Ineens is vogeltrek belangrijk

Door de vogelgriep heeft iedereen ineens belangstelling voor vogeltrekroutes. Uit ringgegevens blijkt dat sommige vogels direct vanuit Kazachstan hierheen vliegen.

,,Het gekke van de vogelgriep is dat ons project voor een nieuwe vogeltrekatlas ineens maatschappelijk relevant is geworden'', zegt hoogleraar dierecologie Arie van Noordwijk in de kantine van het Nederlands Instituut voor Ecologie NIOO in Heteren. ,,Ik noem het een beetje wrang dat opeens hierdoor belangstelling voor ons project ontstaat'', vult Gerrit Speek, hoofd van het Vogeltrekstation, aan. De laatste vogeltrekatlas in Nederland, geschreven door Speek en zijn vader, verscheen in 1984, maar is sterk verouderd.

Van Noordwijk kwam vorige maand met het nieuws dat er directe herfsttrekroutes van Kazachstan naar Nederland bestaan. Kazachstan was getroffen door de gevaarlijke variant van vogelgriep H5N1, en het virus zou dus direct binnen één winter naar Nederland kunnen meeliften. Dat was een alarmerend bericht, aangezien andere vogeldeskundigen eerder hadden verzekerd dat trekvogels uit Azië over het algemeen afbuigen boven Oost-Europa, en dan verder zuidwaarts trekken naar Afrika.

Volgens Van Noordwijk leveren ringgegevens van vogels veel nieuwe kennis op. Er blijkt een flink aantal terugmeldingen te bestaan van in Nederland geringde trekvogels die in Kazachstan zijn geschoten. Het gaat om 22 kolganzen, 21 smienten, 15 pijlstaarten en drie rietganzen. ,,Er zijn veel minder rietganzen geringd dan kolganzen, dus het is niet vreemd dat er daarvan veel minder zijn teruggemeld'', merkt Van Noordwijk op. ,,Verder zijn er nog terugmeldingen vanuit Kazachstan van twee slobeenden, een goudplevier en een kievit, maar hier gaat het waarschijnlijk om individuen die naar een ander leefgebied zijn getrokken. Voor de genoemde kolganzen, smienten, pijlstaarten en rietganzen geldt echter dat dit precies het patroon is dat je verwacht bij een regelmatige trek.''

Het is volgens Van Noordwijk opvallend dat het juist eenden en ganzen zijn die uit de ringgegevens naar voren komen. Dit soort watervogels zijn de dieren die het meeste griepvirus bij zich dragen, het makkelijk aan elkaar overdragen en het over grote afstanden kunnen verspreiden. Dit zijn kortom de trekvogels waarover pluimveehouders zich zorgen moeten maken. ,,Dit zijn juist ook de soorten die de jagers in Kazachstan schieten. Daarom hebben we flink wat terugmeldingen daar vandaan'', aldus Van Noordwijk.

De meldingen vanuit Kazachstan bestrijken een periode van veertig jaar. ,,Voor 1960 zien we haast geen Nederlandse ringen, maar in de jaren zestig 24, in de jaren zeventig 18, in de negentiger jaren 8 en 3 van na 2000. Die verdeling is een behoorlijke afspiegeling van wanneer er in Nederland eenden en ganzen geringd zijn'', aldus Van Noordwijk.

Hij keek in eerste instantie alleen naar Kazachstan, omdat daar dit najaar meldingen waren van de uitbraak van H5N1-vogelgriep. Maar inmiddels heeft hij ook gekeken naar ringgegevens uit omliggende gebieden en die bevestigen het patroon. ,,Er bestaat als het ware een band van meldingen,'' zegt Van Noordwijk, ,,en dat bevestigt mijn conclusies.''

De recente uitbraak van de gevaarlijke vogelgriep en het besef dat wilde vogels die kunnen overdragen op pluimvee heeft nog niet geleid tot het extra ringen van eenden en ganzen. ,,Als we nu zouden beginnen met extra ringen, dan hebben we over tien jaar pas resultaat daarvan'', zegt Gerrit Speek. ,,De ringerij gebeurt vrijwel uitsluitend door amateurs, die er hun vrije tijd in steken. Vogels ringen is bovendien een relatief dure hobby. Ringers betalen voor elke ring een bedrag om onze administratiekosten te dekken. Als de overheid het ringen van bepaalde vogels zou willen stimuleren, zou ze bijvoorbeeld de ringen voor deze dieren gratis kunnen maken. Maar omdat het hobbymatig gebeurt, moet men dan niet verwachten dat er dan ineens twee keer zoveel zal worden geringd.''

Trekvogels volgen tijdens de voor- en najaarstrek doorgaans vaste vliegroutes, maar soms wijken ze daar vanaf. Ook in het ringenonderzoek duiken soms van die dwaalgasten op. Van Noordwijk: ,,Eentiende promille van alle trekvogels doet iets volkomen idioots. Die trekken niet met de groep mee, maar gaan een totaal ander kant op. Mogelijk is dit evolutionair van belang voor het ontstaan van nieuwe routes. Als zo'n afdwaler succes heeft, kan er een nieuwe populatie ontstaan.''

Een kerngroep van vogelorganisaties, bestaande uit Bureau Waardenburg, de Nederlandse Zeevogelgroep NZG, SOVON, Vogeltrekstation en de Ringersvereniging, heeft nu een eerste plan voor de nieuwe Nederlandse vogeltrekatlas gereed. De atlasmakers proberen van het Ministerie van Landbouw subsidie los te krijgen om deze nieuwe atlas uit te brengen. Speek: ,,We moeten het ijzer smeden als het heet is. Voorheen werd vogelringen gezien als iets exotisch, als een soort astronomie, ver van de dagelijkse beslommeringen. De vogelgriep heeft het belang ervan ineens onder de aandacht gebracht.''