Pertusi verleidend als Falstaff

Verdi's laatste opera Falstaff (1893) bevat zoveel briljante bestanddelen, dat je zou wensen dat het tempo van tekst en muziek minder turboachtig hoog lag; zestig jaar componeer- en orkestreerervaring, geoptimaliseerd door de samenwerking met librettist Arrigo Boito en dat alles op basis op een komedie van Shakespeare (The Merry Wives of Windsor). Maar wie zaterdag in de Matinee even de aandacht bij een mooie maat liet rusten, had de volgende orkestrale vondst alweer gemist.

Verdi was tachtig toen hij zijn `lyrische komedie' voltooide, maar hij nam met Falstaff een muziektheatrale eindsprint waarbij de snelste MTV-clip nog tot slaapmiddel verbleekt.

Falstaff is geschreven in een doorgecomponeerde vorm, waarin de handeling niet wordt stopgezet voor meeneuriebare aria's. Voor zangers die `teveel willen zingen' is in Falstaff gewoonweg geen plaats. In twee uur tijd passeren meer woorden dan in een gemiddelde opera van de dubbele tijdsduur. Een gespierde tong en een heldere dictie – daar gaat het hier om, vond Verdi al.

In de door Matinee-castingdirecteur Mauricio Fernandez geselecteerde vocale topcast, zoals zo vaak in deze serie volledig vrij van zwakke schakels, domineerden logischerwijs dus de Italianen. Uitzonderingen daarop waren de Canadese Nora Sourouzian als Meg Page, de Uruguayaanse mezzo Raquel Pierotti – een Mrs. Quickley met een lekker vuig laag register – en het echtpaar Ford, met de Spaanse Ángel Ódena naast de Britse sopraan Geraldine McGreevy, die de hoofdrol van Alice Ford invulde met opgeruimde aristocratie.

Oorspronkelijk zou het Radio Filharmonisch Orkest in deze Matinee worden gedirigeerd door Edo de Waart, die in een iets later stadium de fakkel overdroeg aan Jaap van Zweden. Maar uiteindelijk was het Paolo Olmi – eerder verantwoordelijk voor evenzeer spectalaire Amsterdamse Verdi-matinees met Jérusalem en I Verspri Siciani – die Falstaff zaterdag leidde.

Olmi doorziet Verdi met röntgenoor, en hij permitteerde zich daardoor alle nodige risico's om de muziek optimaal opwindend gestalte te doen krijgen. Hij schakelde moeiteloos op- en terug in alle orkestrale versnellingen en sfeerwisselingen. Zo soepel en verleidelijk melodieus als het orkest klonk in de amoureuze scènes van Fenton (Salvatore Cordella) en Nanetta (Anna Chierichetti), zo kort aangebonden begeleidde het de burleske dialogen van de goed acterende Bardolfo en Pistolo.

Volgens Rossini was Verdi te melancholiek voor een komische opera, en platte onderbroekenlol wordt in Falstaff inderdaad vergeefs gezocht. De humor schuilt meer in de vlijmscherpe karakterschetsen, en des te belangrijker is dus de invuller van de titelrol. In de soepele, warmklankige en nergens ijdele bas Michele Pertusi vond de Matinee vocaal een droom-Falstaff. Met zijn rijzige fotomodellen-postuur is Pertusi weliswaar allesbehalve een lachwekkende oude bok, maar vocaal gaf hij de Sir John gelaagd en met allure gestalte; verleidend, bestraffend, mokkend en wijs.

Concert: Falstaff van Guiseppe Verdi door Radio Filharmonisch Orkest/Groot Omroepkoor onder leiding van Paolo Olmi met Michele Pertusi (bas) e.a. Gehoord: 19/11 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 22/11, 20 uur.