Doe ons de muilkorf, alstublieft

Luxe, vrijheid en rechtvaardigheid zijn de kernbegrippen in Robin Lane Fox' nieuwe interpretatie van de klassieke oudheid.

De geboren verteller begint bij Homerus, dat viel te verwachten. Maar waarom eindigt hij al bij de 2de-eeuwse keizer Hadrianus?

In het jaar 125 van onze jaartelling bezocht de Romeinse keizer Hadrianus het orakel van Delphi. Hij liep de steile weg omhoog naar het heiligdom van Apollo en legde de priesteres de vraag voor: `In welke stad is de dichter Homerus geboren en wie waren zijn ouders?' Het was een gewaagde vraag, want het was algemeen bekend dat verscheidene steden zich er op beroemden de geboorteplaats van Homerus te zijn. Een uitspraak met een duidelijke voorkeur voor één stad zou alleen maar de woede van de andere opwekken. Als almachtig heerser voelde Hadrianus zich gerechtigd zo'n moeilijke vraag te stellen, maar als bewonderaar van de Griekse cultuur zal hij er begrip voor hebben gehad dat een eenduidig antwoord van het orakel uitbleef. De keizer wist dat Homerus door zijn heldendichten Ilias en Odyssee de status van een gewone dichter was ontstegen en een onaantastbaar imago had gekregen. Hij was ieders bezit geworden.

De Griekse wereld ten tijde van Hadrianus leek nog maar heel weinig op de samenleving die Homerus in gedachten had. De door de dichter zo sierlijk geportretteerde helden Agamemnon, Achilles en Odysseus hadden plaatsgemaakt voor mensen die zich moesten schikken in een boven hen gesteld gezag en met nostalgie omzagen naar het verre verleden. Slechts een raamwerk van Griekse normen en waarden herinnerde aan roemrijker tijden. Het had er lange tijd ook niet naar uitgezien dat de Grieken ooit in zo'n afhankelijke positie terecht zouden komen. Vanaf de 8ste eeuw voor Christus, toen Griekse kolonisten zich op vele kusten van de Middellandse Zee vestigden en er hun gewoonten en gebruiken introduceerden, was het alleen maar opwaarts gegaan. In de 5de eeuw, na de succesvolle oorlogen tegen de Perzische indringers, beleefde Griekenland zelfs een echte bloeitijd en kon Athene uitgroeien tot een stad waarover ook door niet-Grieken met respect werd gesproken. Maar de altijd aanwezige rivaliteit tussen de Griekse steden leidde tot de Peloponnesische Oorlog (431-404 v.Chr.) tussen Sparta en Athene. Sparta kwam als overwinnaar uit de strijd, maar was niet in staat de andere steden zijn wil op te leggen. De traditionele verdeeldheid bleef. De komst van de Macedoniërs in de 4de eeuw betekende in feite het einde van de vrije stadstaten.

De Romeinse geschiedenis had zich langs andere lijnen ontwikkeld. Van een kleine nederzetting aan de Tiber was Rome in enkele eeuwen uitgegroeid tot het stralende middelpunt van een immens imperium. De ene na de andere staat had moeten buigen voor de kracht van de Romeinse legioenen en ook Griekenland en Macedonië waren in de tweede eeuw v.Chr. Romeinse provincies geworden. Maar de groei van het rijk leidde ook tot spanningen, omdat senatoren die de veroveringen hadden gerealiseerd zich op hun daden lieten voorstaan en grotere politieke zeggenschap wensten. De onderlinge machtsstrijd leidde tot de ondergang van de republiek. Bij Hadrianus' aantreden in 117 zaten de keizers al meer dan een eeuw in het zadel, en het ging het Romeinse rijk voor de wind. Hoeveel er in die tijd ook was veranderd, in ieder geval niet de waardering van de Romeinen voor de culturele prestaties van de Grieken. Die was onverminderd groot gebleven.

De highlights uit de lange geschiedenis van Griekenland en Rome, en dat zijn er vele, worden uitgebreid belicht in The Classical World, het nieuwe boek van de Engelse historicus Robin Lane Fox. Hij maakte naam met enkele indrukwekkende studies, over Alexander de Grote, over de verhouding tussen heidenen en christenen in het Romeinse rijk en over de bijbel als historische bron. In zijn nieuwe boek heeft hij het op het eerste gezicht gemakkelijker gehad, omdat het niet ging om de uitdieping van een speciaal onderwerp maar om een samenhangend verhaal over negen eeuwen oude geschiedenis. Tegelijk kun je constateren dat hij met The Classical World zijn nek heeft uitgestoken. De eerste gedachte die bij mij opkwam bij het lezen van de inhoudsopgave was of er wel behoefte was aan weer een overzichtswerk. Er zijn al zoveel boeken waarin de belangrijkste gebeurtenissen op de voet worden gevolgd. Lane Fox moet zich deze vraag ook hebben gesteld en trok zijn conclusies. De belangrijkste wapenfeiten mochten niet ontbreken, maar de nadruk moest komen te liggen op de veranderingsmomenten, de keerpunten in de geschiedenis.

