Salaris van burgemeester moet omhoog

Het salarisniveau van politieke ambtsdragers, zoals wethouders, leden van de Raad van State, de Nationale Ombudsman of burgemeesters moet worden gerelateerd aan het salaris van een minister.

Het salaris van de minister (op termijn 12.249 euro bruto per maand) moet de norm zijn voor wat andere politieke ambtsdragers verdienen. Dat blijkt uit het voorstel voor een salarisgebouw voor politieke ambtsdragers van de adviescommissie rechtspositie politieke ambtsdragers onder voorzitterschap van oud-minister H. Dijkstal (VVD) dat vanochtend is gepresenteerd.

De commissie-Dijkstal adviseerde vorig jaar juni om het salaris van ministers met 30 procent te verhogen. Die verhoging was nodig om het uitgangspunt mogelijk te maken dat een minister per definitie meer moet verdienen dan zijn ambtenaren.

Het ministersalaris moet daarom ijkpunt zijn voor het salarisgebouw in het ambtelijk apparaat. De 30 procent salarisverhoging was nodig om de opgelopen achterstand in de salariëring van ministers in te lopen.

Het ministerssalaris is volgens de commissie sinds 1970 in loonontwikkeling achtergebleven bij de salarissen van andere politieke ambtsdragers. Met name wethouders van de grote steden, gedeputeerden, commissarissen van de koningin en parlementariërs gingen erop vooruit.

De commissie-Dijkstal wil daarnaast een uniforme regeling voor inkomsten uit nevenfuncties en voor de onkostenvergoedingen. ,,Het uitgangspunt bij het vaststellen van salarissen in de politieke sector is de verantwoordelijkheid die de functie met zich meebrengt'', aldus Dijkstal. ,,Wie de hoogste verantwoordelijkheid draagt, moet ook het meeste betaald worden. En dat is in onze ogen de minister.''

Sommige politieke ambtsdragers gaan erop vooruit, zoals burgemeesters, voorzitters van Waterschappen of leden van de rechterlijke macht. Anderen, zoals commissarissen van de koningin of gedeputeerden van provinciale staten, krijgen er niets bij. Leden van de Eerste en Tweede Kamer gaan er met respectievelijk 2 en 3 procent nauwelijks op vooruit.