Zalms meevaller

Alsof het eerste sneeuwklokje zijn kopje boven de grond steekt, zo meldt de eerste meevaller van minister Zalm zich nu de economie eindelijk lijkt te ontdooien. Het bedrag van drie miljard euro is fors en is gelijk aan 0,6 procentpunt van het bruto binnenlands product. Werd bij de presentatie van de begroting dit najaar nog uitgegaan van een tekort van 1,8 procent van het bbp, dat kan nu teruglopen tot 1,2 procent.

Zalms meevaller roept vragen op over de aanwending van het geld. Maar eerst is er de kwestie hoe het kan dat in twee maanden tijd een dergelijke enorme som kan overschieten. Er zijn twee conclusies mogelijk: óf de meevaller komt ook voor Financiën als een volslagen verrassing en dus is er iets heel erg mis met het interne management op het departement. Óf de meevaller was al enigszins voorzien maar om welke reden dan ook achter de hand gehouden.

Voor de gemoedsrust is het raadzaam uit te gaan van de laatstgenoemde mogelijkheid. Nu moeten meevallers ook pas dan worden gemeld als daar enige zekerheid over bestaat, maar het voorval doet toch sterk denken aan de serie meevallers onder de twee paarse kabinetten waarin Zalm minister was. Keer op keer werd de Tweede Kamer achteraf verrast met betere begrotingscijfers dan voorzien. Aanvankelijk werkte die strategie destijds, maar toen de Tweede Kamer eenmaal op zijn hoede was, werd op voorhand steeds steviger vastgelegd wat er met eventuele volgende meevallers zou gebeuren.

De reacties zijn ditmaal voorspelbaar. Oppositiepartij PvdA wil de helft van het geld besteden aan lastenverlichting voor de burger, om de gestegen energieprijzen en ziektekosten te compenseren. Regeringspartij D66 wacht tot duidelijk is welk deel van de meevaller, die voornamelijk bestaat uit hogere inkomsten uit de vennootschapsbelasting, structureel is en dus volgend jaar terugkomt. Het CDA wil alleen extra geld uittrekken als de koopkrachtontwikkeling tegenvalt. De VVD stelt zich nog terughoudender op.

Tekortreductie is vooralsnog de beste keuze. Een tekort dat lager uitvalt, blijft een tekort. Bovendien komt het begrotingstekort van 1,2 procent over 2005 dicht bij wat bij het aantreden van het kabinet in het zogenoemde Hoofdlijnenakkoord is afgesproken.

Nu kan er ook met een mildere blik naar de tekortreductie worden gekeken. Nederland heeft een periode van langdurige stagnatie achter de rug. Gecorrigeerd voor de stand van de economische conjunctuur zou het zogenoemde structurele saldo van de overheid best wel eens dicht bij de nul kunnen liggen of zelfs daarboven. `Dicht bij nul, of in surplus' is de aanbeveling die het in Europees verband overeengekomen Stabiliteitspact doet voor dat structurele begrotingssaldo. De drastische herziening van de nationale rekeningen dit jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek bemoeilijkt op dit moment de calculatie van het structurele tekort. Tot daar meer duidelijkheid over is, moet voorzichtig worden omgesprongen met meevallers. Onder de huidige omstandigheden is verlagen van het feitelijke begrotingstekort daarom de beste optie.