Inkijkjes

Het resultaat mag er zijn. De geboren verteller Lane Fox lardeert zijn boeiende uiteenzetting met mooie inkijkjes en analyses. Regelmatig biedt hij informatie die je niet onmiddellijk zou verwachten. Zo volgt hij in zijn hoofdstuk over de Peloponnesische Oorlog niet simpelweg de oorlogshandelingen, maar gaat hij vooral in op psychologische factoren en persoonlijke beweegredenen van de leiders van beide partijen om zich in zo'n riskant avontuur te storten. De visies van radicale en gematigde democraten en van conservatieve aristocraten worden mooi verwoord. En als hij Plato en Aristoteles onder de loep neemt, gaat hij niet voor de zoveelste keer in op hun theorieën, maar beklemtoont hij vooral hun invloed op tijdgenoten en op latere generaties.

Vanaf het eerste hoofdstuk `Homeric Epic' tot het laatste `Hadrian: a Retrospective' zit er een duidelijke lijn in het verhaal. Homerus als startpunt is onbetwistbaar. Hij is de oudste en meteen de meest geprezen literaire bron en gedurende de hele Grieks-Romeinse oudheid was hij een begrip. Hoe de politieke verhoudingen zich ook wijzigden, steeds weer werd zijn naam genoemd en politici en krijgsheren spiegelden zich aan de karakters van zijn helden. Opmerkelijker is zijn keuze om The Classical World te laten eindigen met keizer Hadrianus in de tweede eeuw. Geen direct keerpunt in de geschiedenis, zou je op het eerste gezicht zeggen. Op de meeste plaatsen heerste vrede, de economie bloeide en er was een ruime uitwisseling van ideeën tussen Griekenland en Rome. Andere eindpunten leken meer voor de hand te liggen; de ondergang van de Romeinse republiek bijvoorbeeld, aangezien met de opkomst van het principaat de ideale aristocratische staatsvorm ten grave gedragen werd. Anderen zouden het boek hebben laten doorlopen tot de 3de eeuw, toen het verval inzette: de rijksgrenzen kwamen onder druk te staan van Germaanse stammen, de economie in het rijk stagneerde en de door de legers op het schild geheven keizers bleven het antwoord schuldig. Weer andere historici zouden zijn doorgegaan tot de 5de eeuw, tot de brand van Rome in 410 of tot 476, het jaar waarin de Germaanse huurlingenkapitein Odoaker door zijn soldaten werd uitgeroepen tot koning van de Germanen in Italië.

Humor

Lane Fox koos voor een eindpunt dat besloten ligt in de samenhang van de Griekse en de Romeinse geschiedenis. Volgens hem markeert Hadrianus het einde van de culturele interactie tussen Griekenland en Rome. De philhelleen Hadrianus is de laatste echte representant van de oude klassieke beschaving. Om na te gaan hoe die zich in de voorgaande eeuwen had ontwikkeld, hanteert Lane Fox drie begrippen, die al door Homerus waren genoemd en daarna constant in de aandacht zijn gebleven: luxe, vrijheid en rechtvaardigheid. De helden van Homerus worden eraan getoetst, de Atheense strateeg Pericles wordt langs deze meetlat gelegd en ook Cicero en al die andere politici die in de Romeinse republiek en keizertijd het beleid bepaalden worden op grond van deze criteria beoordeeld. In 54 hoofdstukken van elk zo'n tien bladzijden laat hij zien hoe in de verschillende tijdvakken met deze begrippen is omgegaan. Natuurlijk gebeurt dat niet in alle hoofdstukken in gelijke mate. Soms kan Lane Fox niet om het traditionele verhaal heen, maar hij vertelt het dan met zoveel vaart, humor en gevoel voor variatie dat de lezer zelden het gevoel heeft dat hij het al eens eerder heeft gelezen.

Het verlangen naar luxe was in de oudheid altijd aanwezig, het lag als het ware verankerd in de Homerische samenleving. De paleizen van de helden, de kostbaarheden die ze buit maakten en de geschenken die ze uitwisselden wijzen in de richting van een hang naar een bestaan in weelde. Maar, zo betoogt Lane Fox, hun onderlinge wedijver bleef beheersbaar. Het werd pas problematisch in de eeuwen daarna. De machtigen in de Griekse wereld schuwden weinig middelen om een grote rijkdom te bereiken. Rijkdom en persoonlijke macht gingen steeds meer hand in hand, wat zijn weerslag had op de politieke verhoudingen binnen een stadstaat en soms leidde tot de machtsgreep van een tiran. Maar ook in het democratische Athene werd eerzame rijkdom door velen nagestreefd. De kloof tussen het door filosofen verkondigde ideaal van soberheid en de rauwe werkelijkheid was ook hier duidelijk zichtbaar.

