Babysterfte ook door slechte zorg

Van iedere duizend baby's in Nederland sterven er 13,4 laat in de zwangerschap of in de eerste levensmaand. Bij één op de elf sterfgevallen komt dat waarschijnlijk door minder goede zorg.

Dit is de conclusie van een commissie van medici en verloskundigen, die is ingesteld door de beroepsverenigingen van gynaecologen, verloskundigen en andere betrokken disciplinen.

Het nieuwe cijfer voor de zogenaamde perinatale sterfte is nog hoger dan eerdere cijfers uit 2003. Toen bleek de pasgeborenensterfte in Nederland de hoogste in Europa te zijn. Het sterftecijfer van 13,4 pasgeborenen is het resultaat van een registratieproef in de regio's Amsterdam, Midden- en Noord-Oost-Brabant en Zuid-Limburg. De cijfers zijn vandaag in Zeist bekendgemaakt op het symposium `Perinatal audit in Nederland'.

De conclusie van de onderzoekscommissie staat ook in schril contrast met een vorige maand uitgekomen rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Volgens het RIVM is in Nederland de zorg in orde, maar is de score internationaal gezien slechter omdat in Nederland meer zwangeren wonen met een hoog risico op complicaties: de Nederlandse zwangeren roken meer, ze zijn dikker, ze zijn vaker in verwachting van een meerling en er zijn meer allochtonen. Nederlandse aanstaande moeders zijn gemiddeld niet ouder – ook een vaak gehoord argument – dan zwangeren in bijvoorbeeld Scandinavische landen.

Het RIVM-rapport `Met de besten vergelijkbaar' was een analyse, op verzoek van het ministerie van volksgezondheid (VWS), van de Europese cijfers uit 2003 waaruit Nederland als land met de hoogste pasgeborenensterfte naar voren kwam.

Van een deel van de gerapporteerde overledenen uit de proefregio's is de doodsoorzaak gedetailleerd geanalyseerd door de uit geboortedeskundigen bestaande Commissie Perinatal Audit. De commissieleden beoordeelden in kleine groepjes van wisselende samenstelling de medische dossiers van 228 overleden baby's. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat 84 kinderen (38 procent) waren overleden door een afwijking aan de placenta, bijvoorbeeld doordat die losliet of door een bloeding. Dat geldt als de belangrijkste doodsoorzaak waar iets aan te doen valt.