Definitieve kentering

Het was een ware opluchting, een bevrijding dit te zien. John P. Murtha hield in het Huis van Afgevaardigden een redevoering tegen de politiek in Irak. Dat op zichzelf is niet zo buitengewoon meer. Dit was een requisitoir. Murtha is een man van achterin de middelbare leeftijd, heeft op het eerste gezicht niets opzienbarends, hij schuwt de publiciteit. Maar hij is een meeslepend spreker. Hij prees, zoals het hoort, de dapperheid van de mannen en vrouwen die daar vechten, hij somde alle vergissingen van politici en bevelhebbers nog eens op, en hij kwam tot zijn conclusie. De Amerikaanse aanwezigheid in Irak bevordert het geweld. Het Amerikaanse volk weet niet meer waar het aan toe is. Er is geen plan. Murtha wil dat binnen een half jaar de troepen worden teruggetrokken.

Daarna kreeg de afgevaardigde Jean Schmidt het woord. Ze vertelde dat ze juist was gebeld door een kolonel van de mariniers, die haar gevraagd had, het Congres een boodschap over te brengen. ,,Hou vol, wijk niet van de koers af'', en in het bijzonder aan het adres van Murtha: ,,Lafaards kiezen het hazenpad. Mariniers nooit!'' Dit viel niet in goede aarde. Geschreeuw van protest. Murtha is een Vietnamveteraan, een van de meest gedecoreerde en bovendien was hij drie jaar geleden voorstander van de oorlog. Een man met een onkwetsbare reputatie. Vandaar ook dat vice-president Dick Cheney in Washington en de president zelf, nog onderweg in Azië, hem prezen voordat ze zeiden dat hij zich vergiste.

Vanwaar de opluchting? Omdat iemand zonder zich iets aan te trekken van de taboes, plechtige verklaringen, beloften, opgeblazen optimisme, de hele poespas waarmee de regering de onderneming in Irak van het begin af gepaard heeft laten gaan, de waarheid vertelde. Drie jaar geleden was al duidelijk dat de regering deze oorlog wilde. Showdown Iraq! was de boodschap. Door de president, zijn naaste medewerkers, de officiële voorlichting en het grootste deel van de media werd het volk in oorlogsstemming gebracht. De massavernietigingswapens waren een bedreiging voor de hele wereld. Het geduld was op. Nu blijkt dat de beste speurneuzen zich totaal vergist hebben (niet allemaal, de Nederlandse hadden hun twijfel, zie het artikel van Joost Oranje in NRC Handelsblad van 6 oktober 2005).

Het volgende bedrijf van het drama begon met Shock and Awe. Daarna nog veel meer operaties met interessante namen. Een paar weken geleden hebben we de operatie Steel Curtain gehad. Stay the course en We will prevail blijven de samenvattende formules.

Intussen zijn er bijna 2.600 Amerikanen gesneuveld, omstreeks 30.000 Iraakse burgers gedood, werken de openbare diensten nauwelijks, is volgens alle reportages van verslaggevers ter plaatse het land een chaos waarin terroristen, opstandelingen, godsdienstige fracties, gewone boeven en bezetters allemaal met elkaar vechten. Intussen kost de oorlog astronomische bedragen. George W. Bush en de zijnen hebben de onderneming katastrofaal onderschat. En inderdaad, zoals Murtha zegt, bij gebrek aan een plan en een perspectief krijgen steeds meer Amerikanen er genoeg van. Meer dan de helft denkt dat de president ,,niet oprecht'' is, en nog veel meer geloven dat Amerika in Irak op het verkeerde pad is. Murtha heeft geen opzienbarende onthullingen gedaan. Het gaat erom dat hij, met zijn ontastbare reputatie, het heeft gezegd. Dat is de oorzaak van de opluchting. En misschien het begin van een nieuwe fase in de doorbraak in de publieke opinie. De meerderheid heeft er genoeg van.

Maar zoals de krijgskundige wijsheid wil: het is gemakkelijker een oorlog te beginnen dan er een eind aan te maken. Er moet een aftocht met behoud van de eer worden verzonnen. Van verscheidene kanten daagt hulp. In Kairo is op initiatief van de Arabische Liga een `verzoeningsconferentie' gehouden waaraan ongeveer honderd sjiieten, soennieten en Koerden uit Irak hebben deelgenomen. Een groot aantal staat kandidaat bij de verkiezingen die op 15 december worden gehouden. In de slotresolutie wordt gevraagd om ,,een terugtrekken van de vreemde troepen, volgens een vastgesteld tijdschema dat afhankelijk is van een nationaal programma tot het herstel van de nationale veiligheidstroepen; het Iraakse volk ziet uit naar de dag waarop de vreemde troepen weg zijn en het weer kan leven in een land zonder terrorisme.''

En dan nog meer goedwillendheid van onverwachte kant. Iran, een van de grote drie van de As van het Kwaad, wil helpen bij de wederopbouw. Of president Bush daartoe zijn toestemming zal geven? Daarmee zal het democratisch Irak dan niets te maken hebben.

Met de onomkeerbare kentering in de Amerikaanse publieke opinie en de overtuiging van de constructieve politici in Irak dat de chaos niet kan voortduren, wordt de kans eindelijk groter dat het ergste van het drama voorbij is.

Het wordt dus tijd om met het inventariseren van de erfenis te beginnen. Zou er, om te beginnen, in het Midden-Oosten, hierna nog een land bereid zijn zich op deze manier te laten democratiseren? Onwaarschijnlijk. In de afgelopen drie jaar is het anti-Amerikanisme in de hele regio toegenomen, bescheiden uitgedrukt, terwijl de democratie volgens onze begrippen niet dichterbij is gebracht. In Amerika zelf heeft de oorlog geen goed gedaan. `De' politiek heeft zich gecorrumpeerd, de twijfel aan de officiële voorstelling van zaken groeit, de president zelf wordt door een meerderheid niet meer vertrouwd.

Let op mijn woorden, zei Murtha, vóór de verkiezingen van november 2006 zijn we vertrokken. Ik voeg eraan toe dat het bewind van president Bush dan zal proberen de wereld aan het verstand te brengen dat de onderneming als een groot historisch succes, een geweldige overwinning moet worden beschouwd.