Assertieve WHO wil wereld `wakker schudden'

De tijd dat de WHO regeringen bij bedreigingen voor de volksgezondheid discreet assisteerde is voorbij. De WHO is veranderd in een organisatie die alarmeert en activeert.

,,De grieppandemie gaat een totale gekte veroorzaken in deze bunker. De hele wereld zal informatie van ons willen.'' Mike Ryan, directeur epidemie en pandemie bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève (WHO), zit op een tafel in een ondergrondse kamer vol videoschermen en microfoons. Trots toont hij knoppenpanelen waarmee technici gezondheidsexperts, ambtenaren van gezondheidsministeries en WHO-dokters uit het `veld' kunnen oproepen voor een telefonische vergadering-met-beeld.

Achter Ryan hangen schermen waarop de dodencijfers staan geprojecteerd van de drie grieppandemieën die de wereld in de vorige eeuw hebben geteisterd. ,,Alles is ultramodern hier. We hebben geluid, video, internet, satellietontvangst en zelfs een eigen airco, voor het geval die elders in het gebouw uitvalt. We zijn er klaar voor.''

De tijd waarin de artsen van de WHO regeringen discreet, achter de schermen, assisteerden bij bedreigingen van de volksgezondheid, lijkt voorbij. De laatste jaren heeft de organisatie, dé mondiale autoriteit in de gezondheidszorg, een transformatie ondergaan: ze zoekt aandacht en publiciteit.

Ryans optreden in de SHOC-room (Strategic Health Operations Center), beter bekend als de `bunker' of de `war room', is daar een goed voorbeeld van. In hemdsmouwen zit hij op een tafel, een memory stick aan een koord om zijn nek. Soepel als een tv-presentator staat hij de pers te woord over de grieppandemie die, volgens hem, binnen afzienbare tijd de hele wereld lam gaat leggen. ,,De vraag is niet óf het gebeurt, maar wanneer het gebeurt. Regeringen moeten zich op het ergste voorbereiden.''

Ook zijn collega's en de WHO-baas, de Zuid-Koreaan Lee Jong-Wook, laten geen kans onbenut om te wijzen op het worst case-scenario: miljoenen doden. Tot voor kort, beaamt Ryan, stelde de WHO zich veel terughoudender op. ,,We waren te passief. Nu zijn we actief. We moeten mensen wakker schudden.''

Sommige epidemiologen en nationale ambtenaren vinden dat de WHO paniek zaait. In plaats van alleen amechtig in nationale preventieprogramma's te investeren, zeggen zij, moeten rijke landen juist geld sturen naar landen die nu getroffen zijn door vogelgriep, zoals Thailand. De beste manier om een menselijke pandemie te voorkomen, is immers om het vogelgriepvirus te bestrijden vóórdat het muteert in een virussoort die massaal menselijke slachtoffers maakt.

Maar Klaus Stöhr, coördinator Wereldwijd Griepprogramma bij de WHO, zegt: ,,Wij creëren geen hypes. We houden ons aan de feiten. Gemiddeld elke 27 jaar is er een grieppandemie. Die wordt altijd veroorzaakt door een gemuteerd vogelgriepvirus. Het zou fout zijn om die informatie achter te houden.''

De nieuwe strategie van de WHO werd eind jaren negentig geboren. Net toen iedereen dacht dat dodelijke, besmettelijke ziektes waren uitgeroeid of goeddeels onder controle waren, braken er ineens nieuwe uit: knokkelkoorts, Ebola, de pest. Ook de vogelgriep, die in 1918, 1957 en 1968 na virusmutaties dodelijke, menselijke grieppandemieën veroorzaakte, stak de kop weer op.

Toen kwam SARS, in 2003. Niemand wist wat het precies was, ook de WHO eerst niet. Wereldwijd brak paniek uit. ,,Uiteindelijk hebben we het goed gedaan'', zegt een voormalige WHO'er die toen in Azië zat. ,,Er vielen maar zo'n achthonderd doden. Maar het was een shocker. China wilde ons maanden niet binnenlaten. Dus konden wij weinig informatie geven en kondigden landen op eigen houtje boycots en reisbeperkingen af. De economische schade liep in de miljarden. We beseften dat we ons, als zoiets wéér gebeurde, aggressiever moesten opstellen.''

Eerst reorganiseerde de WHO zichzelf. Er rolden een paar koppen, na SARS. Nieuwe mensen werden aangetrokken. Toen Lee, zelf WHO-arts, in 2003 directeur-generaal werd, liet hij de bioscoop in de kelder meteen tot SHOC-room ombouwen. Die was eind 2004 klaar. Elke ochtend om negen uur komt een groepje WHO'ers hier samen om informatie uit te wisselen over besmettelijke ziektes.

Eén van hen is Stephen Martin, een Brit die zich met griep bezighoudt. ,,Van zeven tot negen bel en mail ik met mensen in het veld, die met gezondheidsministeries werken. Maar zestig tot zeventig procent van mijn informatie krijg ik via de media en niet-gouvernementele organisaties: geruchten, vaak, die je moet natrekken. Ook die neem ik mee de bunker in. Via videolinks met regionale WHO-kantoren [zie kader, red.] en experts beslissen we wat we daarmee doen. Meestal confronteren onze teams die ter plekke zijn, er regeringen direct mee: dit hebben we, is het waar?''

Ook breidde de WHO haar rapid response-teams uit, een wereldwijd net van experts die direct naar een crisisgebied kunnen reizen, kocht ze anti-virale medicijnen in voor landen die er geen geld voor hebben, en geeft ze regeringen instructies voor als de griep toeslaat. De regeringen zijn daar blij mee. Ze vragen zelfs constant om méér, om burgers en media gerust te stellen.

,,De WHO zit er bovenop'', zegt een diplomaat. ,,In een tijd waarin de dood van een 12-jarig meisje in China de wereld via internet meteen alarmeert, moet dat ook. Je mag ze paniekzaaiers noemen. Maar als de WHO terughoudender was, zou de paniek groter zijn.''

Geen wonder dat dé griepgoeroe van de WHO, de Brit David Nabarro, in augustus promotie maakte: hij werd de eerste griepcoördinator die de VN ooit hadden. Nabarro moet regeringen, VN-organisaties en ngo's in opperste staat van paraatheid brengen, en zoveel mogelijk geld bij rijke landen loskrijgen voor griepbestrijding. De pers is gek op Nabarro. Eén van zijn recente uitspraken: ,,De grieppandemie gaat tussen de vijf en 150 miljoen mensen doden.''

Stephen Martin, die lang met Nabarro werkte, waagt zich niet aan prognoses. Wel wijst hij op de lastige positie waarin de WHO verkeert. Mensen hebben altijd behoefte gehad aan apocalytische scenario's, zegt hij. Als ze bang zijn, willen ze instant-antwoorden. De mondige burgers van nu wachten niet tot ze die krijgen. Ze gaan zelf zoeken.

,,Maar wij hebben die antwoorden niet'', zegt Martin. ,,We weten niet welk virus de pandemie gaat veroorzaken, omdat dat virus nog niet bestaat. We weten evenmin wanneer het toeslaat, en waar. Het enige wat we kunnen doen, is de wereld erop voorbereiden dát het gaat gebeuren. Risicoanalyses maken. Dat mag alarmerend overkomen. Maar ik zou het erger vinden als we straks het verwijt krijgen dat we niet genoeg gedaan hebben.''