Percussioniste Claire Edwards is rijzende ster

Stukken voor strijkkwartet en tape zijn er sinds de uitvinding van de elektronische muziek vele geschreven. De wijze waarop Juan Felipe Waller in zijn compositie Ziehen und Sehnen invulling aan deze bezetting geeft, is echter tamelijk uniek. De tape loopt niet door een bandrecorder, maar doet dienst als trekdraad. Percussioniste Claire Edwards riep de meest onwerkelijke klanken op door de strakgetrokken tape, bevestigd aan gong, grote trom en de snaren van het strijkkwartet, meter voor meter tussen duim en wijsvinger door te laten schurken.

De Australisch-Nederlandse Edwards, die afgelopen weekend nog indruk maakte met een optreden tijdens November Music in Den Bosch, is een rijzende ster aan het percussiefirmament. Ze speelt alles koelbloedig en exact, zonder ooit klinisch of geroutineerd te worden. Voeg daarbij haar positieve uitstraling, en het is duidelijk dat ze het soort musicus is dat componisten inspireert.

Dat leidde bijvoorbeeld al tot Campanas y chacaras, dat Gustavo Trujillo op haar verzoek componeerde, en dat gisteren in première ging. Ze speelde het samen met Niels Meliefste, haar partner in Duo Vertigo. Trujillo's werk is gebaseerd op zwevingen, die in twee structuursoorten optreden. Voor de eerste luisterde hij goed naar het boventoonspectrum van een kerkklok, dat hij met twee vibrafoons soms akelig dicht weet te benaderen. Allerlei ritmische patronen ontstaan doordat de vibrafoons met verschillende snelheden vibreren. Hetzelfde principe werkt in de tweede structuursoort, waar herhaalde ritmische patronen van ongelijke lengte, ditmaal op slagwerkinstrumentjes, vergelijkbare resultantpatronen opleveren.

Sterk klonk ook Double Smooth Disaster (2000) van Edward Top, een werk dat in dromerige rust langzaam opgroeit uit geslagen en gestreken vibrafoontonen. Groot is vervolgens de impact van een snel en luid klaterende passage. In alle stilte schuilt echter de ware virtuositeit van de compositie.

Teleurstellend was Rocco Havelaars Sonate voor viool en slagwerk (2000). Het lijkt een schoolse, om niet te zeggen reactionaire vioolsonate, waarin de pianobegeleiding nogal fantasieloos door slagwerk vervangen is, en de interactie niet veel verder gaat dat wat passages in gelijk ritme.

Het Zephyr Kwartet trad zonder slagwerkers op in String quartet (2001) van Oscar van Dillen. Van Dillen laat de akkoorden in zijn compositie leven: ze zijn telkens iets anders gekleurd, steeds in beweging in het gebied tussen ruis en toon. Ondanks een wat zelfstandig opererende cello, toonde het kwartet zich hier opperbest.

Concert: Zephyr Kwartet en Duo Vertigo. Rotterdamse School #6: werken van Waller, Havelaar, Van Dillen, Trujillo en Top. Gehoord: 22/11 Lantaren/Venster, Rotterdam.