`Wij zijn stille revolutionairen'

Het ministerie van Onderwijs gaat op de schop. Alweer. Volgens de minister en haar hoogste ambtenaar is een nieuwe ingreep nodig om beter te voldoen aan politieke wensen.

Toen weekblad Elsevier onlangs suggereerde dat het ministerie van Onderwijs beter gebombardeerd kan worden, toonde minister Maria van der Hoeven zich not amused op haar weblog. Een gisteren in de Volkskrant gepubliceerde strip met soortgelijke strekking begroet de minister van Onderwijs echter met een uitbundige lach. ,,Die vind ik geweldig!'' Tegen haar hoogste ambtenaar, naast haar: ,,We gaan ervoor zorgen dat dit niet meer gebeurt.''

Met secretaris-generaal Koos van der Steenhoven, net als de minister een CDA'er, licht Van der Hoeven toe wat er de komende paar jaar gaat veranderen bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het ministerie gaat op de schop. Een ingrijpende transformatie, blijkt uit de brief die Van der Hoeven hierover vandaag naar de Tweede Kamer stuurt. Het ministerie, staat in de brief, is een ,,soms in zichzelf, bureaucratisch'' departement.

Het ministerie lijdt in de buitenwereld onder een beroerd imago. Maar ook intern is het nooit rustig op het ministerie. De vandaag aangekondigde reorganisatie, de zesde in tien jaar tijd, is de tweede sinds het aantreden van secretaris-generaal Van der Steenhoven, medio 2003. Dat een hoge ambtenaar openlijk over zijn ministerie praat, is niet gebruikelijk. Maar Van der Steenhoven licht graag toe welke veranderingen hij op OCW wil zien. En Van der Hoeven (,,Zeg jij het maar, Koos. Jij bent de secretaris-generaal'') geeft hem vaak het woord.

Weer een reorganisatie bij OCW. De vorige is nog niet eens afgerond. Zijn uw ambtenaren niet murw van al die veranderingen?

Van der Steenhoven: ,,Mensen houden van vastigheid, ze houden niet van verandering. Maar dit is een noodzakelijk vervolg op de vorige reorganisatie. De afgelopen twee jaar hebben we hard gewerkt aan kwesties als integriteit, controle, een klokkenluidersregeling. Maar we moeten beter inspelen op wensen van de politiek en het onderwijsveld.''

Van der Hoeven: ,,Ambtenaren moeten net zo min als ministers denken: het huis is schoon, we zijn klaar. Er worden steeds nieuwe eisen aan ons gesteld, ook door de Tweede Kamer. Om daar aan te kunnen voldoen, moeten we de organisatie aanpassen.''

Voor leraren en schoolbestuurders wekt u de indruk dat het ministerie vooral met zichzelf bezig is in plaats van met het onderwijs.

Van der Hoeven: ,,Dat denk ik niet. Ik denk wel dat ze ons kritisch volgen en kijken of we onze beloftes waarmaken. Of er inderdaad minder ambtenaren en minder regels komen. Of we ze erkennen als professionals. What's in it for us, dat vragen ze zich af.''

Volgens de PvdA kan OCW beter werken door de helft van het aantal ambtenaren te ontslaan.

Van der Steenhoven: ,,Andere partijen zeiden dat ook, het CDA bijvoorbeeld. Ik vind dat heel merkwaardig om te denken. Alsof we hier uit onszelf beleid zitten te maken. De afgelopen honderd jaar is er nu eenmaal een enorme regellast opgebouwd en we doen ons best om de overlast daarvan zoveel mogelijk te beperken. Voor ambtenaren is het heel vervelend dat er zo over hun werk wordt gepraat, alsof een op de twee collega's in de prullenbak kan. Dat leeft hier ongelooflijk sterk.''

Van der Hoeven: ,,De Tweede Kamer is niet altijd consequent. Enerzijds willen ze dat we zoveel mogelijk overlaten aan de scholen, anderzijds willen ze dingen vastleggen in detailregels. Kamerleden vinden het soms raar dat ik bepaalde dingen niet wil weten of wil controleren, maar dat hoort bij meer autonomie voor de scholen.''

