Werkgevers willen snel oplossing van fijn stof

De werkgeversorganisatie VNO-NCW wil dat het kabinet snel een einde maakt aan de problemen met fijn stof. De organisatie bepleit daarom de invoering van een noodwet nog voor het eind van het jaar.

Voorzitter Wientjes van VNO-NCW stelde vanmorgen dat ,,Nederlandse ondernemers genoeg hebben van de soap rond het dossier fijn stof''. Het is volgens hem niet langer aanvaardbaar dat, ,,terwijl van bedrijven groei en banen worden verwacht'' de Brusselse normen voor luchtkwaliteit in Nederland zo worden uitgelegd ,,dat veel bouwterreinen (woningen, winkels, wegen enz.) er braak bijliggen en projecten niet verder dan de tekentafel raken''.

Voor diverse bouwprojecten geldt al enige tijd een stop omdat daar de Europese normen voor fijn stof worden overschreden. Het gaat dan om de dagnorm die niet meer dan 35 dagen per jaar mag worden overschreden. De werkgevers stellen dat overschrijding van deze norm voor 55 procent het gevolg is van zeezout, bodemstof en andere bronnen. ,,Daar kan Nederland dus niets aan doen'', aldus VNO-NCW. Van de overblijvende 45 procent vervuiling komt weer tweederde uit het buitenland en daar is volgens de werkgevers ook weinig aan te doen. Blijft over 15 procent en hiervan moet 10 procent vervuiling toegeschreven worden aan dieselmotoren. Het enige dat daartegen helpt, vinden de ondernemers, is het plaatsen van roetfilters op dieselauto's.

Dat is een van de maatregelen die het kabinet op Prinsjesdag bekend heeft gemaakt en waarvoor 900 miljoen euro is uitgetrokken. ,,De Europese commissaris voor milieu kan Nederland hiermee ten voorbeeld stellen aan de andere lidstaten. Het bedrijfsleven is bereid hier volop aan mee te werken om dat plan ook effectief te maken'', aldus VNO-NCW. De ondernemers verwachten vooral resultaat van het aanpakken van de fijnstofproductie in Nederland zelf. De noodwet moet de koppeling tussen ruimtelijke besluiten en de luchtkwaliteit ongedaan maken. Het bouwen zelf heeft immers geen vervuiling tot gevolg, stellen de ondernemers.