Uitgespeeld

VNU, het bedrijf dat vroeger Donald Duck en Margriet uitgaf en zich heeft omgebouwd tot informatieconcern, wilde met een bod van bijna 6 miljard euro branchegenoot IMS Health overnemen. Een paar assertieve Amerikaanse aandeelhouders waren het daar niet mee eens. Ze vonden dat een dividend een betere besteding was voor de losliggende contanten van VNU, en in een aandeelhoudersvergadering stemden zij tegen de overname. Die gaat nu niet door. Bestuursvoorzitter Van den Bergh concludeerde dat hij niet het vertrouwen van zijn aandeelhouders had en stapte op. De volgende dag stond hij met een grote foto in het Financieele Dagblad: jasje uit, boord los, das op half zeven, terwijl hij met een lodderige blik de camera in kijkt. Daaronder zijn uitspraak: ,,Zo interessant is het toch allemaal niet.'' Intussen staat al een meute raiders keffend voor de poorten van het bedrijf, klaar om het te ontmantelen.

Een spel is maar een spel, maar dat geldt alleen voor toeschouwers en anderen die niet meespelen. Voor de spelers is het heilige ernst. Wie het spel en de regels niet serieus neemt, is een spelbreker. Spelbreker-zijn is een ernstiger vergrijp dan vals spelen. De valsspeler misbruikt de regels, maar hij rekent erop dat de anderen zich eraan zullen houden en houdt de betovering van het spel in stand. De spelbreker verbreekt de betovering. Als Van den Bergh het allemaal zo interessant niet vindt, heeft hij zowel gelijk als ongelijk. Maar één ding staat vast: in de spelcompetitie van beurswaarde en fusies en overnames doet hij niet meer mee. Iemand die het niet interessant vindt, kunnen ze er niet bij hebben. Die is uitgespeeld.

Maar wat is er dan wel interessant? Karen Armstrong, de auteur van de bestseller Een geschiedenis van God, heeft een nieuw boekje geschreven. In Mythen, een beknopte geschiedenis beschrijft zij hoe er altijd verhalen zijn geweest die het hadden over de verhouding tussen de mens en de schepping, tussen nu en de eeuwigheid. Die verhalen gingen niet over informatie maar over zin. Het gevoel daarvoor zijn wij kwijtgeraakt. Sinds ongeveer de zestiende eeuw is onze cultuur gaan geloven dat er alleen maar te weten valt wat te meten is. Mythen gaan niet over meten, en zo trokken we de conclusie dat ze van geen belang zijn. De verhalen die over zin gaan, hebben we afgeschaft, zegt Armstrong. We zijn de zin voor zin kwijt, en dat is de crisis waar we in verkeren. Het is met ons net als met VNU: het ging fout toen we verhalen inruilden voor informatie.

Toch zijn we niet alle verhalen kwijt. We hebben er nog een, maar het is somber en grauw, zonder perspectief, hoop of verheffing. Het vertelt dat er alleen maar oorzaak en gevolg is, niets heeft een bedoeling. Het is het verhaal van de markt, dat zegt dat er niets anders is dan een blind proces van botsende krachten. Toch bevat het de verlokking van een heilsmysterie, namelijk de belofte dat een onzichtbare hand alles leidt tot het grootste goed voor de meeste mensen. En wat goed is, dat kunnen we meten. Zo hebben we het over nutsfuncties, per capita bruto nationaal product, parts per million fijnstofdeeltjes in de lucht en de economie van de liefdadigheid. Het staat allemaal in de statistieken, maar er blijft een ongemak, alsof we aanvoelen dat dit niet alles zou moeten zijn. We kunnen alleen niet duidelijk maken wat we missen, want we zijn de smaak ervan kwijt. Zin, of het vermoeden ervan, kwam alleen voor in oude verhalen, en die hebben we weggedaan want ze waren niet waar.

Mythen zijn nooit uit de hemel komen vallen, ook al hebben gelovigen dat vaak wel gedacht. Ze zijn altijd opgekomen in mensenhoofden en mensenharten, en verteld bij kampvuren, in tempels, op marktpleinen en aan keukentafels. En in bestuurskamers en collegezalen. Want ook het verhaal van de markt is een mythe: het gaat over onze betekenis of betekenisloosheid in het geheel der dingen, en we vertellen het zelf. Het is een krachtige mythe: de hele elite van de macht gelooft erin. Zijn we er al aan toe, een ander, nieuw verhaal te beginnen bij onze koffieautomaatkampvuren en in onze kantoortempels? De oude verhalen deugen niet meer en de hemel zwijgt. Als wij niet met nieuwe komen, stagneert alles op het platte vlak van oorzaak en gevolg. Zo zouden we kunnen vertellen van het slapende brein, waarin de neuronen en de synapsen de hele tijd maar stroomstootjes doorgaven waar ze geen patroon of betekenis in konden ontwaren. ,,Zo interessant is het toch allemaal niet'', was hun conclusie, en ze hielden op zichzelf serieus te nemen. Ze gingen signalen doorgeven die ze niet ontvangen hadden en omgekeerd, en sommigen begonnen gewoon voor zichzelf, lekker een beetje vermenigvuldigen en woekeren want de onzichtbare hand zou zorgen voor het grootste goed voor de meeste cellen. Het brein ontwaakte. Was het te laat, was de woekering al te ver doorgegaan? Of drong het plotseling tot de cellen door dat het functioneren van het hele brein afhing van elk van hen afzonderlijk, van aandachtig en toegewijd doen wat elk te doen heeft, op zijn eigen plaats, in zijn eigen rol, en met verantwoordelijkheid voor het geheel?

,,Zo interessant is het toch allemaal niet'' – ik hoop niet dat de neuronen en synapsen in mijn eigen hoofd tot die conclusie komen. En ik neem mij voor, zelf te geloven dat het ertoe doet wat ik doe. Dit verhaal opschrijven bijvoorbeeld.

Het schijnt dat Van den Bergh ooit van plan was weer te gaan studeren als hij klaar was met VNU. Dan heeft hij nu zijn kans. Misschien gaat dat wel interessant worden. Misschien komt hij wel tot de conclusie dat zijn hele voorgeschiedenis inderdaad niet zo belangrijk was, althans niet als doel op zich. Maar dat er een bedoeling leek te zijn – al is het maar dat hij met zijn rijke ervaring op zijn toekomstige universiteit één keer een inspirerend gesprek zou hebben met een jonge medestudent. Waarbij het vervolgens buiten ons en zijn blikveld ligt of die student later de aarde gaat redden, of een liefdevolle, toegewijde moeder of vader wordt voor weer een volgend mensenkind. Maar meespelen moet. Op ons kom het aan.