordt vertoond, kwam eerder dit jaar in het nieuws omdat Geert Mak in zijn pamflet Gedoemd tot kwetsbaarheid een `vormovereenkomst' zag tussen Submission, de film van Ayaan Hirsi Ali en Theo van Gogh, en de `smeertroep' van Goebbels.

Mempis Belle en Der ewige Jude zijn twee van de 28 korte en lange films die in Docs at War worden vertoond. Het programma werd bedacht door David Barnouw, medewerker van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, die zestig jaar na de bevrijding een overzicht wilde zien van documentaires die tijdens de oorlog in de bioscoop draaiden. De uitverkoren films geven een divers beeld. Sommige lijken gekozen om hun kunstzinnige waarde, andere als curiositeit. Zo is er een Japans bioscoopjournaal over de aanval op Pearl Harbor. Vooral in Engeland bloeide de documentaire in de oorlog, getuige de kwaliteit van films als London Calling en Desert Victory. In Amerika werden speelfilmregisseurs uit Hollywood aangetrokken om documentaires te maken, waaronder de beroemde serie Why We Fight van Frank Capra.

Stempelende arbeiders

Uit Nederland komt een aantal door de NSB geproduceerde korte films, zoals Met Duitschland voor een vrij Nederland. Volgens filmhistoricus Chris Vos, een van de samenstellers van het programma, was de NSB met deze korte filmpjes de pionier van de historische documentaire in Nederland. Met beelden uit oude bioscoopjournaals, bijvoorbeeld van stempelende arbeiders, feestende aristocraten en hongerige kinderen, werden de verschrikkingen van het recente verleden in herinnering gebracht - ,,de tijd dat Nederland zich vrij waande, beïnvloed als het was door een joodse pers, een kapitalistische wereldbeschouwing en een plutocratische regering''.

Veel NSB-films werden gemaakt door Jan Teunissen. Stukken uit een oudere film van hem kwamen terecht in Der ewige Jude van Fritz Hippler. Voor Nederland en Frankrijk werd van deze film een nieuwe versie gemonteerd. In de Nederlandse versie zit een stukje uit Sjabbos/ Vrijdagavond, een film die Teunissen in 1932, voor hij lid werd van de NSB, maakte over de oude jodenbuurt van Amsterdam. Toen was er alleen muziek en geluid bij. In Der ewige Jude is er een voice-over, vlak voor er een vol terras op het Rembrandtplein in beeld komt: ,,Ook deze geassimileerde Nederlandse joden zijn en blijven vreemde elementen in het organisme van hun gastvolk, hoeveel zij er uiterlijk ook op mogen lijken.''

Dit commentaar verwijst naar een van de stellingen waar de film steeds op hamert: de jood blijft een jood, ook in zijn vermomming van beschaafde westerling. De gruwelijkste beelden uit de film zijn niet die waarin joden met ratten worden vergeleken, maar die waarin joden zonder en met deze `vermomming' worden getoond. We zien bijvoorbeeld een groepsportret van vijf mannen met baarden, hoeden, en kaftans, gevolgd door een opname van dezelfde mannen, nu glad geschoren, met kortgeknipt haar, een pak aan en een das om. ,,Het is begrijpelijk dat deze gettojoden zich in hun schone Europese kostuums nog niet op hun gemak voelen'', meldt het commentaar. Wat zou er in deze mannen om zijn gegaan? En wat is er van hen geworden? Kregen ze na hun Europese pak nog een streepjespak aan?

Anders dan de Nederlandse opnames, werden deze beelden speciaal voor Der ewige Jude gemaakt. In oktober 1939, een maand na de Duitse inval, trok een cameraploeg naar Polen om in opdracht van Goebbels in de getto's te filmen. De camera glijdt langs hun gezichten. Ze lachen.

Der ewige Jude wordt vaak een `pseudo-documentaire' genoemd. Maar zo gemakkelijk is de film niet weg te zetten. Als de definitie van documentairepionier John Grierson, `the creative use of actuality' als uitgangspunt wordt genomen, kan Der ewige Jude een documentaire worden genoemd, hoe walgelijk de film ook is. Er is waarschijnlijk geen documentaire die de werkelijkheid niet manipuleert, en tussen manipulatie en bedrog zijn de grenzen vaag. Propaganda en documentaire blijken ook geen begrippen die elkaar uitsluiten. In 1942 werd een tekenfilm waarin Donald Duck de Amerikanen aanspoort hun belasting te betalen - `Taxes to beat the Axis' - genomineerd voor een Oscar in de categorie `beste documentaire'. Documentaire beelden werden tijdens de oorlog voor de troepen op de meest onverwachte manieren ingezet. Zo bevatte het Army-Navy Screen Magazine, een ook door Frank Capra bedacht, tweewekelijks bioscoopjournaal, de rubriek `By Request'. Soldaten konden verzoeken indienen voor het zien van beelden die ze misten. In een boek over Why We Fight wordt één voorbeeld van zo'n verzoek gegeven, dat in zijn simpelheid ontroering wekt. ,,Men in the tropics asked for shots of a Chicago blizzard.''

