Vooral stijl van Merkel zal anders zijn

De nieuwe Duitse kanselier Angela Merkel hoeft maar weinig te doen om haar stempel op het buitenlandse beleid te drukken, meent Christoph Bertram.

Eindelijk is Angela Merkel dan Duitslands nieuwe – en eerste vrouwelijke – kanselier. Hoewel in het buitenlandse beleid continuïteit vooropstaat, zal het internationale optreden van Duitsland onder Merkel anders klinken en aanvoelen dan toen Gerhard Schröder nog aan het bewind was.

Schröder was zeven jaar geleden aan de macht gekomen als representant van een nieuwe generatie, die niet was gevormd door de Koude Oorlog, de Europese integratie en de transatlantische vriendschap, maar door de hereniging van Duitsland en het herstel van de nationale soevereiniteit.

Voor hem en het team dat na het 16-jarige bewind van Helmut Kohl de macht overnam, was Duitsland een normaal land geworden, niet anders dan andere Europese zwaargewichten als Frankrijk of Groot-Brittannië.

Een van Schröders eerste grote ervaringen op het gebied van het buitenlands beleid was trouwens de top van de Europese Unie in 1999, waarop de leiders van Frankrijk en Groot-Brittannië de nieuwkomer uit Berlijn nogal ruw behandelden. De les die Schröder daaruit trok, was dat Duitsland voortaan niet meer mocht worden genegeerd en dat het een rol moest opeisen overeenkomstig zijn omvang en gewicht. Assertiviteit werd het parool van het Duitse buitenlands beleid.

Zo kwam het dat toen Schröder betoogde dat Duitsland door bijzondere omstandigheden niet had kunnen voldoen aan de begrotingseisen van het Stabiliteits- en Groeipact van de Europese Unie, hij leek te bedoelen dat die beperkingen alleen golden voor kleinere landen, niet voor de grote spelers. Toen hij zich terecht verzette tegen de oorlog van de Verenigde Staten tegen Irak, kon je goed merken hoe trots hij was dat hij tegenover de enige supermogendheid van de wereld de rug rechthield.

Met zijn nauwe persoonlijke en politieke banden met de Russische president Vladimir Poetin liet Schröder de wereld – en de overgevoelige nieuwe Oost-Europese leden – weten dat Duitsland zich in zijn buitenlands beleid niet langer geremd zou voelen door het verleden.

Eerlijk is eerlijk: onder Schröder heeft Duitsland zijn aarzelingen overwonnen om troepen in te zetten in het buitenland. Zijn steun aan internationale crisismissies in Kosovo, Bosnië en Afghanistan vergde aanzienlijke politieke moed en maakte Duitsland tot een van de voornaamste steunpilaren van het internationale streven naar stabiliteit. Dat hij deze kwestie heeft bevrijd uit de kluisters van het binnenlandse ideologische debat, mag gelden als een van de grote wapenfeiten van Schröders bewind. Maar het diende ook om duidelijk te maken dat Duitsland was opgegroeid tot een echte internationale mogendheid.

Onder Merkel zal het Duitse buitenlands beleid in wezen weinig veranderen, maar de assertieve stijl zal worden getemperd. De Amerikaanse leiders zullen haar uitverkiezing verwelkomen als een bewijs dat de verwijdering in de bilaterale betrekkingen voorbij is. Maar die verwijdering was eerder dit jaar al goeddeels geëindigd, toen het tot de regering-Bush doordrong dat het goed is om bondgenoten te hebben en dat Duitsland er een van formaat is. Onder Merkel zal de warmte terugkeren waaraan het onder Schröder ontbrak, maar een marionet van Amerika zal zij niet worden.

Evenmin zal zij een einde maken aan de speciale betrekkingen met Rusland, waaraan iedere Duitse kanselier sinds Adenauer grote waarde heeft gehecht. Maar zij heeft al duidelijk gemaakt dat Duitslands oostelijke buren zich niet gepasseerd zullen hoeven te voelen. Misschien zal zij die boodschap zelfs willen onderstrepen door op haar eerste officiële buitenlandse reis niet Parijs te bezoeken, maar Warschau of Vilnius.

Wat het Europese project aangaat, is zij de integratie net zo toegedaan als haar voorgangers dat waren. Zij zal de nadruk blijven leggen op nauwe betrekkingen met Frankrijk, want een andere mogelijkheid is er niet. Groot-Brittannië, dat niet meedoet met de eurozone en het grensregime van Schengen, blijft de vreemde eend in de EU-bijt.

Nieuwe initiatieven op het gebied van de integratie zullen echter uitblijven zolang de leiders van de landen die het Europees verdrag voor een grondwet hebben verworpen, niet aan een nieuwe poging toe zijn. Wanneer het zover is, zal Merkel in een belangrijke positie verkeren om haar schouders te zetten onder een nieuwe inspanning om de EU voorwaarts te brengen.

Zij zal welwillend staan tegenover uiteindelijke toetreding van de Balkanlanden, maar zij heeft er geen twijfel over laten bestaan dat zij een volwaardig lidmaatschap van Turkije afwijst. Dat is de voornaamste verandering ten opzichte van het tijdperk-Schröder. Wel is het zo, dat haar regering de in oktober begonnen besprekingen niet zal dwarsbomen.

Het komt erop neer dat Merkel, nu zij gekozen is, maar heel weinig zal behoeven te doen om haar stempel op het buitenlands beleid te drukken. Zeker in het begin zal de zichtbare verandering van stijl voldoende zijn. Zij zal trouwens haar handen vol hebben aan de realisatie van de economische hervormingen waarvoor zij is gekozen en die haar voornaamste prioriteit vormen. Er zijn aanwijzingen dat voor Duitsland het einde van jaren van economische stagnatie nadert, niet in de laatste plaats dankzij de onder Schröder begonnen hervormingen. Merkel kan hopen hiervan de vruchten te plukken.

In het buitenland hoeft Merkel niet meer te bewijzen dat Duitsland in Europa een groot land is; dat weten haar partners heel goed. Maar het is ook niet zomaar een land: Duitsland blijft nodig om de twee internationale organisaties bijeen te houden die zijn welzijn zullen blijven waarborgen: de Europese Unie en het Atlantisch bondgenootschap.

Er zijn aanwijzingen dat Merkel dit beter beseft dan Schröder. Het valt te hopen dat dat inzicht haar tot richtsnoer zal dienen wanneer er moeilijke beslissingen moeten worden genomen – wanneer er meer nodig zal zijn dan een verandering van stijl.

Christoph Bertram bekleedt de Steven Muller-leerstoel voor Duitsland-studies aan het Bologna Center van de Johns Hopkins Universiteit.

© Project Syndicate