Korst

Een schokkende mededeling hoeft helemaal niet schokkend te klinken om toch schokkend te zijn.

Mijn hemel, hoe leg ik dit uit? Laat ik putten uit mijn rijke leven als winkelklant, dat nog elke dag vitaliserende impulsen krijgt.

Bij een bezoek aan de kaaswinkel hoorde ik onlangs een oudere dame een pondje kaas bestellen. Het zou, inderdaad, opzienbarender zijn geweest als zij naar een driedelig krijtkostuum of condooms met frambozensmaak had gevraagd. Maar we zijn er nog niet.

Het kaaswinkelmeisje begon op de toonbank een kaas aan te snijden waarvan nog maar een kwart over was. Omdat daar bovendien al enkele rechte plakken uit gesneden waren, had de kaaskorst een dominante aanwezigheid gekregen.

De klant zag dit gebeuren en zei met enige nadruk: ,,Graag niet zoveel korst.''

Daarop zei het meisje nogal korzelig, terwijl ze doorging met haar snijdende bewegingen: ,,Kaas heeft korst.''

Het was een zakelijke constatering van een feit waarmee wij, geoefende kaaswinkelklanten, al vanaf kindsbeen hadden leren leven, maar dat wij toch nooit zó onverbloemd op ons kaasplankje hadden gekregen.

De mevrouw was dan ook duidelijk even van haar stuk gebracht. Zij keek opzij naar mij, maar ik had al genoeg met mezelf te stellen om deze uitspraak verwerkt te krijgen.

,,Ja, dat weet ik ook wel'', zei ze toen, uiterst geprikkeld, ,,maar ik wil káás hebben, en niet al die korst.''

Er bleef een stilte hangen waarin alles mogelijk was: een sussende interventie van de kaaswinkeleigenaar, die enkele meters verderop neuriënd een kaasstolp stond op te poetsen, maar ook een snel escalerende kaasbrand die kon overslaan naar de schappen, waar al een generatieconflict tussen jong en oud belegen smeulde.

Gelukkig bleek het meisje ook een diplomatieke kant te hebben, die ik niet meer van haar verwacht had. Ze zei zo warm mogelijk: ,,Ik zal wat minder dan een pond afsnijden, dan kan ik u meer kaas en minder korst geven.''

Daarmee leek de vrede weer terug op aarde, althans in deze winkel. Toch merkte ik aan de stugge houding van de klant dat er iets in haar geknakt was. Vermoedelijk had ze deze winkel jarenlang in alle gemoedsrust bezocht, bestellingen prevelend die zich als onwrikbare formules in haar hoofd hadden vastgezet. Maar nu was, met één kille terechtwijzing, haar hele klant-is-koning-leventje aan het wankelen gebracht.

Kaas heeft korst.

Het was alsof ze na een lang en moeilijk leven voor het aangezicht van God was verschenen.

,,Hoe is het u bevallen?'', vroeg Hij haar.

,,Zwaar, te zwaar'', zuchtte ze.

Hij haalde Zijn schouders op en zei: ,,Leven is lijden.'' Daarna wendde Hij Zijn hoofd af en ging door met het lezen van De Telegraaf.

Ik stond hierover nog wat na te dromen, toen een vrouwenstem door de mist van mijn gedachten drong met de vraag: ,,En, wat mag het zijn?''

,,Een stukje korst graag'', zei ik snel, ,,en niet te veel kaas.''