`Gebrek aan vertrouwen in politiek slecht'

Het huidige geringe vertrouwen van de Nederlandse burger in de politiek is schadelijk voor de samenleving en de economie.

Dat blijkt volgens president A. Wellink van de Nederlandsche Bank uit onderzoek van de bank en de Universiteit van Tilburg. Wellink zei dat gisteren op een symposium in Amsterdam.

Uit het onderzoek van de bank, een representatieve steekproef onder Nederlanders ouder dan zestien jaar, blijkt dat 20 procent van de Nederlanders `helemaal geen vertrouwen' heeft in het parlement. Dat was vijf jaar geleden nog maar 5 procent. 45 procent van de ondervraagden heeft `niet zo veel vertrouwen' in het parlement. Ook in de euro en de Europese Unie is het vertrouwen zeer laag. Het percentage Nederlanders dat heel veel of tamelijk veel vertrouwen heeft in de sociale zekerheid is in vijf jaar tijd zelfs gezakt van rond 60 procent naar 25 procent.

Het vertrouwen tussen burgers onderling is wel opmerkelijk hoog, 70 procent. In 1980 bedroeg dat slechts 45 procent. In Europa is het vertrouwen tussen individuen alleen hoger in Denemarken en Zweden. Ook het vertrouwen in financiële instellingen, zoals banken, de centrale bank, verzekeraars en pensioenfondsen is in Nederland hoog.

Wellink concludeert uit het onderzoek dat voorspelbaarheid, het minder doen van grote beloften en het vermijden van verrassingen voorwaarden zijn voor het herstel van vertrouwen tussen burgers en politiek. ,,Als de overheid het vertrouwen niet herwint, bestaat het gevaar dat mensen het heft in eigen handen nemen, waardoor zelfs het systeem van representatieve democratie onder vuur kan komen liggen.''

Uit het onderzoek blijkt een samenhang tussen het vertrouwen in instituties en het vertrouwen in de economie. Dat laatste is leidend voor het bestedingen van burgers, die het grootste deel van de economische groei bepalen.

Vanmorgen berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het vertrouwen van burgers in de economie in de maand november opnieuw is gestegen. Het saldo van positieve en negatieve antwoorden op vragen over de economie, koopgedrag en eigen financiële situatie ligt nog steeds zeer laag.