Interne markt EU gunstig voor lonen

De interne markt van de Europese Unie is nog steeds profijtelijk voor de Europeanen. Een ingezetene verdient gemiddeld 10 procent meer dan zonder Europese integratie het geval zou zijn geweest.

Ook voorkomt de Europese coördinatie veel onnodige bureaucratie in de lidstaten.

Dat staat in een gisteren verschenen studie van het Centraal Planbureau naar de opbrengsten en kosten van de Europese Unie. Sinds enige tijd zijn met name de kosten van de EU onderwerp van politiek debat in Nederland. Het kabinet dringt, gesteund door de Tweede Kamer, al geruime tijd aan op een verlaging van de nettobijdrage van Nederland aan de Europese begroting. Die is de hoogste van alle lidstaten.

Door de economische integratie neemt de handel op Europese bodem nog steeds substantieel toe, stelt het CPB. Bovendien profiteren Europeanen van het feit dat nationale overheden op allerlei gebied niet zelf het wiel aan het uitvinden zijn.

De kosten van de Europese samenwerking kunnen volgens het CPB wel substantieel omlaag. Met name het landbouwbeleid zou genationaliseerd kunnen worden. Eventuele uitgaven voor landbouwsubsidies zouden dan aan de lidstaten zelf worden overgelaten. Omdat in het Europees landbouwbeleid veel meer de nadruk op plattelandsbeheer is komen te liggen en de voordelen daarvan vooral regionaal en nationaal zichtbaar zijn, ligt zo'n nationalisering voor de hand, aldus het CPB.

Een neveneffect hiervan is dat de onderlinge verschillen tussen wat de lidstaten aan Brussel betalen kleiner worden.

De steun die Europa aan bepaalde regio's in rijke lidstaten geeft om daar de economische ontwikkeling te bevorderen (zoals Flevoland in Nederland), kan ook worden geschrapt, vindt het CPB. Rijke lidstaten beschikken over voldoende eigen middelen om minder ontwikkelde regio's te steunen. Bovendien kunnen nationale regeringen dat zelf meestal efficiënter en effectiever doen. Het geld dat zo op Europees niveau vrijkomt, kan beter aan de armere lidstaten worden gegeven. Die moeten ook zelf meer vrijheid krijgen om te bepalen waaraan ze het geld willen geven.

De Europese begroting omvat ongeveer 1 procent van het bruto binnenlands product van de lidstaten. De uitgaven gaan vooral naar het landbouwbeleid en de steun voor arme regio`s. De uitgaven voor de instellingen zelf (Europese Commissie en Parlement) zijn veel minder groot en bedragen ongeveer 0,05 procent van het nationaal inkomen van de lidstaten.