Aan dat eenvoudige verzoek kon waarschijnlijk gemakkelijk voldaan worden; een opname van een sneeuwstorm in Chicago was vijftig jaar na de uitvinding van de film vast niet moeilijk te vinden. Maar niet overal zijn beelden van. Al in 1898 pleitte de Poolse filmmaker Bolestaw Matuszewsky voor een historisch filmarchief, maar hij zag ook in ,,dat een historische gebeurtenis niet altijd plaatsvindt daar waar er iemand op staat te wachten.'' Zelfs nu, in het tijdperk dat de camera alomtegenwoordig lijkt, worden er nog dingen niet gefilmd, zoals een paar jaar geleden zo schrijnend bleek in Leslie Woodheads documentaire over de val van Srebrenica, Cry From the Grave. De vluchtelingen op de Nederlandse compound in Potocari zijn door Nederlandse soldaten uitgebreid gefilmd, maar niet is vastgelegd dat er om de hoek mannen werden geëxecuteerd.

Nostalgie

Op het IDFA draaien twee afleveringen uit Why We Fight. Er is op het festival ook een nieuwe film met dezelfde titel, van Eugene Jarecki. ,,Toen waren de redenen duidelijk waarom we vochten'', zei Jarecki in een interview, ,,fascisme, genocide, onderdrukking. Als je nu vraagt waarom we vechten in Irak, zijn de redenen veel minder helder.'' Uit Jarecki's woorden spreekt een zekere nostalgie naar `the Good War', zoals de Tweede Wereldoorlog in Amerika wel is genoemd. Uit zijn project blijken nog andere dingen. Waarschijnlijk is de Tweede Wereldoorlog de eerste en de laatste oorlog geweest waarin filmdocumentaires een belangrijke rol speelden in de overheidspropaganda. Op het IDFA worden bijvoorbeeld geen films vertoond die het standpunt van Bush uitdragen. Dat kan komen doordat het IDFA een onderonsje is voor linkse intellectuelen, zoals Jarecki het festival met enige zelfspot een paar jaar geleden noemde tijdens een debat over politiek en media. Het kan ook zijn dat ze niet gemaakt worden. De propaganda van het `politiek-journalistieke complex' kan tegenwoordig elders beter bedreven worden. Documentaires zijn niet meer nodig om de oorlog in Irak uit te leggen of te rechtvaardigen. Der ewige Jude is niet alleen naar de inhoud, maar ook naar de vorm historisch geworden. En krankzinnig genoeg blijkt een aantal stukken uit de film nu op een andere manier historische waarde te hebben. Het zijn opnames, hoe gemanipuleerd ook, uit een wereld die voorgoed is verdwenen.

De opnames van de biddende joden in de synagoge werden gemaakt in november 1939 in de Wilker synagoge in Lodz, die toen al gesloten was, maar voor de gelegenheid twee dagen werd heropend. Een paar maanden later werd de synagoge in brand gestoken. Er is nu niets meer van over. Volgens de Deense filmhistoricus Stig Hornshoj-Moller hebben de beelden bijzondere documentaire waarde omdat orthodoxe joden ook met film het tweede gebod niet willen overtreden. (Gij zult u geen gesneden beelden maken). Het commentaar beweert iets anders. ,,De Joden speculeren erop dat men hun taal niet kent en de geheime dubbelzinnigheid van hun symbolen niet begrijpt. Daarom laten zij zich fotograferen, zelfs bij hun heilige plechtigheden.''

De Tora wordt uitgerold. Het hatelijke commentaar geeft verdraaide citaten uit het boek. Niet vertaald wordt wat de voorlezer zegt. Naar verluidt zegt de man in het Hebreeuws: ,,Het is dinsdag vandaag.'' Het is een boodschap aan de kijker van de film, opdat hij weet dat deze dienst bedrog is. Op dinsdag werd gewoonlijk niet uit de Tora voorgelezen.

Docs at War 1939-1945. 26 nov t/m 3 dec. in het Filmmuseum, Amsterdam. Inl: www.idfa.nl. Morgen is er in De Balie een debat over de ontwikkeling van propaganda sinds de Tweede Wereldoorlog.