Dicht de digitale kloof in eigen huis

Ga op verkenning in de digitale schatkamer. Iedereen vindt iets anders, al naar gelang zijn persoonlijke smaak. En er is altijd méér te ontdekken. Overigens niet alleen om het allemaal te bewonderen, meent Juurd Eijsvoogel.

Enthousiasme is breekbaar, dus je kunt maar beter voorzichtig van wal steken. Voor je het weet val je door de mand als iemand die de tijd maar amper kan bijbenen, en komt aanzetten met de nieuwtjes van gisteren en eergisteren.

Het zijn ook nieuwtjes van gisteren en eergisteren - voor wie een beetje kan meekomen dus eigenlijk al oud brood. De online avant-garde is al zeker tien stappen verder. Dus waar heb je het nog over?

Over hollen en stilstaan. De ontwikkelingen op het gebied van internet volgen elkaar zó snel op, dat veel mensen het gevoel hebben dat je voortdurend moet hollen om het allemaal te kunnen bijhouden. Maar je moet juist af en toe stilstaan om te kunnen meekomen. Stilstaan, om je heen kijken en tot je laten doordringen waar we al zijn beland.

Nederlanders kunnen niet meer zonder internet, was eerder deze maand de conclusie van een onderzoek van TNS/NIPO en de website Webwereld.nl. Het was een bevestiging van wat iedereen al aanvoelt. Want hoeveel uur is de doorsnee familie Breedband inmiddels niet online?

De website van het AD trof de alledaagsheid van het net goed met de kop: Internet belangrijker dan koelkast. De computer verdringt de ijskast en de tv als het belangrijkste apparaat in het huishouden. Voor wie is een leven zonder e-mail, Google of marktplaats.nl nog denkbaar? Voor een slinkende minderheid.

De meerderheid beseft allang dat het internet het nieuwe land van de onbegrensde mogelijkheden is. Maar wat doe je met dat besef? Ga je in dat enorme land voldoende op verkenning uit? Profiteer je er genoeg van? Daar kom je pas achter als je de tijd neemt om wat uit te proberen, wat rond te zwerven en ervaringen te vergelijken met vrienden en bekenden.

Daar valt veel bij te winnen. Neem het geval van de journalist die dit stukje schrijft - alleen al door zijn beroep al jaren vertrouwd met de rijkdom van internet. Dacht hij. Een gezond e-mailverkeer, een lange lijst favoriete websites, routine bij het doen van aankopen, het opzoeken van informatie en het bespreken van reizen en vakantiehuisjes op het net, en een tevreden gebruiker van een mp3-speler. Heus dokter, ik kan de 21ste eeuw best aan.

Maar onlangs deed zich de gelegenheid voor om eens rustig wat uitgebreider rond te kijken. En wat blijkt? Je valt van de ene verbazing in de andere en raakt er niet over uitgepraat. Want als je eenmaal hebt opgebiecht dat je pas sinds kort de mogelijkheden hebt ontdekt van podcasts, skype of Google Print, blijkt al snel dat heel wat van je gesprekspartners wel ongevéér weten waar je het over hebt, maar er zelf, tja, nog niet echt toe gekomen zijn.

Neem het tweede leven waar de radio aan begonnen is dankzij het fenomeen podcast - programma's die automatisch gedownload worden om ze - wanneer dat je uitkomt - te beluisteren op computer of mp3-speler. De iPod en zijn minder bekende soortgenoten zijn dus niet alleen handige en draagbare digitale jukeboxen waarmee je altijd je persoonlijke muziekcollectie bij je hebt. Voor wie van nieuws, opinie en achtergronden houdt, is het ook een prachtmiddel om radioprogramma's van over de hele wereld in je binnenzak mee te nemen en onderweg op ieder moment te kunnen beluisteren. Je abonneert je (gratis) op een programma, en iedere nieuwe aflevering stroomt in minder dan een minuut vanzelf je computer of mp3-speler in.

Zo heeft de Amerikaanse publieke radio NPR bijna 200 programma's klaar staan. Ook de BBC heeft een rijk aanbod. En de Nederlandse publieke radio opende onlangs de website radiocast.nl, waar je je op tientallen programma's kunt abonneren - van het Zondagochtendconcert en Kunststof tot Noorderlicht (wetenschap) en OVT (geschiedenis).

