Democraten

Als politici van dezelfde partij met elkaar ruziën, zoals nu Wiegel en Hirsi Ali in de VVD, kunnen de verbitterdste strijdtonelen ontstaan. Beerputten van list, leugen en lobby openen zich. Deze week zag ik er een interessant toneelstuk over: Democraten van de Engelse schrijver Michael Frayn.

Het gaat in de eerste plaats over de spionageaffaire die in 1974 een einde maakte aan de politieke loopbaan van de Duitse bondskanselier Willy Brandt, gespeeld door Huub Stapel, die moeite heeft om het charisma van Brandt uit te stralen.

Een Oost-Duitse spion, Günter Guillaume, drong als politieke assistent het leven van Brandt binnen, legde beslag op vertrouwelijke documenten en raakte op de hoogte van allerlei vrouwenaffaires van Brandt. Brandt had de gewoonte om interviews met vrouwelijke journalisten in de trein snel om te zetten in vleselijke veroveringen. Hij nam daarbij grote risico's – in dat opzicht doet hij sterk denken aan John Kennedy, die de hoeren naar het Witte Huis liet komen.

Het verraad van Guillaume levert op zichzelf al voldoende boeiend materiaal voor een toneelstuk op, maar er was nog meer aan de hand met Brandt. Hij kon niet overweg met Herbert Wehner, de sluwe fractievoorzitter van zijn partij, de SPD. De erotische escapades van Brandt en zijn besluiteloosheid in politieke zaken ergerden Wehner zeer. Toen de spionageaffaire uitbrak, zag hij volgens de overlevering zijn kans schoon Brandt te wippen en Helmut Schmidt in het zadel te helpen.

Schmidt vroeg zich angstig af of hij de warmbloedige Brandt in de volksgunst kon verdringen. In Democraten zegt Wehner cynisch tegen Schmidt: ,,Je moet tegen de mensen zeggen dat ze te eten krijgen en dat ze het niet koud zullen hebben. Dan houden ze ook van jou. En er moet iemand zijn als ik, aan wie ze een hekel kunnen hebben.''

Wás Wehner de kwade genius achter de val van Brandt? Michael Frayn suggereert het, maar hij doet geen moeite het aan te tonen – dat hoeft hij ook niet als toneelschrijver. Het blijft een intrigerende en ook zeer herkenbare kwestie. In vrijwel ieders carrière doen zich ontwikkelingen voor die zich tegen de betrokkene keren en waarop hij geen greep heeft. Is het toeval of zijn het machinaties? Het slachtoffer komt er zelf doorgaans niet achter.

Willy Brandt suggereerde later dat Wehner hem ten val had gebracht, maar hij wist het niet zeker. Ik heb er zijn in 1989 verschenen Erinnerungen op nageslagen. ,,Het lijdt voor mij geen twijfel dat er bij sommige betrokkenen politieke en persoonlijke kwaadwilligheid achter zat'', schrijft hij. Hij durft niet rechtstreeks het verband te leggen met Wehner, wél schrijft hij dat Wehner ,,verzengd was met eerzucht'' en niet kon accepteren ,,dat de weg naar de top van onze partij voor hem geblokkeerd was''.

Zo gaat het er aan toe onder ambitieuze heren. En dame, als we even naar de VVD terugkeren. Zal Jozias van Aartsen de Wehner van de VVD worden en achter de schermen óf Hirsi Ali óf Wiegel laten vallen?

Binnenkort in ons politieke theater.