Vier maal niks

Alzheimerpatiënten die Alzheimermedicijnen slikken merken daar weinig van. En dat ligt meestal niet aan hen: het zijn de pillen die niet werken.

Het drama van de anti-Alzheimermedicijnen groeit. Eind vorige maand stuurde fabrikant Janssen-Cilag een waarschuwingsbrief aan alle Nederlandse dokters over zijn Alzheimerpil Reminyl. In een experiment bij mensen met milde geheugenproblemen die het middel twee jaar slikten verviervoudigde de sterfte, vergeleken met de mensen die een neppil kregen. Schrijf Reminyl dus alleen voor aan mensen voor wie het is bedoeld, schrijft Janssen-Cilag. Reminyl is bedoeld voor mensen met een matige tot ernstige vastgestelde dementie.

De meeste patiënten in die groep hebben overigens ook niets aan Reminyl, schrijft het Farmacotherapeutisch Kompas. Reminyl heeft bij een klein percentage van de Alzheimerpatiënten een bescheiden effect. Het gaat dan om 10 tot 15 procent van de patiënten. En in de onderzoeken haalden 5 tot 7 procent van de mensen die een neppil slikten hetzelfde resultaat. Het effect van Reminyl verpietert er nog verder door. Minimaler kan het nauwelijks voor een modern medicijn dat in 2003 is geregistreerd.

Reminyl staat niet alleen. Hetzelfde geldt voor het middel Exelon, vindt het Farmacotherapeutisch Kompas. Beide hebben hetzelfde werkingsmechanisme.

Het minimalisme in werkzaamheid is toch nog overtrefbaar. Van de vier Alzheimermedicijnen op de Nederlandse markt lijken Reminyl en Exalon nog de beste. Over het in 2002 geregistreerde Memantine schrijft het Farmacotherapeutisch Kompas dat, mocht er een werking zijn, de klinische betekenis ervan onduidelijk is. Dat laatste betekent: de neuroloog kan het effect met een test misschien wel meten, maar de familie van de patiënt ziet geen verschil. En de patiënt zelf merkt het al helemaal niet. Van het oudste geregistreerde Alzheimermedicijn (co-dergocrine) is zelfs (volgens de huidige criteria) de werkzaamheid niet aangetoond.

Vier medicijnen, vier maal niks. De middelen mogen ook alleen gebruikt worden bij matig tot zeer ernstige Alzheimerpatiënten. Het zou zo mooi zijn als iemand die een kleine geheugenachteruitgang bemerkt een pil krijgt die de achteruitgang stopt. Bij een experiment in zo'n `lichte' groep viel Reminyl echter door de mand. Na twee jaar was in de groep die Reminyl slikte 1,5 procent van de deelnemers dood. Van de mensen die ter vergelijking een neppil slikten overleed 0,3 procent.

Is er dan niks dat helpt tegen Alzheimer? Niet als het al bezig is, is het antwoord. Er waren bijvoorbeeld aanwijzingen dat het slikken van pijnstillende ontstekingsremmers enigszins beschermt tegen latere Alzheimer. Daarom is er een experiment met Vioxx gedaan bij mensen met lichte geheugenachteruitgang. Vioxx, inmiddels door fabrikant Merck van de markt gehaald vanwege de hartdoden die het bij gebruik als pijnstiller veroorzaakte, stopte de geheugenachteruitgang echter niet. Preventie tegen Alzheimer werkt alleen als je nog gezond bent. En gezond leven is voorlopig hét middel.