Andere media blijven niet achter. Het internetblad Slate zet dagelijks een voorgelezen stuk klaar voor lezers die soms liever luisteren. En het op Nova lijkende nieuws van de Amerikaanse publieke tv, The Newshour with Jim Lehrer, stelt iedere avond de geluidsband van de belangrijkste onderwerpen beschikbaar. Dus wie zo gek is om 's morgens op de fiets of in de trein te willen horen wat er de avond ervoor in Amerika speelde, kan het zich uit eerste hand laten vertellen.

Ook kranten doen mee. The New York Times stelt de voorgelezen columns van de opiniepagina tegen betaling beschikbaar voor luisteraars (gratis voor abonnees van de Herald Tribune). Voorgelezen boeken kunnen tegen betaling gedownload worden op Audible.com. En op de site van het Witte Huis kunnen liefhebbers zich gratis abonneren op het wekelijkse radiopraatje van president Bush.

Over skype, het programma waarmee je gratis kunt telefoneren als je internet hebt, is veel geschreven. Maar hoeveel mensen gebruiken het eigenlijk? Iedere ochtend als ik mijn computer aanzet, zie ik aan een groen icoontje (belbaar!) wie van mijn contactpersonen (bekenden die ook skype hebben) hun computer hebben aanstaan. Hé, vriend G. in Brussel is al aan de slag, en P. in Washington is nog wakker. Zo wordt het wereldwijde web bijna voelbaar.

Ook vermeldt het Skype-venster op je scherm altijd hoeveel mensen er op dat moment wereldwijd zijn aangemeld bij Skype. Het zijn er meestal niet meer dan vier à vijf miljoen - relatief weinig, je zou verwachten dat er voor gratis bellen over de hele wereld (je moet wél een oortje en microfoontje aanschaffen) grotere aantallen in de rij zouden staan.

Een Spaanse vriendin in Madrid die Engels aan het leren is, vertelde me laatst (in een skype-gesprek) dat ze Alice's adventures in Wonderland leest met behulp van de British Library. De befaamde bibliotheek heeft het manuscript van Lewis Carroll (met tekeningen van de auteur) zó op internet geplaatst dat het bladzij voor bladzij gelezen kan worden. Wie zich wil laten voorlezen hoeft maar op het speakertje onder aan het scherm te klikken. En wie het handschrift van Lewis Carroll te priegelig vindt, kan een digitale loep tevoorschijn halen of een versie in drukletters.

Het is maar een greep uit de digitale schatkamer. Iedereen die op verkenning gaat vindt iets anders, al naar gelang zijn persoonlijke smaak. En er is altijd méér te ontdekken. Overigens niet alleen om het allemaal te bewonderen.

Omstreden bijvoorbeeld is het initiatief van Google om de boeken van complete bibliotheken te scannen en doorzoekbaar te maken, Google Print. Uitgevers en schrijvers zien hun auteursrechten bedreigd en hebben de populaire zoekmachine voor de rechter gesleept. Ondertussen gaat Google wel door met boeken inscannen, op

books.google.com is al te zien hoe het kan worden.

Google bestaat amper zeven jaar, maar is op de beurs meer waard dan Disney, The Washington Post, The New York Times, The Wall Street Journal, Amazon.com, Ford en General Motors bij elkaar, aldus David Vise, een van de auteurs van The Google Story. Het bedrijf heeft de mogelijkheden van het verzamelen van informatie zo enorm vergroot, dat velen zich zorgen maken over de gevolgen voor onze privacy. Google weet wat we op internet opzoeken en straks ook in welke boeken we neuzen. Via Google kan iedereen van alles over ons te weten komen. Er wordt zelfs aan gewerkt om onze genetische informatie met Google doorzoekbaar te maken. Dat de informatiemakelaar die daar achter zit zo groot en machtig is, hoeft geen geruststellende gedachte te zijn. Het is een extra reden om, als de klant van Google die we bijna allemaal zijn, goed in de gaten te houden wat de webreus uitvoert, er aan te snuffelen en het uit te proberen.

De Verenigde Naties benadrukten onlangs hoe belangrijk het is dat de digitale kloof gedicht wordt tussen de Derde Wereld en de landen waar men massaal online is. Ons eigen digitale kloofje is minder dramatisch, maar het is ook de moeite waard hem te dichten. En het is aanzienlijk makkelijker. De klus kan in een paar dagen geklaard worden, thuis, met een beetje geduld en een bescheiden budget. Daar heeft niemand de Verenigde Naties voor nodig, een enkeling hoogstens Sinterklaas. Op `een microfoon met een oortje' rijmt van alles.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

www.nrc.nl/opinie: Links naar podcasts en meer informatie