`Dickens blijft het grote voorbeeld'

Andreas Steinhöfels grote roman `Het midden van de wereld' is niet alleen bedoeld voor volwassenen. ,,Kinderen groeien alleen als ze zich uitstrekken.''

Elk jaar brengt Andreas Steinhöfel twee zomermaanden door in zijn geboortedorp. Dat is een bitterzoet genoegen. Het landschap van Hessen is prachtig en veel mensen zijn aardig, maar de sfeer is verstikkend. ,,Als ik met mijn vriend hand in hand loop word ik uitgescholden voor flikker'', zegt Steinhöfel, die zit te vertellen in een restaurant in zijn huidige woonplaats Berlijn. Hij pauzeert even en voegt eraan toe: ,,Vroeger zou ik in elkaar zijn geslagen. Dus het gaat beter. Maar toen ik onlangs een lezing kwam geven op mijn oude school, hebben ouders daar actie tegen gevoerd: geen homo voor de klas!''

Het naamloze stadje in de roman Het midden van de wereld van Andreas Steinhöfel (1962) is een uitvergroting van zijn geboortedorp. Het `bloedeloze' provincieplaatsje zit vol `kleine mensen', die een diepe haat koesteren jegens de bewoners van een afgelegen villa. Die zijn weinig conventioneel: moeder Glass is promiscue, haar zeventienjarige zoon Phil is homo en diens tweelingzus Dianne is ontevreden. Een belangrijk motief in de roman is dan ook de heftige strijd tussen de hoofdpersonen en de dorpsbewoners, die in essentie draait om de vraag: mag je zijn wie je bent?

Het midden van de wereld is een groot succes in Duitsland, waar inmiddels 150.000 exemplaren zijn verkocht. Er wordt gewerkt aan een verfilming. De lezers zijn zowel volwassenen als jongeren, net als de personages in het boek. De Nederlandse uitgever Lemniscaat heeft de roman nu laten vertalen voor de nieuwe `In Between'-reeks, met volwassen boeken voor jonge mensen.

Een negentiende-eeuwse roman, daar doet Het midden van de wereld vooral aan denken. Langs vele plotlijnen kronkelen talrijke, gedetailleerd beschreven personages, geheimen uit heden en verleden, heftige emoties, verre reizen en groteske scènes. En hoewel auto's en telefoons aangeven dat de roman in het heden speelt, is ook de sfeer negentiende-eeuws: weelderige klimop groeit op de kasteelachtige villa, een overwoekerde tuin, een oeroude bibliotheek die voor de hoofdpersonen `het midden van de wereld' is.

Jaaaaaaa!

Bij het begrip `negentiende eeuw' klinkt uit de mond van de gedempt sprekende Steinhöfel plotseling heel hard: ,,Jaaaaaaa!'' De sfeer is vooral `tijdloos', zegt hij. De vorm is zeker negentiende-eeuws, of liever Dickensiaans: ,,Ik ben dol op de boeken van Charles Dickens en op die van John Irving, de belangrijkste schrijver die in Dickens' traditie werkt. Ik houd ervan om neer te ploffen in een wereld vol personages... zoals bijvoorbeeld ook in De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch.''

De personages in Het midden van de wereld zijn niet alleen talrijk, maar bijna allemaal ook buitenissig. De ongenaakbare Dianne lijkt met dieren te kunnen praten, moeder Glass laat haar zoon Phil ontmaagden door een jongen, Phils minnaar Nicholas verzamelt verloren voorwerpen voor een privé-museum, leraar Händel oreert over de Verlichting. En dan zijn er nog veel meer, zoals de lesbienne Pascal, die de lethargische Phil op een botte wijze de waarheid zegt.

Steinhöfel heeft in Duitsland vaak het verwijt gehad dat er geen normaal mens voorkomt in zijn werk. ,,Merkwaardige mensen maken een boek spannend'', vindt Steinhöfel: ,,Een boek over normale mensen die gewone dingen beleven wordt snel saai, behalve bij een werkelijk zeer groot schrijver. Nou, zo'n groot schrijver ben ik niet. Voor mij zijn personages altijd `bigger than life'.''

De personages in Het midden van de wereld zijn ook werkelijk `groter dan het leven', geeft Steinhöfel aan: ,,Zij zijn allemaal figuren uit de Griekse mythologie.'' Phil en Dianne zijn bijvoorbeeld de tweeling Apolloon (Apollo) en Artemis (Diana). Phil praat over `de kleine mensen' in de stad - Steinhöfel: ,,Zo noemt Apollo de doden.'' De weerzin van Artemis tegen mannen is bij Dianne de haat tegen haar wellustige moeder. Steinhöfel: ,,Glass is een heel eerlijke en goede moeder voor haar kinderen. Tragisch genoeg ziet Dianne haar moeder alleen als een slet.''

