De levenslange verplichtingen van Genzyme

De Nederlander Henri Termeer geeft al twintig jaar leiding aan het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Genzyme, het op twee na grootste ter wereld. Hij verwacht veel van gentherapie en het gebruik van stamcellen.

Henri Termeer (58) noemt zichzelf een ontspoorde econoom. Na een studie economie en een leidinggevende baan bij een farmaceutisch bedrijf raakte de Nederlander begin jaren tachtig betrokken bij de oprichting van het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Genzyme. Inmiddels is dat uitgegroeid tot het op twee na grootste biotechnologieconcern ter wereld. Termeer is er al twintig jaar de baas en geldt als een van de meest vooraanstaande biotech-ondernemers ter wereld. Dat hij al bijna drie decennia in de VS woont, heeft zijn sporen achtergelaten: als het over zijn werk gaat, spreekt hij liever Engels.

Tegen alle logica van de farmaceutische industrie in legt Genzyme zich vooral toe op medicijnen voor ziektes die bijna niemand heeft. Het belangrijkste product van het bedrijf is het middel Cerezyme, tegen de zeldzame en dodelijke ziekte van Gaucher. Binnenkort krijgt het bedrijf waarschijnlijk toestemming voor de verkoop van een middel tegen de erfelijke ziekte van Pompe. Baby's die hiermee worden geboren, leven zonder behandeling meestal niet langer dan een jaar. Inmiddels richt het bedrijf zich ook op andere aandoeningen en genetische diagnostiek.

Dit najaar opende Genzyme in één week vier nieuwe vestigingen in Europa, waarvan één in het Belgische Geel.

Hoe is Genzyme begonnen?

,,In het begin werkten we aan een behandeling van de ziekte van Gaucher. Dat deden we op een vrij primitieve manier, door het enzym waar het medicijn uit bestaat te halen uit placenta's. Om één patiënt een jaar te behandelen, hadden we 22.000 placenta's nodig. Dat zijn 22.000 baby's die geboren moeten worden, en placenta's verzamelen is helemaal niet zo makkelijk. We werkten samen met het Institut Pasteur Mérieux in Frankrijk, dat het eiwit albumine uit placenta's maakte. Met geavanceerde wijnpersen haalden ze de vloeistof eruit. Wij hadden het weefsel nodig, dat gooiden ze altijd weg. Tegen ieders verwachting in lukte het om daaruit het enzym te zuiveren en in 1991, tien jaar na de oprichting van het bedrijf, kregen we goedkeuring van de FDA [Amerikaanse medicijnentoezichthouder, red].

,,Om een indruk te geven van hoe idioot dit was: in 1993 gebruikten we 70 procent van alle placenta's uit de westerse wereld. Nu produceren we dit enzym in hamstercellen. Maar die eerste fase is zonder twijfel de grootste katalysator geweest waardoor we zo ver zijn gekomen. Ook al lijkt iets onmogelijk: het kan toch.''

Begin jaren tachtig werden vele biotechnologiebedrijven opgericht. Hoe heeft Genzyme de op twee na grootste kunnen worden?

,,Groei krijg je door producten te maken waarvoor mensen een goede prijs willen betalen. Wij werkten aan medicijnen die zorgden dat zieke baby'tjes konden blijven leven, en dat soort producten krijgt natuurlijk veel steun. Zelfs in Nederland, terwijl we in Nederland voorzichtig zijn met geld uitgeven, toch? Er is geen andere verklaring voor Genzyme's succes dan dat de producten goed werken en dat de markt bereid is ervoor te betalen.''

De behandeling voor de ziekte van Gaucher kost 157.000 euro per patiënt per jaar, het medicijn tegen de ziekte van Pompe wordt waarschijnlijk nog duurder. Waarom moet het zo veel kosten?

,,Voor de ziekte van Gaucher behandelen we nog steeds maar 4.500 patiënten over de hele wereld. Dat zijn alle patiënten van wie we weten dat ze bestaan. We hanteren in alle landen hetzelfde tarief, of het is gratis. Want we behandelen iedereen die de ziekte heeft, ook in landen als China, Vietnam of Tanzania. Stel: we beginnen met de behandeling van een twee weken oude baby met de ziekte van Pompe. Die behandeling kunnen we nooit meer stoppen. Never ever. Zelfs als de regering zegt: die baby kan ons niets schelen. Dus als we beginnen met de behandeling van iemand, misschien als onderdeel van klinisch onderzoek of als onderdeel van een compassionate use-programma omdat we nog geen toestemming hebben het product te verkopen, gaan we een levenslange verplichting aan. Het kan zijn dat we voor die patiënten een fabriek moeten bouwen, wat een heel grote investering is. Die fabriek moet er niet een jaar staan, maar voor altijd. De vergelijking die je maakt is dus niet zo recht-toe-recht-aan als bij de meeste producten. Maar je kunt het niet doen als liefdadigheid. Het moet economisch gezien ergens op slaan, het moet duurzaam zijn. Als wij bankroet gaan, is iedereen slechter af.

