Van Aartsen klem tussen zijn sterren

De ruzie tussen Hans Wiegel en Ayaan Hirsi Ali legt een conflict bloot over de koers van de liberalen. Voor fractievoorzitter Van Aartsen is de kwestie hoogst ongemakkelijk.

Waar gaat de hoogoplopende ruzie tussen Ayaan Hirsi Ali (VVD) en het erelid Hans Wiegel over? Is het een strijd tussen twee prominente liberalen, gaat het om de vrijheid van onderwijs, of om de vraag wat nu het echte liberalisme is?

Hirsi Ali krijgt nu voor het eerst binnen haar eigen partij openlijke kritiek op haar aanpak van het integratievraagstuk en de islam. Een aanval op de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, of op minister Piet Hein Donner van Justitie is haar toegestaan, een afwijkend standpunt ten opzichte van de rest van de fractie ook. Maar het erelid Hans Wiegel, daar hoor je niet aan te komen, vindt men bij de VVD. Bij de fractie en op het partijbureau stromen de mailtjes binnen van leden die Hirsi Ali erop wijzen dat ze met haar recente uitval naar de `reactionaire conservatief' Wiegel een stap te ver is gegaan.

Ongewilde spil in de ruzie tussen de twee liberale prominenten is fractievoorzitter Jozias van Aartsen, die Hirsi Ali tot dusver altijd in bescherming heeft genomen, maar die ook bevriend is met Wiegel. Van Aartsen, beoogd lijsttrekker voor de verkiezingen van 2007, probeerde tevergeefs achter de schermen de ruzie tussen zijn twee electorale magneten te beslechten. Vanmiddag riep hij hen beiden op ,,een beetje normaal en met respect met elkaar om te gaan''.

De ruzie begon met een interview met Hirsi Ali in het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis, dat afgelopen dinsdag werd gepresenteerd. Daarin bepleitte Hirsi Ali opnieuw afschaffing van artikel 23 (vrijheid van onderwijs) en haalde ze hard uit naar Wiegel, volgens haar een reactionaire conservatief die nog leeft in het ,,land van Ooit'' en die het gevoel voor de moderne realiteit volledig kwijt is. Wiegel stuurde Hirsi Ali daarop dinsdag een eerste, geprikkelde brief. De afgelopen dagen volgden brieven over en weer, op een steeds fellere toon. Voorlopig sluitstuk was een radio-interview met Wiegel gisteravond waarin hij afstand nam van Hirsi Ali. Hij zei te spreken namens een ,,groot deel van de fractie''. Wiegel herhaalde wat hij eerder dit jaar al eens in Buitenhof had gezegd: ,,Wat doet mevrouw Hirsi Ali eigenlijk in de Kamer?''

Het is de eerste keer dat er binnen de VVD zo openlijk over haar opvattingen wordt gestreden sinds Hirsi Ali in het Nederlandse parlement zit. De meeste fractieleden gaan een confrontatie met Hirsi Ali liever uit de weg, in de wetenschap dat Van Aartsen haar zal steunen. Degenen die het wel probeerden, werden publiekelijk in de steek gelaten door de fractievoorzitter.

Hirsi Ali is een klasse apart binnen de fractie. Zij wordt nu al geruime tijd beveiligd na bedreigingen aan haar adres wegens uitspraken over Mohammed en de islam, heeft veel macht door de media-aandacht die zij krijgt, staat op nummer zes van de lijst van het Amerikaanse Time-magazine van de honderd meest invloedrijke personen ter wereld, en onderhoudt warme banden met prominente VVD'ers als Frits Bolkestein, Neelie Kroes en ministers als Rita Verdonk en Gerrit Zalm.

Maar ook Wiegel heeft een sterke positie binnen de partij. Van Aartsen raadpleegt Wiegel veelvuldig over actuele politieke kwesties, onlangs nog over de botsing met Kamerlid Pieter Hofstra over het rekeningrijden. Daar komt bij dat Wiegel de afgelopen decennia als geen ander in staat is gebleken de traditionele VVD-stemmers aan zich te binden. Juist omdat hij geen formele positie bezit, is hij als een van de weinigen in de partij in staat Hirsi Ali van weerwoord te dienen zonder te hoeven vrezen voor zijn positie.

Dan is er het inhoudelijke conflict. Ook dat is voor Van Aartsen ingewikkeld: de discussie tussen Wiegel en Hirsi Ali spitst zich toe op de vrijheid van onderwijs, een delicaat onderwerp in liberale kring. De partij nam in mei dit jaar een nieuw liberaal manifest aan, waarin staat dat artikel 23 (over de vrijheid van richting en inrichting van onderwijs) niet zal worden geschrapt, maar slechts minimaal wordt aangepast. Wel staat er in het manifest dat er ,,vanuit liberale beginselen geen goede reden te bedenken is waarom de staat scholen op religieuze grondslag zou financieren.'' Daar worden echter geen vergaande conclusies aan verbonden.

Van Aartsen heeft, ondanks persoonlijke aarzelingen over artikel 23, publiekelijk gezegd zich daar achter te scharen. Maar binnen de partij ligt dat omstreden. Patrick van Schie bijvoorbeeld, voorzitter van de Teldersstichting (het wetenschappelijk bureau van de VVD) steunt Hirsi Ali, terwijl binnen de fractie meer voorstanders zijn voor de lijn van het liberaal manifest. Openlijk kiezen tussen de lijn-Wiegel of de lijn-Hirsi Ali is voor Van Aartsen geen optie.

De strijd gaat ook over een oude en een nieuwe interpretatie van liberalisme. Waar Wiegel zich beroept op traditionele liberale waarden als verdraagzaamheid en respect voor andersdenkenden, redeneert Hirsi Ali langs de lijnen van de huidige immigratiesamenleving met integratieproblemen en terreurdreiging. Wiegel schrijft dat door de opstelling van Hirsi Ali ,,de emancipatie en de kansen van de van oorsprong allochtonen, die zich hier in Nederland thuis willen voelen en onze democratische rechtstaat – met al zijn verworvendheden – steunen, niet worden bevorderd.''

Terugverlangen naar de oude werkelijkheid, dat is Utopia, zegt Hirsi Ali in het interview in het jaarboek. En in de laatste brief aan Wiegel: ,,Waaruit blijkt, zoals u stiekem impliceert, dat ik niet verdraagzaam ben en geen respect voor andersdenkenden heb? Hebben we de tijd niet achter ons gelaten, dat we elkaar om de oren meppen met deze slogans van de politieke correctheid? Geachte Heer Wiegel, we hoeven toch niet terug naar de tijd van Ad Melkert?''

Zo bezien is de kloof tussen Wiegel en Hirsi Ali onoverbrugbaar. Het nu gerezen conflict is slechts een uitingsvorm van een fundamenteel meningsverschil. Van Aartsen kan hooguit hopen dat de twee liberale kemphanen tot een staakt-het-vuren komen. Een andere uitweg is er niet.

BRIEFWISSELING pagina 9

HOOFDARTIKEL pagina 9