Door nauwe banden met den mensch verbonden

Het American Museum of Natural History was altijd al een museum voor nieuwsgierige kinderen, en voor grote mensen die er plezier in hebben weer eens gewoon paf te staan zoals ze dat deden toen ze een jaar of zes, of tien waren. Nieuwsgierig paf staan is een van de mooiste ervaringen. Van het geraamte van een brontosaurus, tyrannosaurus rex. Niet te geloven! Daar wil je meer van weten. Daarom was het zo'n goed idee van Steven Spielberg om Jurassic Park te maken. Jammer alleen dat hij deze dieren volgens de voorschriften van Walt Disney weer guitig uit hun ogen heeft laten kijken. Zo breng je de kinderen op een dwaalspoor. Een dinosaurus is geen gigantische Mickey Mouse, en in de prehistorie werd er niet guitig gekeken.

Sinds vorige week is in dit museum de tentoonstelling Darwin te zien, een uitgebreid overzicht van leven en werken van Charles Darwin (1809-1882), met selecties uit zijn verzamelingen van fossielen, een kopie van de werkkamer waarin hij On the Origin of Species heeft geschreven, in vitrines een aantal notitieboekjes, een paar korte films, interactieve video's, en als extra attractie een stuk of wat levende dieren, opgeborgen in terraria.

Paf stond ik van een iguana, een bijzonder grote hagedis die ik alleen op plaatjes had gezien. Onbewegelijk lag hij te slapen op een dikke boomtak, deed plotseling een oog open alsof hij een rolluik optrok, keek me een halve seconde aan en liet het luik weer neer. Zo hebben zijn voorouders Charles Darwin aangekeken toen hij op de Galapagos-eilanden aan land ging. En misschien heb ik ongeveer hetzelfde gedacht als toen de grote onderzoeker: hoe komt het dat dit dier er zo uitziet.

In zijn boek heeft hij het antwoord gegeven. Het is de evolutie die ten grondslag ligt aan alle soorten die geleefd hebben en die nu leven. Zo is door een samenloop van omstandigheden die miljoenen jaren heeft gevergd, ten slotte ook de mens ontstaan. Darwin heeft een paar voorlopers die een vermoeden hadden, maar de theorie van de evolutie is onvervreemdbaar van hem. En hij heeft beseft welk effect de publicatie van zijn ideeën zou hebben. Wij hebben op school geleerd - althans mijn generatie en die van mijn kinderen - dat de mens het resultaat is van een lange ontwikkeling. Vóór Darwin dacht men, afhankelijk van de godsdienst die men was toegedaan, daar anders over. In zes dagen schiep God hemel en aarde en al wat daar in was, en Hij rustte ten zevenden dage. Onze planeet heeft binnen 144 uur zijn hele inventaris gekregen. Dat was de algemene christelijke wetenschap.

Bij Darwin begonnen al vroeg andere conclusies te dagen. In het museum wordt een brief getoond van hem uit 1844. Hij schrijft dat, toen hij zijn denkbeelden begon te noteren, hij het gevoel kreeg dat hij `een moord bekende'. Meer dan tien jaar heeft het geduurd voor hij besloot tot publicatie. Dat kwam doordat een jonge, concurrerende onderzoeker hem een brief schreef waarin hij sporen van zijn eigen denkbeelden terugvond. Daarna, in 1858, is hij aan zijn grote werk begonnen. Voortdurend heeft hij beseft dat hij daarmee een revolutie in het denken zou veroorzaken. Zelfs op zijn huiselijk leven heeft het invloed gehad. Zijn vrouw Emma maakte zich zorgen dat zij en haar man, gegeven hun door de godsienst ingegeven uiteenlopende vooruitzichten, niet in hetzelfde hiernamaals terecht zouden komen.

Net als bij ons komt in Amerika de theorie van het `intelligent design' in de mode. Er zou wetenschappelijk onderzoek moeten worden gedaan naar het meesterbrein dat de hele schepping voor zijn rekening heeft genomen. Onze minister van Onderwijs voelde er ook wel iets voor. Een mens mag geloven wat hij wil, maar dat is godsdienst. Heeft niets met wetenschap te maken. Deze tentoonstelling houdt zich dan ook verre van die verwarring. Het is een leerzame tentoonstelling. Je kunt er zien hoe, langs welke lijnen Darwin heeft gedacht, je kunt de ontwikkeling van zijn wetenschap op de voet volgen, en je begrijpt dat hij aarzelde het besluit te nemen zijn denkbeelden aan de openbaarheid prijs te geven.

Het is ook een aanstekelijke tentoonstelling. Je krijgt zin, een mier of een tor te vangen om die onder een vergrootglas wat nader te bekijken. Je gaat je huisdier met andere ogen zien. Je vraagt je af welke eerste vonk van inzicht aan de evolutietheorie ten grondslag heeft gelegen.

Terwijl ik daar liep, dacht ik plotseling aan het boek van Gustave Flammarion, De wereld voor de schepping van den mensch. Het stond bij mijn ouders in de kast. Als kind had ik een lievelingsillustratie: een staalgravure met een aantal dieren, gegroepeerd als op de foto van een voetbalelftal. Een paar saurussen, vleermuizen, een krokodil, een tijger, een hond, een aap, nog veel meer, de hele familie. Het onderschrift: `Deze wezens zijn door nauwe banden met den mensch verbonden.' Daar wilde ik meer van weten.

Gelukkig hadden veel mensen hun kinderen naar het museum meegenomen. Die zullen over vijftig jaar nog weten wat ze hebben gezien. Misschien gaan sommigen naar huis met het plan om zelf een Darwin te worden. Daar gaat het per slot van rekening bij zo'n tentoonstelling om.

Darwin. T/m 29 mei 2006 in The American Museum of Natural History, New York; www.amnh.org