Politiek maakt centrale terreuraanpak lastig

De organisatie van de bestrijding van terreur en calamiteiten moet anders, concludeert de commissie-Brinkman. Maar de vorming van een nieuw veiligheidsministerie ligt in Den Haag niet eenvoudig.

Ingrijpende reorganisaties op de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken zijn noodzakelijk om afdoende toegerust te zijn op grootschalige calamiteiten of terreuraanslagen. Dat schrijft minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) in een brief bij het rapport van de commissie-Brinkman, dat gisteren openbaar werd. Centrale aansturing van terreurbestrijders en hulpverleners is noodzakelijk, en daarom ook verdere concentratie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Maar theorie en praktijk zijn niet altijd eenvoudig met elkaar in overeenstemming te brengen. De huidige organisatie van beide departementen is het gevolg van ,,de Nederlandse traditie van coalitiekabinetten'', schrijft Pechtold. Ingrijpende wijzigingen, zoals een departementale herindeling, moeten beoordeeld worden op de effecten van ,,het politiek-bestuurlijk evenwicht''. Daarom schuift het kabinet besluitvorming over een van de belangrijkste aanbevelingen in het rapport, de vorming van een `superministerie' voor Veiligheid, door naar de volgende kabinetsformatie.

Nederland is niet voorbereid op grootschalige verstoringen, is een van de bevindingen van Brinkman. De cultuur rondom veiligheid is `hypernerveus', waardoor `sturen op incidenten' de boventoon voert en leiderschap ontbreekt, luidt een andere conclusie in het rapport.

Dergelijke conclusies zijn des te opmerkelijker gezien de samenstelling van de commissie-Brinkman. Daarin hadden topfunctionarissen van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie, Defensie en Algemene Zaken én de nationaal coördinator terrorismebestrijding zitting. De conclusies over de gebrekkige toerusting van Nederlandse opsporings- en veiligheidsdiensten worden dus tot in de toppen van de betrokken departementen gedeeld.

Afgelopen zomer stelde de Tilburgse criminoloog Cyrille Fijnaut publiekelijk het gebrek aan slagkracht van de politie bij het voorkomen van aanslagen aan de kaak. In opdracht van het kabinet had Fijnaut een jaar eerder onderzocht hoe bijzondere aanhoudingseenheden van de politie en Defensie opereren. Zijn conclusies waren vernietigend. Waarop het kabinet zijn bevindingen tot staatsgeheim verklaarde.

In het Nederlands Juristenblad stelde Fijnaut de vraag of de Nederlandse politie in staat zou zijn om een viervoudige bomaanslag op, bijvoorbeeld, station Utrecht Centraal te voorkomen. En áls zo'n aanslag heeft plaatsgehad, zou de politie dan, net als de Londense Metropolitan Police, in staat zijn om vervolgens hoogwaardig opsporings- en inlichtingenwerk van de grond te krijgen? Tot woede van de Nederlandse politietop beantwoordde Fijnaut beide vragen ontkennend. Bij een grootschalige calamiteit ontbeert het de politie aan leidinggevende aansturing.

Het rapport van de commissie-Brinkman is feitelijk een bevestiging van die conclusie. Nederland is niet voorbereid op grootschalige verstoringen. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft onvoldoende capaciteit, opsporingseenheden van de politie en het leger hebben ,,hun effectiviteit bij het optreden tegen terroristen nog niet kunnen aantonen''. In een tamelijk sombere opsomming laat Brinkman zien dat de afgelopen jaren in vrijwel de hele terreurbestrijdingsketen onderzoeken zijn gedaan waarin de conclusie was dat de diensten onvoldoende zijn voorbereid op aanslagen of calamiteiten, omdat rampen- en terreurbestrijders onvoldoende capaciteit hebben, gebrekkig samenwerken, onvoldoende informatie uitwisselen, te weinig oefenen of simpelweg onvoldoende kennis hebben.

Ook op lokaal niveau ontbreekt het aan coördinatie, zo werd vorige maand geconstateerd in het Veiligheidsonderzoek Schiphol 2005, in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Tal van instanties op Schiphol zijn betrokken bij de rampenbestrijding, niet alleen overheden, ook luchtvaartmaatschappijen en andere bedrijven, maar velen op de luchthaven weten nauwelijks hoe de rampenbestrijding is georganiseerd. Sommige verantwoordelijken op het vliegveld erkenden dat zij er jaren over hadden gedaan om te doorgronden hoe die rampenbestrijding was georganiseerd. Hierbij zou Binnenlandse Zaken volgens de onderzoekers meer ,,proactief leiderschap'' moeten tonen.

Brinkman oppert daarnaast de mogelijkheid om Justitie en Binnenlandse Zaken op te heffen en te vervangen door een ministerie van Veiligheid, eventueel geflankeerd door een departement van Bestuur en Recht dat de overige taken van Binnenlandse Zaken en Justitie zou kunnen krijgen, zoals het grotestedenbeleid, de wetgeving en constitutionele zaken. Doel van het voorstel voor een veiligheidsministerie is één departement verantwoordelijk te maken voor het hele stelsel van veiligheid, van de preventie van criminaliteit en terreur tot en met de reclassering; van politie tot openbaar ministerie, veiligheidsdiensten, de brandweerzorg, de geneeskundige zorg en de grensbewaking.

Maar het voorstel tot opheffing van twee ministeries maakt het rapport-Brinkman, politiek gezien, tot een hete aardappel. Minister Pechtold maakte vlak na Prinsjesdag gewag van Brinkmans rapport, maar hield de inhoud geheim. Pas nadat de Kamer tijdens de algemene beschouwingen bij premier Balkenende had aangedrongen op openbaarmaking, werd het deze week gepubliceerd.

Maar het is niet de bedoeling dat de politiek al te voortvarend omgaat met het belangrijkste voorstel, verregaande concentratie van bevoegdheden binnen een overkoepelend ministerie van Veiligheid. Want met het opheffen van twee ministeries, zo heet het in Haagse kringen, zijn te veel politieke belangen binnen de huidige coalitie betrokken.

Verschillende betrokkenen pleiten voor een snelle ingreep, zoals afgelopen zomer onderzoeker Fijnaut, die zijn ongenoegen uitte over het gebrek aan professionaliteit bij de Nederlandse politie, als het gaat om terreurbestrijding. Hij waarschuwde ervoor dat het maar één keer echt mis hoeft te gaan of de Nederlandse rechtsstaat glijdt af naar een crisis vergelijkbaar met die in België na de affaires rond de bende van Nijvel of Dutroux.