VS: boycot Indonesië opheffen

De Amerikaanse regering heft een zes jaar geleden ingesteld wapenembargo tegen Indonesië op. Washington wil daarmee de Amerikaanse positie in Zuidoost-Azië versterken en Indonesië belonen voor de harde aanpak van moslimterrorisme.

,,Indonesië is een stem van matiging in de islamitische wereld'', lichtte woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken Sean McCormack het besluit gisteren toe. De Verenigde Staten zien Indonesië, waar moslimextremisten de afgelopen jaren verschillende grote aanslagen pleegden, in toenemende mate als een belangrijke partner in de strijd tegen terreur. De VS willen Indonesië nu assisteren in de modernisering van de strijdkrachten en samenwerken in de bescherming van mogelijke Amerikaanse en Indonesische terreurdoelwitten.

In 1999 verbraken de VS hun militaire banden met het Indonesische leger omdat dat beschuldigd werd van mensenrechtenschendingen in Oost-Timor. Dat maakte zich via een door de Verenigde Naties gesteund referendum los van Indonesië. Delen van het leger maakten zich samen met Timorese paramilitairen schuldig aan onder andere verkrachtingen en moord op ongeveer duizend Timorezen. In 1991 waren de banden al gedeeltelijk verbroken omdat militairen toen tientallen Timorese demonstranten hadden doodgeschoten.

Mensenrechtenorganisaties zijn fel tegen het besluit van de VS. Zij vinden dat de Indonesische regering het geweld niet hard genoeg heeft gestraft; van de achttien ambtenaren en militairen die zijn aangeklaagd, zijn er zeventien vrijgesproken. Eén hoger beroep loopt nog. Verder zijn de organisaties van mening dat er sinds de val van het regime van Soeharto, waarin het leger een sterke rol had, te weinig controle op de strijdkrachten is gekomen.

President Susilo Bambang Yudhoyono had tijdens een bezoek aan de VS in mei gepleit voor opheffing van het embargo. Daarvóór hadden Indonesische en Amerikaanse militairen succesvol samengewerkt bij de noodhulp aan Atjeh na de tsunami.