Nicht für die Offentlichkeit bestimmt!

De Grote Atlas van Nederland 1930-1950 toont veel onbekend materiaal uit de oorlogsjaren en laat ook de trage modernisering zien.

Ruim negen kilo zwaar en een presentatie in een legerkazerne, dat zie je niet vaak bij een nieuwe atlas. Maar de Grote Atlas van Nederland 1930-1950 weegt maar liefst 9,3 kilo en is vandaag gepresenteerd in de Prinses Julianakazerne in Den Haag. De kolossale atlas is een initiatief van Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior, het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundige Genootschap (KNAG) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH).

De presentatie in een kazerne is passend omdat de atlas veel nadruk legt op de Tweede Wereldoorlog en de grote omvang biedt veel ruimte voor unieke nooit eerder gepubliceerde kaarten uit de periode '40-'45. De atlas gaat overigens niet alleen over oorlog, maar brengt ook uitgebreid en letterlijk in kaart hoe Nederland er voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog uitzag.

Zo laat de Utrechtse sociaal-geograaf B. de Pater in zo'n vijftig atlaspagina's zien hoe Nederland er `aan de vooravond van de moderne tijd' uitzag. De moderne tijd is in de jaren dertig duidelijk in aantocht (ruilverkavelingen, nieuwe infrastructuur), maar anderzijds heeft de Nederlandse samenleving ook nog veel traditionele kenmerken (verzuiling, grondgebonden landbouw, traditionele industrie). Uit een ander deel van de atlas, waarin kaarten zijn opgenomen van 67 plaatsen die in 1949 meer dan 20.000 inwoners telden, blijkt dat de echte uitbreidingen van veel steden nog moesten komen.

Het bijzondere van deze atlas is dat hij veel authentieke, nooit eerder gepubliceerde kaarten bevat. Allereerst zijn er Topografische Karte der Niederlande 1:50.000 waarvan de complete serie op 246 atlaspagina's onverkleind is weergegeven. De kaarten zijn indertijd door de Nederlandse Topografische Dienst gemaakt in opdracht van de Duitse bezetter en geven een gedetailleerd beeld van hoe Nederland er in de oorlog uitzag. Maar niet altijd: dat de binnenstad van Rotterdam op 14 mei 1940 in een Duits bombardement verwoest werd, is op de topografische kaart uit 1941 niet te zien. Een ander saillant detail is dat prof. Schermerhorn, luchtkarteringsdeskundige en Nederlands eerste premier na de oorlog adviseur was bij de serie (tot hij in mei 1942 in St. Michielsgestel geïnterneerd werd). Op de serie, grotendeels uitgegeven als Truppenkarte, stond dik gedrukt dat ze Nicht für die Offentlichkeit bestimmt! waren. Toch zoek je – evenals op de Nederlandse topografische kaarten – vergeefs naar militaire objecten als bunkers en vliegvelden.

Die zijn wel te vinden op de kaarten die Sectie V van het Algemeen Hoofdkwartier van de Ordedienst maakte. Deze organisatie, die later opging in de militaire verzetorganisatie Binnenlandse Strijdkrachten, maakte vele honderden kaarten over de Duitse aanwezigheid in Nederland. Die werden vanaf maart 1943 getekend in de Koepelkerk in Amsterdam en vervolgens elders op zeer klein formaat gefotografeerd, vooral door de latere filmmaker Bert Haanstra. Koeriers brachten ze naar de regering in Londen, de geallieerde inlichtingendiensten en verzetsgroepen in Nederland. In de atlas zijn tachtig van deze kaarten opgenomen, bijvoorbeeld van lanceerinstallaties van V1's. Maar er staan ook Engelse kaarten van de geallieerden in uit april 1945 waarop staat hoeveel ton voedsel er bij welke Nederlandse stad gedropt moest worden.

B.C. de Pater, B. Schoenmaker e.a., Grote Atlas van Nederland 1930-1950 Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior,584 p., dit jaar nog €225 euro, daarna €275.