`Ik voel me net een moordenaar'

Drie minderjarigen maken bezwaar tegen het feit dat justitie hun DNA-materiaal twintig jaar bewaart.

Mandy (17) kreeg enkele maanden geleden in de klas van haar middelbare school in Enschede ruzie. Een klasgenoot zat haar ,,te sarren'' waarna Mandy de plaaggeest een harde stomp op een oog gaf. Ze wil het niet goed praten (,,Ik zat niet goed in mijn vel, heb veel spijt''), maar vindt dat haar uitbarsting te zware gevolgen heeft. De handelwijze van justitie noemt ze zwaar overdreven.

Vorige maand werd Mandy wegens mishandeling veroordeeld tot een taakstraf van 24 uur en daarna moest ze naar het politiebureau om wangslijmvlies af te staan. ,,Ik voelde me net een moordenaar.'' Met name het feit dat het DNA-materiaal en DNA-profiel dat uit het celmateriaal wordt opgemaakt twintig jaar bewaard blijft, stuit op grote bezwaren bij Mandy en haar ouders. Wie weet wat er met het materiaal gebeurt? En wat gebeurt er als een haar van Mandy wordt gevonden op een plek waar even later een misdrijf wordt gepleegd? ,,Ik vind dit allemaal niet fijn'', zegt Mandy. Vanmorgen lichtte ze voor de Almelose rechtbank haar bezwaren toe tegen de nieuwe Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden.

Sinds 1 februari wordt van plegers van misdrijven, waarvoor een celstraf van vier jaar of langer kan worden opgelegd, DNA-materiaal afgenomen en bewaard. Het gaat bijvoorbeeld om zware geweldsmisdrijven en zedendelicten, maar ook om (zware) mishandeling. Tot 1 februari kon alleen van verdachten van zeer ernstige misdrijven DNA-materiaal worden afgenomen.

Afhankelijk van het misdrijf wordt het DNA twintig of dertig jaar bewaard. ,,Het is een prima wet, maar justitie schiet door'', zegt advocaat R. Oude Breuil. Hij behartigt de belangen van Mandy en twee andere tieners die na een veroordeling wegens mishandeling ook bezwaar maakten tegen het bewaren van DNA. De Almelose rechtbank heeft begin deze week in de eerste zaak het bezwaar afgewezen; begin volgende week wordt uitspraak gedaan over de bezwaren van Mandy en een meisje dat thuis problemen veroorzaakte. ,,Het gaat om relatief kleine vergrijpen, waarvoor justitie een uitzondering moet maken'', vindt Oude Breuil. De nieuwe wet waardoor sneller bewijs- of ontlastend materiaal moet worden gevonden, is niet bedoeld voor dit soort delicten. ,,Ik denk niet dat we Mandy hier nog eens terug zullen zien.''

Na de strafoplegging nog eens DNA-materiaal afnemen is geen teken van vertrouwen in minderjarigen: ,,Mandy voelt zich niet voor niets een moordenaar.'' Oude Breuil vindt het daarnaast vreemd dat justitie op internet en in brochures spreekt over een gefaseerde invoering van de nieuwe wet, waarbij de lichtere vergrijpen pas na 2008 aan de beurt zijn.

Volgens officier van justitie P. van der Valk is de tekst van de brochure achterhaald. Van een uitzondering kan geen sprake zijn, betoogt ze. Mishandeling valt onder de nieuwe wet en daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen volwassenen en minderjarigen. Van der Valk vindt de morele bezwaren overtrokken. ,,Het is koudwatervrees. DNA is niet meer dan een vingerafdruk, en die bewaren we al lang, ook van minderjarigen.''

DNA is van een andere orde, vindt Oude Breuil. ,,Als we dit accepteren, is het voor de overheid gemakkelijker de wettelijke mogelijkheden uit te breiden. Je vraagt je af wat de volgende stap is. DNA afstaan bij de geboorte?''