,,Onze winstgevendheid is niet zo groot als die van farmaceutische bedrijven. Maar het bedrijf is wel duurzaam. Op het moment kunnen we 20 procent van onze omzet investeren in onderzoek. We betalen geen dividend uit.''

U heeft jarenlang moeten onderhandelen met zorgverzekeraars, over wat zij voor uw producten willen betalen. Wat is een mensenleven waard?

,,Iedereen heeft zijn eigen idee daarover. In Engeland is er een groep economen die zegt: maximaal 30.000 pond [44.000 euro, red.] per jaar. Maar het is onmogelijk om zo te denken.

,,Verzekeraars zijn net als wij. Ze hebben ook moeders, kinderen en ooms met ziektes. Zij zullen nooit weigeren te betalen voor iets dat werkt. Waar ze wel een hekel aan hebben, is trial and error-geneeskunde. We proberen eerst dit, het werkt niet, dus nu proberen we dat. En elke keer kost het 30.000 euro. Tegen kanker zijn er bijvoorbeeld vele behandelingen waar maar 10 procent van de patiënten iets aan heeft. Als het zou lukken die 10 procent van tevoren te vinden, zodat je die laatste 90 procent op een andere manier kunt behandelen, maak je veel vooruitgang. Wij zijn nu bezig met het opbouwen van een diagnostiektak, zodat we dat kunnen proberen.

,,Ik praat veel met ministers van volksgezondheid, van economie, van financiën. Die hebben een hekel aan elkaar, want de een wil geld uitgeven aan zorg en de ander aan wegen. Maar als je ze bij elkaar zet en vraagt hoeveel geld ze ervoor over hebben om te zorgen dat je het verloop van ziektes kunt voorspellen en dat je van tevoren kunt weten welk medicijn werkt, zeggen ze alledrie: wat er maar nodig is.

,,Want er wordt veel geklaagd over de kosten van de gezondheidszorg. In Engeland, waar men 6 procent van het bbp eraan uitgeeft, klaagt men net zo hard als in Nederland, waar dit 10 procent is en als in de VS, waar het 15 procent is. Ze klagen omdat dat veel geld is, en omdat er nog steeds ziektes zijn die we niet goed kunnen behandelen, bijvoorbeeld Alzheimer. Die mensen kosten bakken met geld. Ze moeten naar een tehuis en iemand moet voor ze zorgen, en het duurt vijf of zes jaar tot ze tenslotte doodgaan. Geen enkele kwaliteit van leven. Kanker is ook duur, want het rukt mensen weg in de kracht van hun productieve leven. Hetzelfde geldt voor beroertes en diabetes. Daarom investeren we in nieuwe technologieën, om het verloop van ziektes voorspelbaarder en hanteerbaarder te maken.''

Maar met ziektes zoals Pompe en Gaucher gaat de vergelijking niet op. Zonder behandeling gaat de patiënt dood en kost hij niets.

,,Dat is wel een erg cynische redenering. Daar valt niet mee te werken. Begin jaren negentig sprak ik een hoog iemand binnen de Amerikaanse regering. Die zei tegen me: `We moeten een prijscontrole in het systeem invoeren, want wat gebeurt er als een van jullie een behandeling voor aids bedenkt? Dan kan hij daarvoor vragen wat hij wil.' Het probleem is niet om een werkende behandeling te beprijzen, maar dat er geen behandeling is. Het zoeken naar nieuwe behandelingen vergt gewoon enorme investeringen.''

Hoe kan biotechnologie de gezondheidszorg veranderen?

,,Het persoonlijker maken van medicijnen door de combinatie van diagnostiek en medicatie. Dat zal de effectiviteit van behandelingen sterk vergroten. Dan kunnen we aan de hand van de eigenschappen van patiënten van tevoren zien wie er van een middel zal profiteren en wie niet. Biotechnologie zal ook grote invloed hebben op de bestrijding van pandemieën, zoals een mogelijke menselijke vorm van vogelgriep. Doordat je vaccins efficiënter kunt produceren, bijvoorbeeld in opgekweekte cellen, worden deze beschikbaar voor grote groepen mensen.''

Wat zijn de veelbelovendste technologieën?

