Dienstenrichtlijn stap dichterbij

De in Europa omstreden dienstenrichtlijn, ook wel bekend als de Bolkesteinrichtlijn, is een stap dichterbij gekomen. Een meerderheid van een commissie uit het Europees Parlement schaarde zich gisteren achter een aangepast voorstel. Hierin wordt nauwer dan in de aanvankelijke richtlijn omschreven welke dienstverlenende bedrijven wel en welke niet grensoverschrijdend in Europa kunnen gaan werken.

De Europese dienstensector zorgt voor ongeveer 70 procent van de economische bedrijvigheid. De richtlijn is bedoeld om dienstverleners, variërend van architecten tot verhuizers, meer te laten profiteren van de Europese markt.

Tijdens de stemming van gisteren over de meer dan 1.500 wijzigingsvoorstellen bleek het Parlement sterk verdeeld zijn. De linkse partijen die bevreesd zijn voor een toevloed van dienstverleners uit de goedkope EU-landen willen strengere voorwaarden stellen dan de rechtse partijen. Onder leiding van de christen-democraten hield een meerderheid van de parlementaire commissie al te beschermende maatregelen tegen. Europarlemenateriër Joost Lagendijk (GroenLinks) oordeelde gisteren na afloop dat de nationale verzorgingsstaten in Europa onder druk komen te staan, als de richtlijn wordt ingevoerd zoals die er nu ligt.

De Brit Malcolm Harbour, die voor de Conservatieven in het Europees Parlement zit, toonde zich daarentegen opgetogen. Volgens hem is met het huidige voorstel gegarandeerd dat dienstverlenende Europese bedrijven hun activiteiten in de EU kunnen uitbreiden en zodoende volop profiteren van de gemeenschappelijke markt.

De richtlijn, die nog onder leiding van toenmalig Europees Commissaris Bolkestein werd opgesteld, leidde vooral in Frankrijk tot groot verzet. Hierbij stond de goedkope `Poolse loodgieter' die het werk van zijn Franse collega's ging overnemen model voor het dreigende gevaar. De Franse president Chirac eiste in maart van dit jaar tijdens een overleg met de Europese regeringsleiders dat de richtlijn volledig zou worden herschreven. Zijn collega's weigerden dit, maar stemden wel in met een aanvullende clausule dat de dienstenrichtlijn niet tot `sociale dumping' zou mogen leiden.

In de nu aangepaste richtlijn staat dat EU-lidstaten onder strikte voorwaarden maatregelen mogen treffen als de komst van dienstverleners uit het buitenland het publieke belang raakt. De linkse partijen wilden verdergaan en meer sectoren direct uitsluiten.