Geen kind, geen kleinkind

Truus van der Loos is 70, Frits is 73. Ze kennen elkaar al heel lang, maar toch niet, zoals ik op een gegeven moment meen te begrijpen, vanaf de kleuterschool. ,,Was het maar waar'', zegt hij prompt. Kijk, dát is een fijne man.

Geboren en getogen Rotterdammers. Haar vader had voor de oorlog een meubelmakerij, zat in de oorlog in het verzet en werd na de oorlog vertegenwoordiger van Rizla, standplaats Apeldoorn. Jong gestorven. ,,Mamma was 48, toen was ze al weduwe.''

Intussen was Truus met Frits, die haar eerst gevolgd was naar Apeldoorn, teruggekeerd naar Rotterdam. Ze hadden een groothandel in installatiemateriaal en in 1979 gingen ze met hun geld naar Ibiza om een tennisclub te beginnen. Van dat avontuur (gecombineerd met de zorg voor zeven zwerfhonden) zijn ze niet rijker geworden, maar ook niet armer. Eind jaren '80 terug naar Nederland. Frits: ,,Ik voelde me toch opgesloten op dat eiland.'' Truus: ,,En mamma begon ouder te worden.'' Daarna heeft Frits nog tennislessen gegeven, meer uit liefhebberij dan noodzaak.

Truus: ,,We waren gewend zeven dagen in de week te werken. Dan kom je tot rust en dán sta je er pas bij stil dat je geen kinderen hebt.''

Frits: ,,Ik vind haar een ideale vrouw voor kinderen.''

Eén keer was ze zwanger. Ze deed zo'n test met een strookje en dat kreeg die onwaarschijnlijke kleur, ze kon het nauwelijks geloven, en Frits ook niet; die ging die nacht voortdurend uit bed om te kijken of ze het wel goed gezien had. ,,En ik begon'', zegt hij, ,,meteen te sparen. Op z'n achttiende wou ik 'm een Porsche geven.''

,,U wist al dat het een jongen zou worden?''

,,Gekheid'', zegt hij. ,,Maar ik zei wel steeds tegen Truus: hou 'm vast, hou 'm vast.''

,,En wat zei ú dan?''

,,Ik doe m'n best'', zegt Truus. Zes maanden. Dat was toen ze 38 was. En als je geen kinderen krijgt, krijg je ook geen kleinkinderen, zo simpel is het. ,,Ik vind het'', zegt ze, ,,vooral jammer voor hem; hij is zo leuk met kinderen.''

De kinderen in de buurt. Ze kennen de hond, ze kennen Frits, ze roepen hem aan en dan zegt hij iets grappigs tegen ze. Maar het is niet zo dat hij het uitlaten van Lotte, hun 3-jarige Spaanse waterhond, afstemt op de schooltijden. En om elk misverstand te vermijden: ,,Ik raak ze niet aan en ze raken mij niet aan, ik geef ze geen snoep en ze mogen hier niet binnen.''

Eén keer zwanger en verder was er Cara. ,,Cara was míjn kind'', zegt Truus. ,,Een héérlijke meid was het, zo'n vrolijk ding.'' Cara kwam, in haar rolstoel, zelf bij hen op Ibiza.

Frits: ,,Ze zat haar altijd te knuffelen. Dat zie je op alle foto's terug.''

Cara was de oudste van Greet, haar kleine zusje. Truus: ,,Wij schelen elf jaar.'' Frits: ,,Zij hangt enorm aan Greet.'' Maar Cara was geboren met een open ruggetje. Ze stierf op haar 22ste, in 1991.

Truus: ,,Toen zat ik behoorlijk in een dip, toen ben ik ook dat vrijwilligerswerk gaan doen. Ik ben naar die boot gegaan, de Thaïs, die lag hier in de haven en daar waren Bosnische vluchtelingen ondergebracht. Ik wil hier gaan werken, zei ik. Trek je jas maar uit, zeiden ze.

Toen hebben ze een kledingwinkeltje opgezet. De kleren werden links en rechts ingezameld en tegen een geringe vergoeding onder vluchtelingen en asielzoekers verdeeld. Van de kas werden leuke dingen gedaan: een bingoavond, een uitje naar Blijdorp, zulke dingen.

Truus: ,,Die Bosniërs waren lieve mensen. Later kwamen er andere nationaliteiten bij en intussen werd het allemaal veel harder, van onze kant, maar van hun kant ook. Dan scholden ze je de huid vol omdat je drie gulden durfde te vragen voor een kinderwagen.''

Frits: ,,Of ze wilden de kas. Die komen hier omdat ze bang zijn om in hun eigen land gemarteld te worden en dan bedreigen ze jou met de dood omdat je ze hun zin niet geeft.''

Truus: ,,Maar er bleven altijd genoeg lieve mensen over en die hielden je op de been.''

Het winkeltje is dicht, het asielzoekerscentrum veranderd in een vertrekcentrum dat op de nominatie staat om in februari gesloten te worden. Vorige week is er gedemonstreerd voor uitstel, zodat de kinderen eerst hun schooljaar kunnen afmaken.

Truus: ,,Toen heb ik nog een vrouwtje uit Armenië gesproken... man, vrouw, één kind... zeven jaar hier en nou moeten ze het land uit. Je wordt ziek van de wanhoop van die mensen.''

En dan informeer ik eindelijk naar haar moeder.

Mamma is 91.

Als je 70 bent en zelfs nog een oudere zuster hebt (Wil), kun je misschien zeggen dat je moeder `pas' 91 is. Maar het blijkt een knappe leeftijd en het moet een pittige dame zijn. Ze woont nog op zichzelf in het huis in Apeldoorn. Ze neemt zelf de bus naar het station, ze stapt zelf op de trein naar Deventer en daar loopt ze zelf naar de Hoge Hondstraat, waar Greet woont. Hulp heeft ze niet nodig, en een hoorapparaat heeft ze, zegt ze, helemáál niet nodig.

,,Truus heeft iets bijzonders met haar moeder'', zegt Frits.

,,Het wordt wel eens een beetje klitterig'', zegt Truus. ,,Maar ze kan ook dingen zeggen... die pijn doen, en dan ben ik toch zo... teleurgesteld!''

,,Tegen Wil en Greet'', zegt Frits, ,,zegt ze zulke dingen niet. Die geven lik op stuk. Maar Truus is anders. Truus wil het mensen naar hun zin maken.''

,,Ik heb geduld'', zegt Truus. ,,Ik heb geduld, maar ik merk wel dat het minder wordt.''

`Wat ouder' is een serie gesprekken met mensen die zeventig zijn.