Suriname viert verjaardag in onrustige tijd

Suriname is morgen dertig jaar onafhankelijk. Premier Balkenende bezoekt, als eerste Nederlandse premier sinds de soevereiniteit, de festiviteiten. Valt er eigenlijk iets te vieren?

Op het Onafhankelijkheidsplein in de Surinaamse hoofdstad Paramaribo ontstak president Venetiaan enkele dagen geleden een fakkel die de hele week brandt. Scholen kregen nieuwe vlaggen. Er is morgen een groots defilé. En de Nationale Assemblee komt in speciale zitting bijeen. Suriname pakt de viering van dertig jaar srefidensi (onafhankelijkheid) serieus aan, maar in wat voor toestand treft premier Balkenende, die vandaag in Paramaribo aankomt, de voormalige kolonie eigenlijk aan? En hoe kijkt men naar het voormalige moederland?

Op 25 november 1975 stond een van Balkenendes voorgangers, en geestelijk vader van de Surinaamse soevereiniteit, Joop den Uyl, juichend in het stadion in de Cultuurtuin van Paramaribo. Velen, vooral in Hindoestaanse kring, voelden er niets voor, maar Suriname moest en zou onafhankelijk worden. Ruim 3,5 miljard gulden kreeg de nieuwe republiek mee. Nu, dertig jaar later, is vastgesteld dat die ontwikkelingshulp nauwelijks iets heeft opgeleverd. Een vorig jaar uitgekomen Nederlands-Surinaams onderzoek trok niet alleen vernietigende conclusies over de effectiviteit van de hulp, maar ook over de onderlinge relatie. Die kenmerkte zich ,,door gebrek aan empathie'' waarin ,,emotionele en onzakelijke motieven en verwachtingen de kwaliteit van de hulp wazig maken in een mist van verwijt en rancune.''

Dat laatste zal vermoedelijk niet de sfeer zijn die Balkenende de komende 24 uur zal treffen. Dan zullen vooral Surinames sterke kanten de boventoon voeren: hartelijkheid, gastvrijheid en feest vieren in een vreedzame multi-culturele samenleving. Maar dat neemt niet weg dat de officiële verhoudingen tussen de twee landen weinig ontspannen zijn. Of, om bij de conclusies van het eerder aangehaalde rapport `Een belaste relatie' te blijven: er is, sinds 1975, ,,weinig gestalte gegeven aan gemeenschappelijkheid''. President Venetiaan verweet Nederland vorig jaar nog dat Surinames ontwikkeling was ,,gesaboteerd''. En Den Haag besloot de ontwikkelingsrelatie af te bouwen en voortaan ,,op zakelijke leest'' te schoeien. Iets dat overigens nog niet makkelijk zal zijn in een situatie waarbij bijna de helft van de Surinaamse bevolking overzee woont, Nederlandse programma's iedere avond op de Surinaamse tv te zien zijn en Sinterklaas afgelopen zondag nog feestelijk werd binnengehaald in de Hermitage Mall in Paramaribo. Niet voor niets zeggen vele Surinamers: ,,Of we willen of niet, we horen bij elkaar.''

Toch zijn alle deskundigen het erover eens dat Suriname vooral verder komt als het de blik minder op Nederland richt en meer op de regio. De huidige stand van het land biedt daartoe weinig optimisme. Suriname doet het economisch matig en is deels afhankelijk van een door drugsgeld geleide informele sector. Meer dan de helft van de beroepsbevolking vindt nog steeds emplooi in de topzware collectieve sector en er wordt geklaagd over tanende normen en waarden. Suriname is een land waar de criminaliteit welig tiert, waar te weinig rechters en politiemensen zijn en waar velen slechts door `hosselen' de armoedegrens weten te vermijden.

Een land ook waar het vertrouwen van de bevolking in de ondoorzichtige bestuurscultuur en patronagepolitiek steeds verder daalt. Bij de laatste verkiezingen in mei dit jaar was er een historisch lage opkomst van 65 procent. Geen enkele politieke partij of -combinatie kreeg een meerderheid. Het regerende Nieuw Front (NF, de bundeling van de etnisch georiënteerde `oude politieke partijen') verloor bijna een derde van het electoraat, maar wist via het smeden van een mega-coalitie toch aan de macht te blijven. Maar erg stabiel oogt het `NF Plus' niet.

Daar komt bij dat de regering zich genoodzaakt zag de brandstofprijzen drastisch te verhogen. Het leidde de afgelopen weken tot sociale onrust en protestacties. Drijvende kracht achter de demonstraties, die tot nu toe overigens matig bezocht werden, is Desi Bouterse, oud-legerbevelhebber en tegenwoordig oppositieleider. Zijn NDP heeft, samen met de rest van de oppositie een naar eigen zeggen ,,politieke oorlog'' ontketend. Maar velen vermoeden een verborgen agenda. Bouterse is hoofdverdachte in de strafzaak rond de `Decembermoorden', die na jaren van onderzoek naar een climax lijkt te groeien.

Zowel de nieuwe minister van Justitie Santokhi als procureur-generaal Punwasi heeft laten doorschemeren dat een rechtszaak onontkoombaar is, al zal dat vanwege juridische procedures waarschijnlijk pas begin volgend jaar zijn. Door zich nu op te werpen als leider van de sociale onrust, hoopt Bouterse de aandacht af te leiden. De meeste Surinamers, benadrukt de NDP, hebben wel wat anders aan hun hoofd dan een proces over een zaak van bijna 23 jaar geleden. Maar president Venetiaan gooide dit weekeind olie op het vuur en waarschuwde in ongekend harde bewoordingen voor ,,drugsmaffia, witwassers en moordenaars.''

Zo viert Suriname een onrustige verjaardag. Maar is dat ooit anders geweest? In 1980 was er een coup, later de `Decembermoorden' en een binnenlandse oorlog. Daarop volgde economisch verval, een tweede staatsgreep, weinig daadkrachtig landsbestuur en het plunderen van de staatskas door de regering-Wijdenbosch. Hoe ziet de toekomst eruit voor dat dat atypische stukje Zuid-Amerika tussen Caraïben en Amazone, met zijn smeltkroes van mensen en zijn vele natuurlijke hulpbronnen? Eigenlijk is dat de kernvraag die de republiek zich al dertig jaar stelt: hoe moet het verder met Switi Sranan, met `zoet Suriname'?