First Ladies in de ware zin des woords

De recente opkomst van vrouwen in het openbare leven zou de politiek wel eens ingrijpend kunnen veranderen, verwacht Fareed Zakaria.

Soms krijgen de belangrijkste verhalen op de wereld weinig aandacht, omdat ze gaan over krachtige maar trage tendensen waarover niet zo gemakkelijk te berichten valt. Ze leveren geen mooi plaatje op voor de camera's, en ook geen krachtig beeld dat iedereen eenvoudig kan bevatten. (Hoe breng je de mondialisering op de televisie?)

Maar onlangs gebeurde er iets wat ons de zeldzame gelegenheid biedt om zo'n tendens eens te bekijken. Op 8 november kozen de Liberianen als hun nieuwe leider de 67-jarige oud-Harvard-student Ellen Johnson-Sirleaf. Dit is op zich al nieuws, omdat Johnson-Sirleaf de eerste vrouwelijke Afrikaanse president zal worden. Maar het verhaal wordt nog groter, omdat dit op wereldniveau geen geisoleerd geval is. Een van de stille, onderbelichte vloedgolven van de afgelopen tien jaar is de opkomst van vrouwen in het openbare leven. Dit zou wel eens een hervorming teweeg kunnen brengen van de politiek zoals we die nu kennen.

Zie ook wat elders gebeurt. Deze week koos de Duitse Bondsdag Angela Merkel tot de eerste vrouwelijke kanselier van Duitsland. Bij verkiezingen in de komende twee maanden zal Michelle Bachelet waarschijnlijk tot president van Chili worden gekozen. In dat geval wordt zij de eerste vrouw die tot leider van een vooraanstaand Latijns-Amerikaans land wordt gekozen. Sinds de jaren '90 zijn meer dan dertig vrouwen aan het hoofd van een regering komen te staan. In de jaren '50 was er maar één. (Ik betwijfel of iemand dat nog weet: Suhbaataryn Yanjmaa, president van Mongolië.)

Het zijn niet alleen staatshoofden en regeringsleiders. Wat er bij de Iraakse verkiezingen van 15 december verder ook mag gebeuren, we weten één ding zeker: minstens 25 procent van de zetels in het nieuwe parlement zal door vrouwen worden bezet. De Iraakse Grondwet stelt dit namelijk als vereiste. (In het huidige parlement zitten zelfs al 31 procent vrouwen, en ook zes van de 32 ministers zijn vrouwen.) De Afghaanse Grondwet heeft eenzelfde minimum van 25 procent. En dit maakt deel uit van een wereldwijd patroon.

Alles bij elkaar genomen stellen 50 landen een minimum aan de vertegenwoordiging door vrouwen in hun wetgevende macht. In tal van landen, zoals Zweden, hebben de politieke partijen regels ingevoerd die hen dwingen een vastgesteld aantal vrouwen kandidaat te stellen. (In het Zweedse parlement is 45 procent vrouw.) Het record van de vertegenwoordiging door vrouwen is in het bezit van Rwanda, waar 49 procent van de parlementszetels door vrouwen wordt bezet. De Verenigde Staten staan in dit verband op de 67ste plaats, met niet meer dan 15 procent vrouwen in het Huis van Afgevaardigden. Het laagste percentage vinden we in de Arabische wereld, waar maar 8 procent van de parlementsleden vrouwen zijn.

Is het eigenlijk van belang? Maakt het echt iets uit of een president of parlementslid man of vrouw is? Veel kiezers lijken te vinden van wel. Bij een opiniepeiling in Latijns-Amerika in het jaar 2000 bleek 62 procent van mening dat de armoedebestrijding in betere handen zou zijn bij vrouwen dan bij mannen, 72 procent zag het onderwijs eerder verbeteren door vrouwen en 53 procent hield vrouwen voor betere diplomaten.

Steeds meer blijkt dat regeringen met een beduidend percentage vrouwen op z'n minst andere prioriteiten stellen. Het Wereld Economisch Forum concludeerde uit een studie in drie landen dat vrouwen meer geld wilden voor gezondheidszorg, onderwijs en sociale voorzieningen, en minder voor militaire uitgaven. En overal ter wereld worden vrouwen als minder corrupt beschouwd.

Dit strookt met het toenemende aantal aanwijzingen op microniveau dat hulp meer besteed is aan vrouwen dan aan mannen. Geef een moeder geld, waar ook ter wereld, en ze zal het meestal in de gezondheid en het onderwijs van haar kinderen steken. Een man daarentegen zal er vaak mee naar de plaatselijke kroeg lopen. ,,Braziliaanse studies wijzen uit dat de overlevingskansen van een kind 20 procent stijgen als niet de vader maar de moeder het inkomen in handen heeft'', zegt Mayra Buvinic van de Wereldbank.

Er wordt nog een verschil tussen mannen en vrouwen opgemerkt. Zeven jaar geleden publiceerde Francis Fukuyama een artikel in Foreign Affairs waarin hij aan het snel groeiende terrein van de evolutiebiologie de stelling ontleende dat ,,agressie, geweld, oorlog en heftige strijd om de heerschappij [...] nauwer verwant zijn met mannen dan met vrouwen''. Hij kwam tot de slotsom dat ,,een wereld onder leiding van vrouwen andere regels zou hanteren [...] en dit is het soort wereld waar alle postindustriële maatschappijen in het Westen naar op weg zijn. Naarmate vrouwen in deze landen macht verwerven, zouden ze minder agressief, avontuurlijk, wedijverig en gewelddadig moeten worden.'' Fukuyama stelt zelfs de politiek incorrecte vraag of sommige `vrouwelijke' trekken misschien negatieve gevolgen voor het bestuur zouden kunnen hebben.

De opvatting van Fukuyama werd door een aantal feministes gehekeld, omdat hij voorbijging aan de realiteit dat oorlog een complexe gebeurtenis is die door vele krachten wordt veroorzaakt – niet alleen door het machismo – en omdat hij een stereotiep beeld van vrouwen als `zacht' en mannen als `hard' verspreidde. Maar er lijken steeds meer wetenschappelijke aanwijzingen te zijn dat bepaalde wezenlijke verschillen tussen mannen en vrouwen zeer diep gaan. Er blijven altijd vrouwelijke uitzonderingen – Margaret Thatcher, Golda Meir, Indira Gandhi – zoals er ook mannelijke zijn – Boeddha, Gandhi – maar een aantal studies ondersteunt het algemene onderscheid tussen de meeste mannen en vrouwen.

Het is nog veel te vroeg om te kunnen zeggen hoe anders de wereld zou zijn als vrouwen een gelijk aandeel in het bestuur zouden hebben. Maar het is een trend die binnenkort ook in uw theater te verwachten is, dus let maar goed op.

Fareed Zakaria is columnist van Newsweek.

© Newsweek