De lezer hoeft deze verwijzingen niet op te merken om het boek te kunnen volgen. ,,Het is een postmodern spel, dat ik zelf vermakelijk vind'', zegt Steinhöfel. Het biedt hem ook houvast bij het schrijven: ,,De karaktereigenschappen en geschiedenis van een mythologische figuur liggen vast. Archetypes maken het makkelijker om te bedenken wat ik een personage kan laten doen.''

Geweld speelt een prominente rol in de roman. Iemand verliest een oog, een gluurder wordt gebeten door een hond. ,,Tja, geweld hoort bij het leven,'' zegt Steinhöfel laconiek. Is dat niet een makkelijk antwoord? ,,Ik heb veel ervaring met geweld, mijn vader sloeg me veel. Dit is een manier om boze geesten uit te drijven'', klinkt het dan afgemeten. En het geweld maakt iets duidelijk, zoals bij de man die zijn litteken steeds opensnijdt om de herinnering aan een oude geliefde te bewaren: ,,Hoeveel mensen blijven niet hun hele leven treuren om hun eerste grote liefde?''

Quantumfysica

Het midden van de wereld kent ook lichtvoetige momenten, zoals een bijzonder komische begrafenisscène. Dat is een een scène die je je goed zou kunnen voorstellen in een film, maar de verfilming van het boek komt echter moeizaam van de grond. Steinhöfel heeft al acht versies van het script afgekeurd omdat ze volgens hem dramaturgisch niet goed in elkaar staken. Achteraf bezien had hij het scenario beter zelf kunnen schrijven, maar indertijd heeft hij daarvan afgezien om tijd over te houden voor een boek voor volwassenen: ,,Het is al 600 bladzijden en het is nog steeds niet af.'' Uitgangspunt van dat boek is het Heisenberg-principe, een van de grondslagen van de quantumfysica: ,,Ik probeer het onzekerheidsprincipe te vertalen naar menselijke emoties.''

Het gesprek aan de restauranttafel dreigt zwaar te worden, maar dan schiet Steinhöfel in de lach: ,,Het is allemaal niet zo serieus hoor, het hoort ook bij het postmoderne spel.'' In Het midden van de wereld speelt Steinhöfel ook een beetje met populaire wetenschap, zoals de chaostheorie en de relativiteit van tijd. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld in een zeer aangrijpende scène waarin de Nicholas zijn minnaar Phil een verhaal van hemzelf laat lezen. Het gaat over een man die ontwaakt in een levensgroot horloge en niet weet of hij voor de wijzers uitrent of juist er achteraan.

Kinderen hebben vaak moeite met het horlogeverhaal. Steinhöfel, die ook veel voor jonge kinderen heeft geschreven, zette voor Het midden van de wereld de jeugdige lezers uit zijn hoofd. ,,Ik hield er altijd rekening mee, maar tijdens het schrijven dacht ik plotseling: nu schrijf ik gewoon zoals ik het zelf wil.'' Dat wil niet zeggen dat hij helemaal geen rekening houdt met kinderen. ,,Kinderen van een jaar of tien nemen alle woorden nog letterlijk, dus ik vermijd in mijn boeken voor hen alle ironie. Boven de twaalf ligt dat weer anders. Kinderen kunnen alleen groeien, als ze zich moeten uitstrekken om ergens bij te kunnen. Natuurlijk zal ze wel eens wat ontgaan. Sommige dingen zullen alleen de heel serieuze, intellectuele kinderen begrijpen.''

Zelf was Steinhöfel niet zo'n heel intellectueel kind. ,,In mijn dorp stond een oude, vervallen en verlaten villa. Geen kasteel, maar een groot oud huis met kasteelachtige kwaliteiten zoals torentjes. Binnen zag ik heel veel Griekse beelden; ik wist niet wat het waren, maar ik vond ze mooi - een soort engelen zonder vleugels.'' Nu is Steinhöfel zeer vertrouwd met de Griekse mythen, maar het bekrompen dorpje in Hessen blijft zijn universum. ,,Die villa staat natuurlijk model voor het kasteeltje in Het midden van de wereld maar ook voor alle villa's die ik nog zal beschrijven. En welk stadje of dorp ik ook beschrijf, het is altijd mijn geboortedorp.''

Andreas Steinhöfel: Het midden van de wereld. Vertaald door Tjalling Bos, Lemniscaat, 399 blz. €14,50