Scandinavië verslaat Nederlanders

De Scandinavische economie doet het beter dan de Nederlandse, onder andere doordat er meer vrouwen werken en de arbeidsmarkt flexibeler is.

De Scandinavische landen bieden Nederland lessen op het gebied van kinderopvang, scholen als dagarrangement en ontslagrecht. Ook voeren ze een behoedzamer begrotingsbeleid met permanente overschotten waarmee toekomstige vergrijzingskosten moeiteloos kunnen worden opgevangen.

Dit staat in Lessen uit de Nordics, een verkennende studie van het ministerie van Financiën naar verschillen tussen Nederland en drie Scandinavische EU-lidstaten, Denemarken, Zweden en Finland.

Het onderzoek gaat in op beleidskeuzes die een verklaring vormen voor de verschillen in economische dynamiek en arbeidsdeelname tussen de Scandinavische landen en Nederland. De Scandinaviërs combineren een omvangrijke publieke sector en een hoge belastingdruk met betere economische prestaties. De afgelopen vijf jaar groeide de economie van deze drie landen harder dan die van Nederland en ook de komende jaren zal de groei er naar verwachting hoger zijn dan in Nederland.

,,Klaarblijkelijk hebben de Nordics een efficiëntere overheid'', zegt Wouter Raab van het ministerie van Financiën. Medewerkers van zijn afdeling buitenlandse financiële betrekkingen hebben het onderzoek uitgevoerd. ,,Hun politieke systemen slagen er beter in om economische waarde toe te voegen dan dat van ons.''

Aanleiding voor de studie zijn de verwijzingen die politici, met name van linkse partijen, steeds vaker maken naar het Deense, Finse of Scandinavische model. ,,We wilden wel eens weten wat daar aan de hand is'', zegt Raab. Hij beklemtoont dat het Scandinavische model ,,geen softe optie'' is. Het arbeidsrecht is aanzienlijk strenger dan in Nederland, met name in Denemarken is ontslag veel gemakkelijker. Daarnaast scoort Nederland ,,opvallend slecht'' met het percentage jongeren dat een diploma haalt en de investeringen in onderzoek door het bedrijfsleven.

De Scandinavische landen slagen er veel beter in dan Nederland om schooluitval te voorkomen en leerlingen met voldoende startkwalificaties op de arbeidsmarkt voor te bereiden. Het aantal Nederlanders van 20 tot 24 jaar zonder enig diploma is ruim twee keer zo hoog als in Zweden en Finland. Het percentage uitvallers in Nederland bedroeg in 2002 21,2 procent van de groep van 20 tot 24-jarigen. Nederland presteert ook slechter met het percentage van de bevolking tussen de 25 en 64 dat ten minste een afgeronde middelbare opleiding heeft.

Door de uitgebreide kinderopvang en voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse opvang is de arbeidsdeelname van vrouwen in de Scandinavische landen aanzienlijk hoger dan in Nederland. ,,Het arbeidsmarktsucces van de Nordics heeft vooral een feminien karakter'', stelt het onderzoek vast. Anders dan in Nederland wordt de de kinderopvang in Scandinavië geheel door de overheid gesubsidieerd. Invoering van dit model van kinderopvang zou in Nederland 10,8 miljard euro per jaar kosten, becijferen de medewerkers van Financiën.

Een groot verschil tussen de drie onderzochte landen en Nederland betreft het begrotingsbeleid. Na de ernstige crisis van begin jaren negentig hebben de Scandinavische landen hun overheidsfinanciën gesaneerd. Finland, Zweden en Denemarken hebben nu begrotingsoverschotten en het beleid is erop gericht om deze overschotten in de komende jaren te handhaven. ,,De les is dat een stabiel begrotingsbeleid bijdraagt aan versterking van het weerstandsvermogen van de economie'', zegt Raab.