`Directeur moet niet bang zijn in eigen vlees te snijden'

Na bijna vijf jaar heeft directeur Jos Kusters (49) de Nederlandse zwembond verruild voor een nieuwe bestuursfunctie in de sport: programmadirecteur van de sportalliantie Jeugd & Sport.

Hij schudde dinsdag vele handen, na afloop van het mini-symposium in Maarn dat de Nederlandse zwembond (KNZB) organiseerde ter gelegenheid van zijn afscheid. Jos Kusters, bijna vijf jaar directeur van de ruim 150.000 leden tellende bond, zegt het op besmuikte toon: ,,Afgaande op wat ik zo links en rechts gehoord heb, is het zo slecht nog niet gegaan.''

Begin deze maand trad Kusters (49) in dienst als programmadirecteur van de zogeheten sportalliantie Jeugd & Sport, een samenwerkingsverband tussen de ministeries van Volksgezondheid en Onderwijs, en sportkoepel NOC*NSF. De voormalig volleybaltrainer voert de regie over alle projecten, die zijn verankerd in het convenant School en Sport samen sterker.

Wat behelst de nieuwe functie?

Kusters: ,,Mijn opdracht is helder: ervoor zorgen dat alle leerlingen uit het basis- en het voortgezet onderwijs plus de regionale opleidingscentra in 2010 de mogelijkheid hebben om vijf dagen per week aan sport te doen. Dat betekent in de praktijk het stimuleren van samenwerking tussen het lichamelijk onderwijs en de georganiseerde sport. We praten over forse investeringen, van mogelijk enkele honderden miljoenen euro. Niet alleen op het gebied van kader, ook op het vlak van multifunctionele accommodaties, aanbod, topsport, communicatie en onderzoek. Dat is dus heel wat, waarbij we tot begin 2007 hebben om alles op papier te zetten. In de hoop dat het kabinet onze bevindingen dan omarmt, en als uitgangspunt neemt van het beleid voor de daaropvolgende jaren.''

Noemt u eens een concreet actiepunt.

,,Het beste voorbeeld is de gymleraar. Die moet niet alleen op school staan, die moet met al z'n kennis en inzichten ook actief zijn op de sportvereniging. Dat gebeurt her en der al wel, maar niet structureel; het zijn incidenten, omdat het ontbreekt aan coherent beleid, dat van hogerhand wordt gestuurd en gestimuleerd. Nederland wemelt van de Sport & Studie-projecten. Heel mooi, maar de ervaring leert dat zodra de enthousiaste aanjager ermee stopt of de subsidiekraan wordt dichtgedraaid, het hele initiatief een zachte dood sterft en er weinig tastbaars overblijft. Dat is zonde. We moeten voorkomen dat we van het ene naar het andere projectje huppelen.''

Terug naar de zwembond. Tevreden over de afgelopen vijf jaar?

,,Ja, want vergeet niet dat de bond met een schuld worstelde van 700.00 gulden, toen ik begon. Die hebben we in anderhalf jaar tijd weg weten te saneren. Door mensen te ontslaan en fors in te teren op de kosten. Bijvoorbeeld op de automatisering en de verenigingsondersteuning. Dat was geen leuke periode, maar het moest. We hadden geen keuze.''

Daarbij hield het niet op.

,,Nee, helaas niet. In oktober 2003 bleek dat wij structureel gekort zouden gaan worden, voor zo'n 700.000 euro per jaar. Oftewel dertien procent van onze begroting. We hadden natuurlijk kunnen zeggen: minder geld is minder activiteiten, maar dat hebben we niet gedaan. De verenigingen schreeuwden om onze hulp, zeker waar het ging om accommodaties. Door de contributie te verhogen hebben we ruim 500.000 euro weten te werven, en met dat geld konden we alsnog tegemoet komen aan de wensen. Dat de leden bereid waren om meer contributie te gaan betalen, zegt iets over de noodzaak én de solidariteit. We hadden ook kunnen zeggen: allemaal leuk en aardig, dat synchroonzwemmen en schoonspringen, maar dat zijn zulke kleine disciplines, dat is de moeite niet waard, laat maar stikken. Maar dat zou te makkelijk zijn geweest. Een verschraling ook van ons aanbod.''

Vooral de topsport betaalde de rekening.

,,Dat is niet helemaal waar. In ons beleidsplan hebben we duidelijke keuzes gemaakt. Synchroonzwemmen, schoonspringen en waterpolo mannen staan op een laag pitje, mede omdat Nederland in die disciplines internationaal niet veel voorstelt. Overigens hebben we geen afscheid genomen van de waterpoloërs. Die jongens gaan nog keurig naar de grote toernooien, maar dan wel zonder een maandenlange en dus dure oefenstage. Kijk, je moet keuzes durven maken en niet bang zijn om in eigen vlees te snijden. De prioriteit ligt de komende jaren vooral bij het elementair zwemmen (kinderzwemmen, red.) en het topzwemmen.''