Zwaar werk in de dodendriehoek

De Nederlandse kunststofgieterij Fiberstruct is vorig jaar verhuisd naar Slowakije. Maar de Slowaken staan ondanks de hoge werkloosheid niet echt te springen om het fysiek zware werk te doen.

Miroslav Lazorík ruikt geregeld even aan zijn werknemers. Deze rudimentaire alcoholtest is helaas nodig, zegt de Slowaakse manager. ,,Drank is in deze streek een groot probleem.'' Als het kon zou hij zijn mensen ook na werktijd besnuffelen, om te kijken of ze wel vroeg naar bed gaan. ,,Onze werknemers moeten elke dag superfit zijn.''

Wie de naastgelegen fabriekshal betreedt, begrijpt wat Lazorík bedoelt. Daar worden in hoog tempo looproosters van kunststof gegoten. De vloeibare hars waarmee wordt gewerkt droogt razendsnel en verspreidt een onaangename geur. Een race tegen de klok, in een chemische omgeving. Geen plek voor dronkelappen of nachtbrakers, maar voor frisse jongens met een sterke maag. De gemiddelde leeftijd op de werkvloer is 22.

Toen de Nederlandse eigenaar van de fabriek, Fiberstruct, hier in het oosten van Slowakije de deuren opende in september 2004 stonden de Slowaken letterlijk in de rij. De werkloosheid in het nabijgelegen stadje Strážske en omgeving ligt tussen de 25 en de 30 procent, veel hoger dan het landelijk gemiddelde.

Maar veel jongens haakten in hun proefperiode van drie maanden alweer af, want licht kun je dit werk niet noemen. Het gieten van de met glasvezels versterkte roosters gebeurt op ambachtelijke wijze. De glasvezeldraden worden ingeweven met een soort drietand, die met stevige slagen heen en weer wordt gehaald door een met kunststof gevulde ruitjesmal.

Het verloop in de inmiddels opgeheven Nederlandse fabriek was groot. Dat hoort nu eenmaal bij dit soort werk. ,,Maar in Slowakije is het verloop groter'', zegt Leo de Baan van moederbedrijf Eyke Hogendoorn uit Terneuzen. ,,Dat is ons wel tegengevallen.''

De dertig werknemers van Fiberstruct produceren jaarlijks zo'n 70.000 vierkante meter kunststof looproosters, die niet roesten en daarom met name geschikt zijn voor windmolenparken in zee en booreilanden. Ook de onderhoudsmonteurs van de dertien kilometer lange monorail van Wuppertal lopen op roosters van Fiberstruct.

Het maken van de roosters was jarenlang een aantrekkelijke nichemarkt, totdat de Chinezen zich erop stortten. Eerst poogde Fiberstruct de productie te automatiseren, om de loonkosten te drukken. Maar na uitgebreide studies over het gebruik van robots bleek dit per saldo niet goedkoper. Alleen de verhuizing naar een lagelonenland kon soelaas bieden.

Fiberstruct wilde eerst naar West-Slowakije, maar daar ontstond onrust over de komst van een chemisch bedrijf. De Slowaakse overheid kwam uiteindelijk met een locatie in het oosten, op een bedrijventerrein van een bestaande chemische fabriek bij Strážske. Het stadje ligt in wat in de volksmond `de dodendriehoek' heet, een gebied waar zware industrieën op een kluitje zitten. Chemko, de eigenaar van het bedrijventerrein, was ooit de trots, maar is nu het trauma van Strážske.

De tien ongebruikte busterminals en de vrijwel lege parkeerplaats bij de ingang zijn stille getuigen van wat ooit een reusachtig bedrijf moet zijn geweest. Het terrein is een doolhof van overwoekerde buizen, installaties en ruïnes. In hoogtijdagen werkten er dag en nacht 4.000 mensen. Nu een kwart daarvan.

Naast de Nederlanders hebben ook Duitsers, Fransen en Italianen hun intrek genomen in een van de honderden gebouwen op het terrein, dat groter is dan Strážske zelf. Zij vormen nu de economische voorhoede van de regio. Chemko vervult vooral de rol van conciërge.

Miroslav Lazorík rijdt elke dag ruim een uur naar Strážske. Daar wonen wil hij voor geen goud. ,,Strážske is een gat. De bevolking loopt terug. Vijftien jaar geleden waren hier stadions, zwembaden, sporthallen, allemaal gefinancierd door Chemko. Nu is alles gesloten of vervallen.''

Met het stadsleven is ook het arbeidsethos verdwenen. Lazorík: ,,Oudere mensen staren naar het verleden. Ze zijn jaren werkloos en kunnen het zich niet meer aanleren om te werken.'' De Baan: ,,Het sociaal vangnet is nog redelijk hoog in Slowakije. Dat werkt ook niet in ons voordeel.'' Lazorík: ,,Ook jongeren zijn moeilijk te motiveren. Ze blijven te lang thuis, bij hun ouders, en hoeven niet zo nodig.'' De Baan: ,,Het liefst werken we met jongemannen die een gezin aan het stichten zijn en zelf hun huur moeten betalen. Die willen wel.''

Aan het salaris ligt het niet, zeggen de managers. Het gemiddelde nettoloon ligt volgens Lazorík in Oost-Slowakije rond de 12.000 kroon (307 euro) per maand. ,,Wij zitten daar net iets boven en dan zit je in deze regio heel goed.'' De jongens krijgen bovenop een basissalaris premies voor elk goed afgeleverd rooster. ,,Op die manier kunnen ze wel eenderde boven hun maandsalaris uitstijgen'', zegt De Baan.

Maar Jimmy, een Nederlandse jongen die dit werk voorheen in Nederland deed, zou niet voor een Slowaaks salaris willen werken, zegt hij desgevraagd. Jimmy is naar Slowakije gestuurd om zijn onervaren Slowaakse collega's te helpen. Hij heeft hier inmiddels de vrouw van zijn leven ontmoet, maar zijn contract en het daarbijbehorende Nederlandse salaris eindigt in december. Dan moet hij kiezen: blijven, met 300 euro per maand en de vrouw van zijn leven, of teruggaan. ,,Ik denk dat ik terugga.''

Fiberstruct trok niet alleen voor de lage lonen naar Slowakije. Het bedrijf hoopt ook nieuwe markten te kunnen aanboren in Oekraïne en Rusland. Op dit moment wordt in Strážske een verkoopafdeling opgezet voor deze nieuwe landen.

Is Lazorík niet bang dat de fabriek vroeg of laat meeverhuist naar Oekraïne? ,,Absoluut niet. Tussen Slowakije en Nederland is het cultuurverschil klein, maar Oekraïne is een ander verhaal.'' De Baan: ,,Op dit moment zijn we heel concurrerend, maar er komt misschien een moment dat zelf produceren geen zin meer heeft en inkopen goedkoper is. China is de boeman.''

Dit is het vierde deel in een serie over Nederlandse bedrijven in Oost-Europa. Eerdere delen verschenen 3, 9 en 16 november en staan op www.nrc.nl.