VUT-regeling is mogelijk discriminatie

Talloze regelingen waarbij jongere werknemers geld op tafel moeten leggen om de VUT-regeling voor collega's boven de 55 te betalen zijn mogelijk in strijd met het wettelijk verbod op leeftijdsdiscriminatie.

Dat stelt Vrije Universiteit-medewerker M. Heemskerk in een onderzoek naar leeftijdsonderscheid bij overgangsregelingen die 55-plussers de huidige VUT-regelingen laten behouden die het kabinet per 1 januari 2006 heeft afgeschaft.

Afgelopen zomer kregen de vakbonden voor overheidspersoneel volop kritiek van jongere ambtenaren die vinden dat zij te veel moeten bijbetalen aan de VUT-regelingen waarvan zij zelf nooit gebruik zullen maken. Het ongenoegen werkte als katalysator voor de oprichting van een nieuwe bond, Alternatief voor Vakbond (AVV), die juist jongeren wil aantrekken.

Heemskerk rept in zijn vanmiddag gepresenteerde studie van een ,,tikkende tijdbom'' onder overgangsregelingen met leeftijdsgrenzen, waarbij de ene leeftijdsgroep wel profiteert maar de andere niet.

Zeker 2,5 miljoen werknemers doen verplicht mee aan overgangsregelingen. De bedragen zijn immens. Heemskerk citeert uit de parlementaire behandeling van de afschaffing van de VUT: de totale premiekosten komen op ruim 24 miljard euro, wanneer voor alle VUT- en prepensioenafspraken overgangsregelingen komen. Hiervan betalen de 55-plussers 1,5 miljard (6 procent), jongere collega's betalen bijna 23 miljard euro.

Het schort bij diverse overgangsregelingen aan objectieve rechtvaardiging van het leeftijdsonderscheid, zo betoogt Heemskerk. De vakbonden en werkgevers die de regelingen hebben gemaakt, hebben zich volgens hem verkeken op het feit dat de grens van 55 jaar niet meer is dan een fiscale regel.

Volgens Heemskerk is meer nodig om de Commissie gelijke behandeling te overtuigen van de noodzaak van leeftijdsonderscheid. Hij wijst op de overgangsregeling bij zorgpensioenfonds PGGM, dat het gemaakte onderscheid beargumenteert met de verworven rechten van ouderen, hun gerechtvaardigd vertrouwen in een overgangsregeling en het keren van maatschappelijke onrust.