In het land van Mugabe is armoede strafbaar

Verjaagd uit de grote steden, vergeten op het platteland. Een reis langs de `onzichtbare' armen van Zimbabwe.

Er zit maar een ding op, dacht Eliah Gumede toen de Zimbabweaanse president Mugabe zwarthandelaren en kruimelaars als hij bestempelde als ,,vuiligheid'', die uit het zicht moest verdwijnen. Maak je klein. Laat je niet zien. Laat je niet horen. Zorg dat ze je vergeten.

Dat lijkt hem gelukt. Tussen de rotsblokken die Zimbabweanen `kopjes' noemen en de puinhopen van de duizenden huizen die hier ooit gestaan moeten hebben, heeft hij zijn nieuwe onderkomen gebouwd. Een houten hok van drie vierkante meter. Zo klein dat hij, zijn vrouw Memory en hun drie dochters er om beurten moeten slapen. Zo laag bij de grond dat het vanaf de grote weg tussen Harare en Bulawayo niet te zien is.

Zo wonen er nog honderden in White Cliff, een arme buitenwijk van de hoofdstad die zes maanden geleden met de grond gelijk gemaakt werd. Tussen de brokstukken zwerven moeders met kinderen op de rug, staren vaders doelloos voor zich uit. Sinds het einde van Operatie Murambatsvina (,,Duldt geen vuiligheid'') zijn zij de `onzichtbaren' van Zimbabwe, wier bestaan nu zelfs door het staatshoofd wordt ontkend.

,,Waar zijn ze dan?'' vroeg president Mugabe toen hem drie weken geleden de beschuldigingen van de Verenigde Naties voor de voeten werden geworpen dat de vernietigingscampagne van zijn regering zeker 700.000 Zimbabweanen dakloos heeft gemaakt. ,,Laat ze dan zelf eens gaan kijken waar die duizenden nu zijn. Een spook van hun verbeelding.''

De familie Gumede zou willen dat de president gelijk had. Toen hun stenen huis, drie kamers groot, in mei tegen de vlakte ging, beloofde de regering spoedig een nieuwe woning. Een tijdelijk ongemak. In augustus hadden er al 25.000 nieuwe huizen moeten staan in heel het land, 300.000 tegen het einde van het jaar. Volgens officiële schattingen zijn er vooralsnog 6.000 gebouwd. Geen van de huizen wordt bewoond. De eerste begunstigden die in aanmerking komen, zijn ambtenaren en vrienden van de regeringspartij.

,,We moeten wachten, hebben ze gezegd'', zegt vader Gumede, gezeten op een stapel stenen die ooit zijn slaapkamer was. Die bakstenen zijn nu zijn salaris. Hij verkoopt ze langs de kant van de weg, in ruil voor een maaltijd. Tot het huis echt op is.

Nog dagelijks pakt de politie straathandelaren op onder de vlag van Operatie Tsvairai (Ga Voorwaarts). ,,Duizenden families in heel het land zijn nu voor vijf achtereenvolgende maanden beroofd van hun inkomen, in een tijd van hyperinflatie, en totale verpaupering'', schrijft de mensenrechtenorganisatie Solidarity Peace Trust in het rapport Crime of Poverty. In Zimbabwe is armoede een misdrijf.

De regering heeft de thuislozen aangeraden naar hun geboortedorpen naar het platteland te gaan. Daar zouden ze beter af zijn, dan hier in de overvolle stad. De Gumede's hebben er serieus over nagedacht. ,,Daar is het leven goedkoper. Daar kun je tenminste nog maïs voor je familie verbouwen.'', zegt Memory, wijzend naar het zuiden van het land.

Zou het waar zijn? Een vier uur durende tocht naar het zuiden eindigt in de Midlands-provincie. De vrachtwagens van het leger hebben hier duizenden stedelingen naar toe gebracht in de afgelopen maanden. Gedumpt tegen wil en dank. Sommigen maken de reis vrijwillig. In de berm van de weg slepen paarden en ezels wagens voort, volgeladen met matrassen, kasten en huiswaar. Het land is op trek.

Maar niemand in de Midlands-provincie zit te wachten op nog meer volk op toch al uitgemergelde grond. Niet in Silobela, een dorp aan het einde van een slopend pad van dikke keien en rul zand. Niet Thandiwe Zebron, een weduwe met vier kinderen. Ze is 35, zegt ze, als ze zich voorstelt onder de notenboom voor haar hut. Ze heeft het lijf van een vrouw van zestig.

,,Wat moeten ze hier? Het heeft hier al vijf jaar niet meer geregend. Er groeit hier niets'', zegt ze en laat het droge zand tussen de vingers glijden. Als Zimbabweanen zeggen dat het niet heeft geregend, bedoelen ze onvoldoende regen voor een goede oogst. Het land rond de hut van Ma Zebron is kaal. Vee heeft ze niet, alleen een knokige hond die wordt leeggezogen door vijf puppies.

Sinds de dood van haar man leeft Thandiwe Zebron van aalmoezen. Ze repareert de rieten daken van de buren in ruil voor een emmer maïsmeel. Maar sinds de buren ook niets meer te vergeven hebben, vult ze de laatste maanden haar maag met mujumbura: boomwortels. Een dodelijk dieet. Haar dochtertje van zes en zoontje van negen liepen vorige maand voedselvergiftiging op na het eten van de wortels. Ze overleefden de lange tocht naar het ziekenhuis niet.

,,Zimbabweanen hebben geen honger'', zei president Mugabe in oktober op de voedseltop van de Verenigde Naties in Rome. ,,Ze weigeren gewoon iets anders te eten dan maïs. Waarom eten ze geen aardappelen?'' Maar zelfs zijn eigen ministers geloven dat niet meer. Volgens een deze week uitgelekt rapport dat werd opgesteld door de regering in samenwerking met de hulporganisaties van de Verenigde Naties zullen bijna drie miljoen Zimbabweanen zich tot de volgende oogsttijd in februari niet voldoende kunnen voeden. Dat is 36 procent van de bevolking op het platteland. De plek waar de slachtoffers van de vernietigingscampagne in de steden worden geacht te overleven.

De regeringscampagne is een meesterzet, meent Abednigo Malanga, vertegenwoordiger van de oppositiepartij MDC in de Midlands. ,,Iedereen wordt zo afhankelijk gemaakt van de voedselhulp van de regering.'' De MDC en mensenrechtengroeperingen beschuldigen de regering ervan voedsel als politiek wapen te gebruiken. Wie geen lid is van de regeringspartij, krijgt niets te eten. Hulporganisaties hebben sinds april vorig jaar vrijwel geen toegang meer tot de gebieden die in nood zijnb. En wie eigenhandig voedsel wil gaan brengen naar familieleden, loopt de kans te worden gearresteerd. Politieagenten hebben de strikte opdracht alle maïs die tussen districten wordt vervoerd in beslag te nemen en over te dragen aan de distributiecentra van de regering (GMB).

Oppositielid Malanga: ,,Zover is het dus al gekomen hier. Overleven is nu strafbaar.''