De geharde oorlogsjournalist

Verslaggevers lopen meer kans om in Irak te sterven dan een militair, zegt het International News Safety Institute.

Het is een triest record: het aantal gesneuvelde journalisten in Irak is sinds augustus hoger dan het totaal aantal `mediadoden' dat tijdens de oorlog in Vietnam viel. Daar sneuvelden tussen 1955 en 1975 zeventig oorlogsverslaggevers, fotografen en cameralieden. ,,Vietnam was voor journalisten minder gevaarlijk dan de oorlogen daarna'', stelt Chris Cramer, hoofdredacteur van CNN International en ere-voorzitter van het International News Safety Institute (INSI).

,,Sinds de oorlogen in Irak is de veiligheid van de journalisten in toenemende mate zorgwekkend te noemen. Dit jaar zijn er al 81 medewerkers van media gedood. Een record, terwijl wij nog ruim een maand te gaan hebben. Elk jaar vallen er meer doden. Wat dat betreft was 2001, met name door de oorlog in Afghanistan, een zwaar jaar, net als 2003 door Irak.''

Volgens Cramer is de kans dat een journalist aan het front wordt gedood groter dan de kans dat er een militair sneuvelt. ,,Dat komt niet alleen doordat er nu veel meer journalisten verslag doen vanaf het slagveld, maar ook doordat de journalist vroeger nog wel werd beschouwd als een onafhankelijke waarnemer. Nu wordt hij vaak zelfs gehaat. Hij is niet meer onaantastbaar en wordt gezien als onderdeel van de andere partij, van de vijandige regering. Embedded of niet, ze worden beroofd, gegijzeld en zelfs gedood.''

De CNN-hoofdredacteur uitte zijn noodkreet op het jaarlijkse internationale congres News Xchange, eerder deze maand in Amsterdam. Het INSI houdt kantoor in Brussel, waar de Nederlandse Sarah de Jong onderdirecteur is. De organisatie heeft op vijf continenten vestigingen en wordt gefinancierd door tv-stations, persbureaus, kranten en journalistenbonden uit vele landen; behalve veel westerse media zijn ook bijvoorbeeld Al Jazeera en Al-Arabia lid.

Kranten, tv-stations of persbureaus kloppen aan bij INSI als een journalist wordt uitgezonden en de opdrachtgever beseft dat voor een verslaggever speciale voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Voor Nederland is de NOS al vanaf het prille begin bij INSI aangesloten, later gevolgd door RTL Nieuws.

Het INSI organiseert trainingen in oorlogsgebied voor zowel internationale als lokale journalisten. Maar ook worden cameramensen, tolken, vertalers en andere betrokkenen in de verslaggeving in oorlogsgebied opgeleid.

De INSI-cursus van twee dagen is toegespitst op het conflictgebied in kwestie en wordt gegeven door ex-commando's. Zij trainen journalisten erin hoe ze zich moeten gedragen bij bijvoorbeeld een checkpoint, een vuurgevecht of een ontvoering. Ook omvat de training instructie hoe je je eigen kogelwonden moet verzorgen of hoe te reageren als een collega gewond raakt en er geen verbandmiddelen voorhanden zijn.

De cursisten leren bovendien de effecten van bepaalde wapens te herkennen en niet te vallen voor wat Sarah de Jong `het Hollywood-effect' noemt: schuilen achter een auto op de manier zoals volgens de meeste oorlogsfilms schijnbaar veilig is.

De nadruk van het INSI ligt op preventie, maar raakt een journalist daadwerkelijk gewond of gegijzeld, dan staat het instituut de betrokken nieuwsorganisaties met raad en daad bij. Toen ITN-journalist Terry Lloyd in Irak omkwam, is zijn lichaam met hulp van het INSI uiteindelijk met moeite naar het vaderland gesmokkeld. Daarnaast is het INSI intermediair in gijzelingszaken, zoals vorige maand voor een journalist van de Britse krant The Guardian.

INSI biedt niet alleen hulp in oorlogsgebieden, maar ook op plaatsen waar zich een ramp voordoet. Sarah de Jong: ,,We probeerden bijvoorbeeld te voorkomen dat de journalisten die de tsunami of de aardbeving in Pakistan versloegen, met trauma's terugkwamen.''

Journalistiek in crisisgebieden is een zwaar en moeilijk vak, vindt De Jong. ,,Veel verslaggevers zijn macho's. Ze zijn trots op hun werk en vinden dat de verwerking van alle ellende gewoon bij hun baan hoort. Hun werkgever willen ze niet lastig vallen met problemen. Door die mentaliteit gaan uiteindelijk veel huwelijken van verslaggevers kapot, of raken ze aan de drank of de drugs.''

De psychologische opvang is bij het leger vaak goed georganiseeerd, net als bij hulpverleningsinstanties die in ramp- en oorlogsgebieden met dood en verschrikking worden geconfronteerd. Voor journalisten is er sinds kort ook een initiatief dat adequate hulp probeert te verlenen: Mark Brayne, voormalig BBC-correspondent, bekommert zich als psychotherapeut over journalisten die geestelijk of lichamelijk gewond uit een oorlog komen.

Brayne houdt zich in zijn Dart Center for Journalism (www.dartcenter.org) niet alleen bezig met de preventie van trauma's bij oorlogsjournalisten, maar bereidt ook opdrachtgevers en betrokkenen voor op de psychische gevolgen van risicovolle journalistiek. ,,Meestal hebben de nieuwsorganisaties geen idee met welke last ze hun verslaggever opzadelen'', zegt Brayne.

,,Als INSI proberen we het besef te verhogen dat journalisten een gevaarlijk beroep hebben'', zegt Chris Cramer. Zijn voormalige werkgever CNN is daar al van doordrongen: ,,Verslaggevers worden door CNN niet zomaar naar een brandhaard gestuurd. Eerst moet je leren hoe je jezelf moet beschermen en hoe je risico's kunt vermijden.''

Tegenwoordig zendt CNN alleen nog journalisten naar Irak die er al eerder zijn geweest. Teruggekeerde journalisten kunnen vertrouwelijke gesprekken met deskundigen voeren en over hun ervaringen praten. ,,Een CNN-journalist kan ook ter plaatse aangeven dat hij het niet meer aankan. Dan wordt die onmiddellijk teruggehaald'', aldus Cramer.