Autonomie voor de scholen is de kern van uw beleid, maar kan dat niet doorslaan. U krijgt nogal eens het verwijt dat u geen visie heeft op het onderwijs.

Van der Hoeven: ,,Ik heb geen visie in de vorm van een blauwdruk van bovenaf, dat moet je niet willen. Ik weet wat het einddoel is, maar niet hoe de weg daarheen eruit ziet. Voor het basis- en voortgezet onderwijs is mijn visie dat we toe gaan naar brede scholen, die verbonden zijn met allerlei andere maatschappelijke instellingen op het gebied van sport, cultuur, science.''

Sinds vorige week bent u de minister die het bekritiseerde studiehuis in de bovenbouw van havo en vwo gaat omgooien. Was deze vernieuwing een product van een departement dat te aanwezig was in het onderwijs?

Van der Hoeven: ,,Dat klopt. We wilden te veel voorschrijven hoe het onderwijs eruit moet zien. De gedetailleerde examenvoorschriften verdwijnen, waardoor scholen bijvoorbeeld kunnen besluiten om de leerlingen minder werkstukken te laten maken.''

Hoe verklaart u de plotselinge commotie? Deze aanpassingen zijn al twee jaar in ontwikkeling en gingen deze zomer naar de Kamer.

Van der Hoeven: ,,Alle aandacht ging naar de herziening van de profielen, naar de aard en de omvang van de eindexamenvakken. Wij vonden het jammer dat er nauwelijks aandacht was voor een ogenschijnlijk bescheiden aanpassing op didactisch vlak.''

Uw schijnbare ingrijpen in studiehuis en tweede fase is dus een pr-stunt? Nu er veel kritiek is op het gebrek aan kennisoverdracht, bent u opeens de hoeder van kennis.

Van der Hoeven: ,,Dat argument speelde twee jaar geleden al mee bij de beslissing om de tweede fase te herzien in 2007. Toen wilden we de versnippering door te veel vakken al tegengaan omdat we meer verdieping wilden. Toen ging het wel degelijk ook over het terughalen van kennisoverdracht. Al snel na de invoering werd duidelijk dat de overdaad aan vakken ten koste ging van diepgang.''

Columnisten en opiniemakers maken zich zorgen over het niveau van het Nederlandse onderwijs, en hun kritiek neemt eerder toe dan af. Hoe komt dat?

Van der Hoeven: ,,Ik zie dat anders. In mijn beleving werd er drieëneenhalf jaar geleden veel negatiever geschreven over het onderwijs dan nu. OCW wordt niet meer beschouwd als een ivoren toren, de toon wordt positiever. Neem het vmbo, dat was een jaar geleden nog kommer en kwel. De scholen hebben zelf gezegd: nu is het genoeg, en met succes een tegenbeweging ingezet. De moord op Hans van Wieren heeft geleid tot veel aandacht voor veiligheid op school. Iedereen viel over me heen toen ik zei dat scholen te gesloten waren over geweldsincidenten, maar de opschudding over die opmerking heeft wel geleid tot meer openheid.''

Anders dan veel voorgangers heeft u geen grote onderwijsvernieuwing ingevoerd. Hoe wilt u de geschiedenis ingaan?

Van der Hoeven: ,,Als een minister die de eigen kracht van het onderwijs heeft erkend, die de professionaliteit van werkers in het onderwijs heeft gehonoreerd. Maar ik behoor tot de categorie van de stille revolutionairen, net als Koos.''

Van der Steenhoven, van gereformeerde huize: ,,Wij zijn anti-revolutionairen.'' Van der Hoeven, rooms-katholiek: ,,Nou, dat gaat me iets te ver.''

Van der Steenhoven, met spijtige stem tegen de minister: ,,Je krijgt nu eenmaal geen standbeeld voor het doorvoeren van meer autonomie of het harmoniseren van de onderwijswetgeving.''