,,Als je twintig jaar vooruit kijkt, zijn er twee die ik heel spannend vind. Een daarvan is gentherapie, waarbij je rechtstreeks in de cel een eiwit kunt laten maken dat er wegens een genetisch defect oorspronkelijk niet of alleen in vervormde versie was. De andere is het gebruik van stamcellen [cellen waarvan de functie nog niet is vastgesteld en die nog in alle soorten cellen kunnen veranderen, vaak afkomstig uit embryo's, red.]. Over dat laatste wordt enorm veel gepraat en je krijgt de indruk dat we morgen de wereldproblemen ermee kunnen oplossen. Er wordt onderschat hoe lang het zal duren. Dat gebeurt trouwens altijd in de biotechnologie. We doen een nieuwe ontdekking en dan vergeten we dat het tien tot twintig jaar duurt voor we die aan patiënten kunnen geven.''

Hoe denkt u over de ethische aspecten van stamceltechnologie?

,,Het gaat hier om revolutionaire therapieën, en een revolutie vindt nooit stilletjes plaats. Je hebt discussie nodig om tot overeenstemming hierover te komen. Iedereen heeft ermee te maken, dus het is zeer gezond en passend dat overheden die de mensen vertegenwoordigen, hier actief over discussiëren.''

President Bush verbood dat er overheidsgeld in stamcelonderzoek werd gestoken.

,,Bush heeft een extreem conservatieve beslissing genomen over stamcellen, maar er zijn elke vier jaar verkiezingen. Dit soort besluiten creëert nooit een definitieve status rondom een technologie, alleen een tijdelijke. Ik herinner me dat in de eerste dagen van de biotechnologie, de stad Cambridge, waar de universiteiten MIT en Harvard zitten, het plaatsen van een gen in een andere cel verbood. Dat maakte het zeer moeilijk om vooruit te komen. zelfs in deze vooruitstrevende omgeving. Maar een paar jaar later kwam de stad bij z'n positieven en werd iedereen ondersteund.''

Zou het werk in de biotechnologie niet makkelijker worden zonder dat soort regels?

,,Nee. Het is erg belangrijk dat we kunnen definiëren hoe we werken, als het gaat om regulering. Het vertrouwen van de consument in wat wij doen, in de producten die wij bieden en het geld dat we ervoor vragen, is extreem belangrijk om deze technologieën te laten inburgeren. Er moet vertrouwen zijn dat we weten wat we doen en dat we het ethisch kunnen verantwoorden. Zonder regels zou dit veld niet vooruit komen.''

De farmaceutische industrie ligt het laatste jaar onder vuur, vooral vanwege de Vioxx-affaire. Medicijnenfabrikant Merck hield gegevens achter waaruit bleek dat deze pijnstiller niet veilig was. Duizenden gebruikers kwamen om door een hartaanval.

,,Merck opereert in een zeer competitieve markt. Ik denk dat toen zij twijfels begonnen te krijgen over hun product, ze steeds meer bewijs wilden dat er inderdaad iets aan de hand was. Toen uiteindelijk uit het klinisch onderzoek bleek dat er echt veiligheidsproblemen waren, moesten ze het product van de markt halen. Een zeer pijnlijke en schadelijke episode voor het bedrijf en voor de farmaceutische industrie in het algemeen.

,,Het risico dat dat dit soort dingen gebeurt, bestaat altijd wanneer je sluitend bewijs hebt over de voordelen van een medicijn maar imperfecte gegevens over de risico's. Bedrijven proberen dan te bewijzen of die risico's er wel of niet zijn, en dat is heel moeilijk.''

Hoe valt zoiets te voorkomen?

,,Alles wat we doen kan in potentie veiligheidsrisico's opleveren. Het enige wat je kan doen is de transparantie vergroten en zorgen dat transparantie een economisch belang vertegenwoordigt. Dat is duidelijk wat er nu gebeurt: het is niemand ontgaan hoeveel deze gebeurtenis Merck heeft gekost. Iedereen zal nu proberen zichzelf hiertegen te beschermen, want een incident als dit kan je bedrijf vernietigen. Bijna geen enkel korte termijn-voordeel weegt op tegen dit risico.''

Heeft u nog nieuwe plannen?

,,Ik ben 58, ik denk dat het te laat is om iets anders te beginnen. Maar ik wil me nog verdiepen in verwaarloosde ziektes in ontwikkelingslanden. We kunnen veel doen om te zorgen dat daar meer medicijnen voor komen. Niet dat ik daar naartoe ga met een tas vol pillen, mijn rol kan zijn het bevorderen van onderzoek ernaar. Het zou meer een politieke activiteit zijn.''