Alleen hervormd Jordanië kan terreur de baas

Koning Abdallah van Jordanië heeft het extremisme de oorlog verklaard. Maar zonder begeleidende hervormingen dreigt het probleem te verergeren.

De Jordaanse koning Abdallah II heeft gisteren het moslimextremisme in zijn land de oorlog verklaard. Het is zijn antwoord op de zelfmoordaanslagen op 9 november op drie internationale hotels in Amman, waarbij 63 doden vielen. Democratische hervormingen moeten tegelijk doorgaan, zei de koning. Dat is precies waar de International Crisis Group, een gezaghebbende denktank, zich grote zorgen over maakt.

Van hervorming is namelijk nog niet veel gekomen en zonder werkelijke hervorming van het politieke en economische systeem (werkloosheid bedraagt bijvoorbeeld officieel 15 maar officieus 27 procent) vissen de extremisten in een steeds vollere kweekvijver, meldt de ICG in een deze week uitgekomen rapport.

Temidden van stagnatie op alle fronten, onderdrukking en corruptie wordt de (extremistische) islam voor steeds meer mensen uitweg - de islam is de oplossing, met of zonder geweld. In veel Arabische landen is een dergelijke ontwikkeling aan de gang.

De nieuwe Jordaanse premier, generaal-majoor b.d. Marouf al-Bakheet, kreeg gisteren een brief van de koning met de opdracht niet alleen het veiligheidsaspect van het terrorisme aan te pakken, maar zich ook te richten op ,,de ideologische, culturele en politieke sferen om diegenen het hoofd te bieden die het pad van vernietiging en sabotage kiezen om hun doelen te bereiken''. Bakheet moet een ,,meedogenloze oorlog voeren tegen alle Takfiri scholen, die extremisme, achterlijkheid, isolatie en duisternis omarmen en zich voeden op onwetendheid en naïveteit van simpele mensen''.

De Takfiri (Arabisch voor excommunicatie) ideologie wettigt geweld tegen de staat en zijn (islamitische) burgers die bezoedeld zouden zijn met secularisme en zo tot ongelovigheid zijn vervallen. Terreurgroepen als die van de Jordaanse terroristenleider Abu Musab al-Zarqawi, die zich voor de aanslagen in Amman verantwoordelijk heeft gesteld, baseren zich op deze ideologie.

Jordanië is al jaren doelwit van Zarqawi en mede-extremisten. Maar tot 9 november waren de meeste pogingen tot aanslagen door de veiligheidsdiensten verijdeld, zoals blijkt uit een hele reeks strafprocessen sinds 2000. De andere kant van de medaille was dat de veiligheidsdiensten hun greep op de maatschappij versterkten.

Dat werd tot zekere hoogte getolereerd zolang aanslagen uitbleven, maar dreef aan de andere kant mensen die toch ook al weinig economische kansen hadden, in de armen van de extremisten. Het is duidelijk dat de veiligheidsdiensten de komende tijd nog machtiger worden. Een van de eerste maatregelen na 9 november betrof nieuwe, harde antiterreurwetgeving. Volgens een regeringsfunctionaris zal onder andere de mogelijkheid worden toegevoegd verdachten onbeperkte tijd voor verhoor vast te houden.

De Jordaanse commentator Rami Khouri schreef woensdag in de Libanese Daily Star dat er in Jordanië en in de hele Arabische maatschappij sprake is van een ,,malaise'' die het gewelddadig extremisme en ook het niet-gewelddadig fundamentalisme voedt. ,,Het pan-Arabische kernprobleem'' aan de basis daarvan, aldus Khouri, ,,is het probleem van het misbruik van politieke autoriteit en economische hulpbronnen in maatschappijen waar de gemiddelde burger zich toenemend vervreemd en machteloos voelt''. Een en ander wordt nog versterkt door de relaties van hun regeringen met Amerika en Israël waarvan de respectieve Irak- en Palestinapolitiek op brede weerstand stuit.

Het grote succes van de fundamentalistische Moslimbroederschap in de huidige Egyptische parlementsverkiezingen is hiervan een sprekend voorbeeld. De Broederschap heeft ondanks verkiezingsfraude door de autoriteiten en bot geweld tot nu toe rond 20 procent van de stemmen veroverd. De verkiezingen duren nog tot 7 december. Tegelijk is het islamitisch terrorisme vorig jaar weer in Egypte teruggekeerd na een afwezigheid van enkele jaren.