De nieuwe Turkse generatie wil één kind

Europa vreest de Turkse bevolkingsbom die, als hij ontploft, miljoenen Turken naar Europa zou zenden. Maar de bevolkingsgroei neemt af.

Elke dag ziet dr. Mehmet Salih Arda, gynaecoloog te Istanbul, ze in zijn spreekkamer: de nieuwe generatie Turkse vrouwen. ,,Ze zien hun leven als een project'', vertelt Arda, ,,en voor alles is een datum: dan gaan we op vakantie, dan kopen we een huis, en dan nemen we een kind''. En daar, aldus de vrouwenarts, ligt nu net het verschil met zo'n tien jaar terug. ,,Toen wilden Turken nog veel kinderen, maar de nieuwe generatie wil er EEN, niet meer. Het is bijna niet voor te stellen hoe snel Turkije op dit punt veranderd is.''

Arda is niet de enige die van mening is dat er in Turkije een stille demografische revolutie plaatsheeft. In Europa wordt de Turkse bevolkingsgroei vaak gebruikt als argument om tegen lidmaatschap van Ankara van de Europese Unie te pleiten: al die nieuwgeboren Turken moeten een baan vinden, zo is het argument, en als ze die niet binnen Turkije vinden, dan zullen ze massaal naar Europa komen. Maar volgens de bevolkingsstatistieken begint toch enigszins de klad in al die nieuwe generaties Turken te komen. ,,De opbouw van de bevolking in Turkije gaat langzaam maar zeker steeds meer op die van Europese landen zoals Nederland lijken'', zegt Nurşen Demirel van DIE, het Turkse bureau voor de Statistiek.

Ook volgens Demirel heeft het geboortecijfer in Turkije de afgelopen jaren een flinke verandering ondergaan. Vergeleken met zo'n twintig jaar geleden is de snelheid van de bevolkingsgroei met maar liefst 27 procent gedaald, zo zegt zij. Volgens de huidige projecties bereikt de Turkse bevolking een min of meer stabiele toestand in 2050 en zal dan, aldus de demografe, zo'n honderd miljoen zielen bedragen. Nog steeds een respectabel aantal maar met een snel groeiende Turkse groeiende economie wellicht niet meer groot genoeg om in grote golven emigranten te resulteren. Naast de afnemende vruchtbaarheid neemt ook de levensverwachting van de Turkse bevolking toe: was die in 1990 nog 66 jaar, in 2025 zal die naar verwachting 74,4 bedragen. Het gevolg van deze twee ontwikkelingen is dat de Turkse bevolkingspiramide steeds meer op die van een land als Nederland gaat lijken: de basis (waar de jongeren zitten) wordt smaller terwijl de top (waar de ouderen worden geplaatst) steeds breder begint te worden.

Maar achter die bevolkingspiramide gaat een grote culturele revolutie schuil, weet Dr. Arda. De vrouwenarts zit al 26 jaar in het vak en heeft naar eigen zeggen ,,alles beleefd en gezien''. Toen hij begon te werken hadden Turken, zo vertelt hij, twee redenen om kinderen te nemen. Natuurlijk hielden ze van kinderen maar nageslacht was tegelijkertijd een soort verzekering voor de lasten en problemen van de oude dag. Sinds tien jaar verandert echter alles, aldus de gynaecoloog, en de laatste vijf jaar lijken die veranderingen alleen nog maar sneller te gaan. De economische situatie van Turkije wordt beter en, nauw daarmee samenhangend, ook het niveau van de sociale voorzieningen neemt toe. Mensen staan met meer zelfvertrouwen in het leven. ,,En ze hebben het idee'', aldus de vrouwenarts, ,,dat als ze oud zijn, ze niet meer alleen afhankelijk zijn van hun kinderen maar dat ook bijvoorbeeld de staat voor hen zal zorgen''. Voeg daarbij dat vrouwen ook veel beter dan vroeger de medische gevaren kennen van een al te uitbundige vruchtbaarheid en de terugval van het geboortencijfer wordt begrijpelijk, aldus de vrouwenarts. En natuurlijk komt daar nog bij dat er overal in Turkije speciale klinieken zijn, waar behandeling voor geboortebeperking gratis is.

Natuurlijk verlopen deze ontwikkelingen sneller in de stad dan op het platteland. Volgens het Turkse Instituut voor Statistiek bedroeg de vruchtbaarheid (gedefinieerd als het aantal levend geboren kinderen per vrouw) in Istanbul in 2000 1,97, terwijl die in de stad Diyarbakir in Zuidoost-Turkije nog 4,51 bedroeg.

Maar volgens dr. Arda, die voor hij naar Istanbul kwam na jaren op het Anatolische platteland heeft gewerkt, wordt dat verschil elk jaar kleiner. ,,Het enige verschil met Istanbul is uiteindelijk dat je op het platteland moet reizen om naar de kliniek te gaan, in Istanbul ligt hij naast de deur.''

De vrouwenarts denkt ook niet dat geboortebeperking een zaak van de elite is. In zijn praktijk, zo schat hij, heeft 40 procent van de dames die hij behandelt op de universiteit gezeten, maar 60 procent heeft dat dus niet. Ook religie speelt, aldus de arts, nauwelijks een rol: van de vrouwen die bij hem komen, draagt zo'n twintig procent, schat hij, een hoofddoek.

Waar het volgens de vrouwenarts om gaat is de culturele omslag en die raakt alle bevolkingsgroepen, eerst in de stad en nu ook in toenemende mate op het platteland. Turkije is opener geworden, zo weet hij. Vergeleken met vroeger stellen vrouwen veel opener vragen en dat over elk onderwerp. ,,Zelfs over het orgasme.''

Bleef de man vroeger in de wachtkamer zitten, nu komen beide beide partners de behandelkamer binnen. De vrouwenarts maakt zelfs mee dat de generatie van vrouwen van boven de vijftig opeens vragen over seks begint te stellen. Vroeger was dat onfatsoenlijk maar nu kan het.

Maar de belangrijkste verandering is de kijk op kinderen. Vroeger waren de kinderen, aldus dr. Arda, er voor de ouders. Maar volgens Nurşen Demirel van het Turkse Instituut voor Statistiek is dat nu omgekeerd. ,,Tegenwoordig zijn ouders toch vooral bezig met de vraag of zij hun kinderen wel een goed leven kunnen geven.''