In Rome werd luxuria voor veel senatoren een doel op zichzelf. Na de verovering van Carthago in 146 voor Christus meenden ze dat er geen gevaren van machtige vijanden meer dreigden en lieten ze hun individuele belangen prevaleren boven het staatsbelang. Schrijvers als Cato de Oudere konden nog zo hard roepen dat hun ongebreideld verlangen naar luxe de traditionele normen en waarden van de Romeinse maatschappij ondermijnde, hun woorden waren tot dovemansoren gericht. In hun onderlinge competitie versnelden ze de ondergang van de republiek. De nieuwe machthebbers, de keizers, accentueerden hun afgetekende positie met een zeer luxueuze levensstijl. Maar ondanks de protesten van enkele critici die vonden dat hun rijkdom te ver was doorgeschoten, gingen de keizers op de ingeslagen weg voort. De vele monumenten die ze op eigen kosten oprichtten als propaganda voor hun beleid waren bedoeld om iedereen ervan te overtuigen dat zij op eenzame hoogte stonden.

Lelijkste man

De inhoud van de begrippen `vrijheid' en `rechtvaardigheid' werd in de loop der tijd nog vaker aangepast. Men sprak erover alsof het vaste waarden waren, maar iedere tijd gaf er zijn eigen betekenis aan. Vrijheid van spreken in de Atheense democratie van de 5de en 4de eeuw (v.Chr.) was iets heel anders dan het spreekrecht in de vergadering van de naar Troje getrokken Homerische krijgers. Met afgrijzen schrijft Homerus over Thersites, een man uit het volk die het had gewaagd het woord te voeren in een hoog oplopend conflict tussen de helden Agamemnon en Odysseus. Dat had hij niet mogen doen en zijn euvele daad wekt de gramschap van de dichter. Hij noemt hem meteen maar de lelijkste man van allen die naar Troje trokken. De slag die Odysseus Thersites met zijn scepter toedient krijgt de instemming van alle helden en zelfs van het gewone volk, want Thersites kende zijn plaats niet: hij was niet gerechtigd het woord te voeren. Hoe anders zou het Thersites drie eeuwen later zijn vergaan, toen in Athene een democratisch experiment werd uitgevoerd en alle mannelijke burgers van 18 jaar en ouder in de volksvergadering het woord mochten voeren en hun stem uitbrengen. Hij zou vrijelijk zijn mening hebben kunnen uiten en er zou naar hem zijn geluisterd.

Niet iedereen in Athene was echter even blij met de democratie. Er waren genoeg mensen die terug wilden naar de oude aristocratische samenleving. Met een beroep op de Homerische waarden kon Plato zijn kritiek op de democratie naar buiten brengen en betogen dat alleen de besten, de wijsgeren, in staat waren om te regeren. Maar zijn idee om een ideale staat te stichten met een filosoof-koning op de troon vond weinig weerklank en werd nooit gerealiseerd.

De gedachte dat slechts weinigen in staat waren een wezenlijke bijdrage te leveren aan een goede regering werd later ook in Rome uitgedragen. De senatoren vonden dat zij de beste waren en handelden daar naar. In feite konden ze doen wat ze wilden zonder dat het volk hen veel in de weg legde. Hun absolute vrijheid werd ook niet beëindigd door een revolutie van het volk, maar door hun onderlinge competitie die leidde tot een tomeloze machtsstrijd en de komst van een monarch uit eigen kring: Octavianus Augustus (27 v.Chr-14 na Chr.). Mokkend moesten de senatoren toezien hoe hun privileges verdwenen en hun vrijheid werd gesmoord. Maar alles went, zelfs een gemuilkorfde vrijheid. Honderd jaar na de omverwerping van de republiek, hield Plinius de Jongere in zijn hoedanigheid van consul een lofrede op keizer Trajanus (98-117), waarin hij hem prees als degene die vrijheid had geschonken. Een consul die een keizer prijst voor het verlenen van vrijheid, een afgeleide vrijheid die als het hoogste goed wordt beschouwd, oude senatoren moeten zich in hun graf hebben omgedraaid. Even curieus is dat in Athene, het oude bolwerk van de vrijheid, de bewoners 25 jaar later de straat opgingen om Hadrianus als `god' te eren omdat hij `vrijheid' had gebracht.

Hadrianus kon niet bevroeden dat intussen de kiem werd gelegd voor een ondermijning van de Griekse begrippen `vrijheid' en `rechtvaardigheid'. De christenen, de dragers van een in zijn ogen verderfelijk bijgeloof, wilden niets weten van zijn interpretatie van vrijheid. Zij zagen uit naar een andere wereld, waarin de Homerische waarden geen rol meer speelden, maar allen hun God dicteerde wat `vrijheid' was. Misschien zijn de troostende woorden die Hadrianus kort voor zijn lange doodsstrijd aan zijn ziel richtte een symbolisch afscheid van de oude klassieke wereld:

Mijn zieltje, licht en lieflijk

mijn lijfsgezel en maat meteen,

naar wat voor oorden ga je heen,

vaal, bar en ongerieflijk,

zonder te schertsen als voorheen?

(vertaling Paul Claes)

Robin Lane Fox: The Classical World. An Epic History from Homer to Hadrian. Allen Lane, 694 blz. €42,60 (geb.)

F.J.A.M. Meijer is hoogleraar oude geschiedenis. Volgende week verschijnt zijn boek `Macht zonder grenzen', over de opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk.