Waarom moet 65-jarige ambtenaar met pensioen?

Problemen bij de vergrijzing in Europa en Nederland zijn het verwachte tekort aan werknemers en de toekomstige (hoge) kosten van de zorg voor ouderen. Voor ambtenaren is, volgens het Koninklijk Besluit uit 1948, de hoogste pensioenleeftijd 65. Voor regering en parlement of voor hun adviesraden kun je boven de 65 nog kandideren. Ook rechters en beoefenaars van vrije beroepen kennen de leeftijdsgrens van 65 niet. Recentelijk heeft de Commissie gelijke behandeling een huisarts van 81 de mogelijkheid gegeven zijn beroep weer uit te oefenen.

Een absurde ongelijke behandeling, want waarom zouden ambtenaren na hun 65ste jaar minder geschikt zijn voor hun functie dan artsen, rechters, of hele en halve politici? Deze ongelijke behandeling leidt dan ook tot leeftijdsdiscriminatie tussen de verschillende beroepsgroepen. Leeftijdsdiscriminatie is echter verboden volgens het `Handvest van de grondrechten van de Europese Unie' uit december 2000. Gezien het bovenstaande is een officiële klacht bij de Europese Commissie ingediend tegen de Nederlandse overheid. De voordelen van langer werken door de ambtenaar zal het behoud zijn van zijn ervaringen. Jongeren hoeven dan niet nogmaals het achtkantige wiel uit te vinden, hetgeen de kosten van die overbodige uitvinding bespaart. Door langer te werken komt de ambtenaar ook later ten laste van zijn pensioenfonds hetgeen daar kostenbesparend werkt. Waarom mag je wel `vrijwillig' weg bij de overheid voor je 65ste met een riante vervroegd-pensioenregeling maar mag je niet vrijwillig doorwerken na die leeftijd?

Kortom, het is jammer dat de Nederlandse overheid nog steeds ambtenaren vervroegd of met 65 pensioneert en daardoor het probleem van de vergrijzing vergroot, terwijl zij een bijdrage zou moeten leveren aan de oplossing.